Het tuchtrecht is te laagdrempelig en daardoor inefficiënt. Dekens en tuchtrechters moeten zich onnodig vaak buigen over klachten die niet van belang zijn voor de integriteit en verbetering van de kwaliteit van de advocatuur. Dat zegt Gerhard Gispen, country head bij Simmons & Simmons, in een interview in Mr. Hij vindt financiële prikkels bovendien een prima manier om gewenst gedrag af te dwingen. “Dan heb je geen toezicht nodig.”
Gerhard Gispen is gespecialiseerd in (internationaal) insolventierecht en insolvency litigation en was als advocaat onder meer betrokken bij de faillissementen van KPNQwest de Russische oliegigant Yukos en de IJslandse bank Landsbanki. Hij is onder andere lid van INSOL International en INSOL Europe, de Nederlandse vereniging voor insolventieadvocaten Insolad en de Nederlandse vereniging voor corporate litigation. Namens Insolad zit hij in de board van INSOL International. Na drie jaar lid te zijn geweest van de executive committee werd hij in 2011 country head voor Simmons & Simmons in Nederland. Maar per 1 mei gaat hij weer terug naar de praktijkgroep financial markets. Een mooi moment om de advocatuur eens met hem door te nemen.
Zo vroegen we hem wat hij vindt van het nieuwe toezichtsmodel van Teeven dat begin april door de Tweede Kamer is aangenomen. “Een stuk beter en vanuit het perspectief van de rol van de advocaat aanvaardbaar”, aldus Gispen. “Toch vraag ik me af of er niet nog een stap extra moet worden gezet. Ik weet namelijk niet of de deken per se voorzitter moet zijn van het college van toezicht. Wat mij betreft zet je daar ook iemand van buiten neer. Pas dan is het toezicht echt onafhankelijk. Het huidige toezicht wordt voor een belangrijk deel bepaald door een laagdrempelig klachtrecht. Maar lang niet alle klachten zijn van belang voor de handhaving van de integriteit en de verbetering van de kwaliteit binnen de advocatuur. Het tuchtrecht is daardoor inefficiënt. Ik zie meer in een zogenaamd aanklager-model zoals de KNVB dat heeft. Een aanklager met discretionaire sanctiebevoegdheid maakt een selectie van de klachten waardoor het tuchtrechtelijk irrelevante gezeur eruit wordt gefilterd; een ander deel van de klachten kan financieel worden afgedaan zonder tussenkomst van de tuchtrechter. Uiteindelijk komen dan alleen zaken die echt over integriteit en verbetering van kwaliteit gaan voor de tuchtcolleges.”
Is toezicht tegenwoordig de enige manier om gewenst gedrag af te dwingen? In de financiële wereld gaat het nergens anders meer over.
“Tja, de opvattingen veranderen. Op een gegeven moment is het beeld ontstaan dat bankiers uitzonderlijk integere en betrouwbare hoeders van de samenleving zijn. Waar dat beeld vandaan kwam weet ik ook niet, maar…”
…dat beeld hebben ze inmiddels gelogenstraft.
“Dat weet ik niet. Het was een vals beeld. Ik vind de verontwaardiging over de financiële wereld nogal selectief, het is een blame game geworden. De neiging om alles met toezicht op te lossen, is een uiting van veranderde maatschappelijke opvattingen, maar het lost echt niet alles op. Toezicht gaat vooral over de inrichting van werkprocessen om daarmee de kans op individuele fouten te verkleinen, maar fouten en verkeerd gedrag kun je nooit helemaal voorkomen.
“Ik ben ervan overtuigd dat mensen in hun werk alleen hun gedrag veranderen als er naast toezicht ook financiële drivers achter zitten. Maar dat mag dan weer niet. Maar als je zegt: als jij je netjes gedraagt, verdien je meer, dan heb je geen afzonderlijk toezicht nodig.”
Dat meent u niet.
“Dat meen ik wel. Een voorbeeld: het toezicht binnen ons kantoor is strenger dan de eisen die landelijk aan alle advocaten worden gesteld; dat is zo, omdat onze cliënten dat belangrijk vinden. En die betalen ons. Dat is de tucht van de markt.”
Maar u kunt na het uitbreken van de kredietcrisis toch niet volhouden dat de tucht van de markt heeft gefunctioneerd?
“Ik ben advocaat, geen econoom. Maar de kredietcrisis laat zien dat toezicht niet toereikend was om gedrag te veranderen. Anders was het allemaal niet gebeurd. Het interne toezicht heeft in elk geval niet goed gefunctioneerd. Ja, en waarom niet? Mensen vinden het moeilijk elkaar aan te spreken op grote interne problemen, dat is heel menselijk. Ik heb failliete bedrijven meegemaakt waar functionarissen financieel geprikkeld werden op basis van de gerealiseerde omzet. Of die omzet ook winstgevend en goed voor de onderneming was, daar keek niemand naar. Dat zijn gewoon domme afspraken die slecht gedrag belonen; daar is geen toezicht tegen opgewassen.”
Lees het gehele interview in het nieuwe nummer van Mr. dat aanstaande vrijdag 2 mei verschijnt.
