Rechtbanken, gerechtshoven en bijzondere rechtscolleges nemen een beroepschrift pas in behandeling als het griffierecht is betaald. Daarvoor gelden verschillende tarieven, afhankelijk van de soort procedure en van de hoedanigheid van de indiener van het (hoger)beroepschrift. De bedragen zijn vastgesteld door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid.
Rechtspersonen
Het duurste zijn rechtspersonen uit in zaken met betrekking tot een vordering of verzoek met een beloop van meer dan één miljoen euro: die betalen in 2026 € 10.487 (was € 10.188). Gaat het om een vordering van tussen de één ton en één miljoen, dan betaalt een rechtspersoon € 6.861. Voor particulieren is dat onderscheid er niet: elke vordering of verzoek boven de één ton kost € 2.723, ook al loopt de vordering in de miljoenen.
Onvermogenden
Voor rechtspersonen, natuurlijke personen en ‘onvermogenden’ kosten allerlei aktes (depot, arbitrale vonnissen, algemene voorwaarden, non-failliet, non-appèl) hetzelfde: € 165. Dat geldt ook voor het depot eerste uitdelingslijst of zodra een uitspraak tot homologatie van een akkoord in kracht van gewijsde is gegaan: € 820 – er is geen onderscheid tussen het type partij. Voor veel andere zaken betalen onvermogenden € 93, € 3 meer dan vorig jaar.
Bestuursrechtspraak
Gaat een particulier rechtstreeks in beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, dan kost hem dit € 200 (was € 194). Verenigingen, stichtingen, bedrijven en overheden betalen daarvoor € 397, € 12 meer dan vorig jaar. Gaan zij in hoger beroep bij de Afdeling, dan moeten ze € 596 aftikken, een vermeerdering van € 17 vergeleken met 2025. Particulieren gaan bij hogerberoepszaken € 8 meer betalen en komen uit op € 297. Voor (hoger)beroepschriften die op of ná 1 januari 2026 zijn ontvangen en die gericht zijn tegen hetzelfde besluit of dezelfde uitspraak als waartegen in 2025 al een ander (hoger)beroepschrift is binnengekomen, gelden nog de ‘oude’ bedragen. Over griffierecht is geen btw verschuldigd.
