Gezakt voor strafrecht – en dat is oké

Gisteren kreeg ik de uitslag die ik eigenlijk al had zien aankomen: onvoldoende voor Inleiding Strafrecht, en voor wie mij volgt: strafrecht is simpelweg niet mijn wereld. Ik ben meer een bestuursrechtrakker, erg impactvol op de mens, maar ik ben van de ABBB’s en niet van de strafrechtelijke beoordeling van art 350 sv.

Delen:

beeld: Depositphotos

Maar ergens bleef die onvoldoende aan me knagen. Niet van schaamte, maar meer een metajuridische nieuwsgierigheid. Want ik begon mezelf af te vragen: hebben de partners van AKD of Stibbe ooit met rode oren achter hun bureau gezeten na een mislukt tentamen? Heeft een raadsheer van de Hoge Raad ooit vervloekt dat de goederenrechtelijke posities maar niet wilde landen? Heeft iemand die nu met gezag spreekt over arresten, ooit net zo radeloos naar zijn aantekeningen gestaard als ik gisteren?

Het antwoord is zeker: ja. Sterker nog een advocaat gaf toe dat ze haar wettenbundel tegen de muur gegooid na dat ze haar laatste tentamen niet gehaald heeft  

De mensen bovenaan waren ooit ook student

Er is iets merkwaardigs aan de manier waarop wij naar succesvolle juristen kijken. We zien het eindpunt, de toga, het kantoor op de Zuidas, de noot in het NJB maar niet de weg ernaartoe. We vergeten dat die weg liep door tentamens over een Burgerlijk Wetboek dat destijds nog ingewikkelder was dan nu, zonder samenvattingen van Lawbooks of Athena, zonder ChatGPT die in vijf seconden de elementen van artikel 3:90 BW uitlegt, en met name: veel meer papier en veel minder houvast.

De studentgeneratie van veertig jaar geleden moest het doen met dikke wetboeken, syllabi die net zo cryptisch waren als de wettekst zelf, en hoogleraren die er niet altijd vanuit gingen dat uitleggen hun taak was. En tóch kwamen daar mensen uit voort die het recht hebben gevormd. Dat gegeven voelt tegelijkertijd relativerend en bemoedigend. Niet omdat falen iets is om na te streven, maar omdat het menselijk is en blijkbaar geen eindvonnis is.

De cultuur op de faculteit: Tweestrijd

Tegelijkertijd wil ik eerlijk zijn over hoe de rechtenfaculteit voelt van binnenuit. Er hangt een sfeer die moeilijk te benoemen is, maar die vrijwel iedere rechtenstudent herkent. Het is de sfeer van erbij willen horen, van meedoen in discussies waarbij je soms net doet alsof je het arrest al gelezen hebt. Het is de stille competitie tijdens de werkgroep en ook buiten de contacturen, de blik die je werpt op het cijfer van je buurman, de onuitgesproken vraag: doe ik het wel goed genoeg?

Die druk is niet per se opgelegd van buitenaf. Ze wordt voor een groot deel gecreëerd door onszelf, door de omgeving die we samen bouwen. En soms door de universiteit. De rechtenstudie trekt mensen aan die ambitieus zijn, die gewend zijn goed te presteren, en die zichzelf hoog houden. Dat is een kracht, maar het maakt falen ook zwaarder dan het zou moeten zijn. Bovendien wordt rechten wordt vaak gekozen vanwege de breedte “je kan er zoveel mee”, maar die veelzijdigheid wekt ook onrealistische verwachtingen. De technische, droge realiteit van de studie voelt voor veel eerstejaars ver verwijderd van het grote maatschappelijke verhaal dat hen over de streep trok.

Toch zit er ook iets moois in die cultuur, iets wat je niet terugvindt in een studiegids. Het zijn de gesprekken na de werkgroep waarbij je merkt dat iedereen het eigenlijk ook niet snapte, de opluchting op gezichten als iemand hardop durft te zeggen wat iedereen dacht. De onvoorbereide medestudent die net zo hulpeloos naar zijn wettenbundel staart als jij, en waarmee je vijf minuten later toch een halfslachtige maar oprechte analyse probeert te maken. Het zijn de vrienden die je maakt in de werkgroep, mensen met wie je aanvankelijk alleen over deadlines praat maar die langzaam iets meer worden. De borrels van de studievereniging waar de juridische ernst even plaatsmaakt voor gewoon studenten zijn. De groepsapp om middernacht, volgestouwd met vragen over een obscure uitzondering in het burgerlijk procesrecht die niemand echt begrijpt maar waarbij iedereen toch probeert bij te dragen. ‘’We are doing it together’’  soms letterlijk, om twee uur ’s nachts, met een open wettenbundel en koffie. En dat is mooi. 

Je zit allemaal in dezelfde onzekerheid, dezelfde druk, hetzelfde gevoel van net niet genoeg weten. En juist daarin ontstaat iets van echte verbondenheid. De faculteit is tegenstrijdig: competitief én collegiaal, veeleisend én vormend, soms kil maar vaker warmer dan ze eruitziet van de buitenkant.

De rechtenstudent van de toekomst

Dat brengt me bij een vraag: hoe ziet de rechtenstudent van de toekomst eruit?

De rechtenstudent van de toekomst is hopelijk minder solistisch en meer verbonden, met medestudenten, met de stof, en met de wereld daarbuiten. Minder stille competitie, meer echte solidariteit. Niet omdat dat naïef is, maar omdat het recht zelf vraagt om mensen die samen redeneren en elkaar scherp houden. En omdat de kern van recht is om mensen te helpen. 

En scherp houden betekent: kritisch durven zijn. Mijn werkgroepdocent zei het onlangs op een manier die bleef hangen: ‘’je mag kritisch kijken naar arresten van de Hoge Raad, want het had ook een andere weg kunnen gaan’’. Dat is rechtsgeleerdheid. Je wordt niet alleen gevormd om het recht toe te passen, maar ook om het te bevragen.

Die boodschap wint langzaam terrein op de faculteit, en terecht. De jurist van morgen is niet iemand die klakkeloos reproduceert wat er staat, maar iemand die begrijpt waarom het er staat, en durft te zeggen wanneer het anders had gemoeten.

Geen Veroordeling

Ik heb mijn tentamen strafrecht niet gehaald. Ik ga herkansen. En eerlijk gezegd hoeft dat niet groter te zijn dan het is een tegenslag, geen straf volgens Art 9 sr. 

Want ergens, in de Zuidas, zit iemand die precies hetzelfde heeft meegemaakt. Die ook eens gefrustreerd naar een arrest staarde dat maar niet wilde landen, die ook twijfelde of het allemaal wel de moeite waard was. En die er toch is gekomen.

De rechtenstudie vormt je niet alleen juridisch. Het leert je omgaan met onzekerheid, met falen en doorzetten, en ze herinnert je eraan dat recht uiteindelijk meer is dan een vak, namelijk een verantwoordelijkheid.

Dat is genoeg om morgen weer verder te gaan.

Delen:

Het belangrijkste nieuws wekelijks in uw inbox?

Abonneer u op de Mr. nieuwsbrief: elke dinsdag rond de lunch een update van het nieuws van de afgelopen week, de laatste loopbaanwijzigingen en de recentste vacatures. Meld u direct aan en ontvang elke dinsdag de Mr. nieuwsbrief.

Scroll naar boven