De officier van justitie nam begin december de zeldzame stap om over te gaan tot een wrakingsverzoek nadat Janssen diverse malen opmerkingen maakten over de handelswijze van het OM en de FIOD. Zo omschreef hij antwoorden van FIOD-rechercheurs op door hem gestelde vragen als “teleurstellend”. Toen zij zich bepaalde details niet goed konden herinneren en er ook geen aantekeningen over hadden gemaakt, vroeg Janssen zich hardop af of rechercheurs gewoon onhandig waren of dat er wellicht sprake was van “bewust handelen”. Ook de omgang van het OM met gegevensdragers noemde Janssen tijdens een zitting “onhandig”.
Grens
Met die “ongelukkige” uitlatingen heeft de rechter “de grens opgezocht”, zo vindt de wrakingskamer, “maar er is geen sprake van een blijk van vooringenomenheid. De opmerkingen moeten in de context van de hele zitting worden geplaatst en passen bij de vrijheid die de rechter ter zitting heeft.” De wrakingskamer kenmerkt het optreden van Janssen en de andere twee rechters als “actief en onderzoekend”. “Hij stelde kritische vragen, verkende scenario’s en besprak zijn voorlopige zienswijzen.” Al met al is van een duidelijke aanwijzing voor de schijn van partijdigheid geen sprake, zo overweegt de wrakingskamer.
Nieuwe wrakingsgrond
Een deel van de door het OM ter zitting aangevoerde wrakingsgronden is door de wrakingskamer buiten beschouwing gelaten, zo blijkt uit de uitspraak. Het gaat dan voornamelijk over stukken waaruit zou blijken dat voorzitter Janssen voorafgaand aan een zitting via WhatsApp contact had gehad met advocaat Tim de Greve (Stibbe). De Greve staat bekend als een felle criticus van het OM en de FIOD in verschoningsrechtelijke zaken. “Op z’n minst genomen ontstaat het beeld dat vlak voor de zitting getracht is de voorzitter van de rechtbank te beïnvloeden”, zo betoogde de officier van justitie enkele weken geleden ter zitting over dat contact.
Maar omdat het contact tussen Janssen en De Greve geen deel uitmaakte van de wrakingsgronden uit het oorspronkelijke verzoek zoals ingediend bij de wrakingskamer, heeft de kamer zich over dit contact verder niet gebogen. In zijn verweer had Janssen daar ter zitting overigens ook al op gewezen: “Ik geloof dat wel tachtig procent van uw toelichting bestond uit nieuwe wrakingsgronden.”
Geen vooringenomenheid
“De wrakingskamer concludeert dat de aangevoerde omstandigheden, zowel afzonderlijk als in samenhang bekeken, geen objectief gerechtvaardigde reden geven om te vrezen dat de rechters vooringenomen zijn”, zo luidt aldus de slotsom. Dat houdt in dat Janssen en zijn mederechters Christine Sikkel en Janneke van der Klashorst door kunnen en dat het OM het in de mondkapjeszaak, die ook wel bekendstaat als de strafzaak Full Sutton, het ‘gewoon’ met hen zal moeten doen. Dat geldt ook voor de met de strafzaak samenhangende raadkamerprocedure.
