Verschillende meningen over civiel effect

Delen:

Geert Potjewijd
Geert Potjewijd

Onder grote advocatenkantoren lopen de meningen uiteen over de uniforme afspraken voor het civiel effect van togadragers. De Brauw juicht de nieuwe afspraken vooral toe, omdat er meer ruimte komt om afgestudeerden met een bredere, niet-juridische achtergrond het civiel effect te verlenen. Maar Allen & Overy, Pels Rijcken en AKD zien weinig toegevoegde waarde in het convenant.

In maart maakte de Raad voor de rechtspraak bekend dat de Raad samen met het Openbaar Ministerie, de Nederlandse Orde van Advocaten en alle juridische faculteiten uniforme afspraken heeft gemaakt over het niveau van afgestudeerde juristen met de aantekening ‘civiel effect’ op hun bul. Dit moet waarborgen dat deze afgestudeerden de vereiste kennis en kunde in huis hebben om te kunnen doorstuderen voor rechter, officier van justitie of advocaat. Ook is afgesproken dat mensen met een niet-juridische bachelor onder omstandigheden het civiel effect kunnen krijgen.

Vooral met dat laatste is De Brauw erg ingenomen, zegt managing partner Geert Potjewijd. “Mensen die kiezen voor een brede opleiding kunnen, als ze een aantal vakken hebben gedaan, straks toch het civiel effect krijgen. Wij juichen die verruiming toe.”

De Brauw richt zich bij de werving en selectie onder meer op afgestudeerden van de University Colleges, waar studenten naar Angelsaksisch voorbeeld een brede opleiding krijgen. Deze groep staat bekend als slimme en gedreven studenten. En dat is precies wat De Brauw zoekt, zegt Potjewijd. “Wij hechten veel waarde aan analytische vaardigheden en een brede interesse,” meent hij. “Dat vinden we belangrijker dan parate kennis.” Hij noemt de verruiming een goede stap en hoopt op een verdere uitbreiding. “Uiteindelijk willen we toe naar een situatie dat iedereen met een mooi bachelor, of dat nu rechten, natuurkunde of economie is, tot de beroepsgroep kan toetreden.”

Managing partner Ferdinand Grapperhaus (Allen & Overy) is niet onder de indruk van de afspraken. “Het probleem zit niet zozeer in de verschillen tussen universiteiten, maar in de ruimte die het civiel effect biedt,” zegt Grapperhaus. “Het is belangrijk dat studenten zich realiseren dat het stempel civiel effect je weliswaar toegang biedt tot de advocatuur, maar dat het erg afhankelijk is van je curriculum of je universitaire opleiding aansluit bij de kennisbehoefte in de praktijk.”

Als dat niet zo is, hoeft dat volgens Grapperhaus niet erg te zijn, “want advocaat zijn leer je uiteindelijk vooral in de praktijk.” Grapperhaus: “Soms kan het wel betekenen dat je een vak moet bijspijkeren als je begint. Het zou goed zijn als daarover geen verkeerde verwachtingen bestaan bij studenten.”

Op de vraag of Allen & Overy door de nieuwe afspraken beter weet wat het kantoor kan verwachten van afgestudeerden, antwoordt Grapperhaus: “Wij hebben in alle eerlijkheid niet de verwachting dat het nieuwe civiel effect tot een wezenlijke verandering leidt. Omdat we geen wezenlijke verandering verwachten, zal het convenant voor ons dus ook niet zo veel veranderen.”

Ook Robin Funnekotter, hoofd Recruitment en Opleidingen bij Pels Rijcken & Droogleever Fortuijn, ziet weinig veranderen door het convenant. “Wij hebben weinig hinder ondervonden van een kennelijk verschil tussen universiteiten bij de invulling van het civiel effect,” zegt Funnekotter. Dit komt volgens hem onder meer doordat Pels Rijcken onder de rechtenstudenten bekend staat als het proceskantoor bij uitstek, wat meebrengt dat de sollicitanten procesrechtelijk vaak goed onderlegd zijn. “Daarnaast hanteren wij een strenge selectie van jong juridisch talent om de kwaliteit van juridische dienstverlening te waarborgen. We nemen in beginsel alleen mensen aan die de potentie hebben om het tot medewerker te schoppen.”

Voor AKD waren de verschillen tussen universiteiten sowieso geen probleem, zegt manager Human Resources Lars Brouwer. “Wij zien wel dat studenten van de ene universiteit vaker bij ons in dienst treden dan van de andere universiteit. Dit heeft echter niets te maken met kwalitatieve verschillen tussen universiteiten, maar komt door de goede contacten met advocaten, notarissen of fiscalisten van AKD die verbonden zijn aan universiteiten als bijzonder hoogleraar of docent en daardoor studenten ontmoeten met interesse voor hun vakgebied.”

Brouwer verwacht niet dat AKD door de nieuwe afspraken een beter beeld zal krijgen van de afgestudeerden. Hij wijst erop dat in het convenant geen uitspraak wordt gedaan over de hoogte van een cijfer en evenmin of een tentamen de eerste keer is gehaald. “Het convenant ziet op de omvang in tijd en het onderwerp dat is beschreven,” vervolgt Brouwer. “Dat zegt niet per definitie iets over de uiteindelijke kwaliteit die is geleverd en of de student de stof ook daadwerkelijk begrijpt en kan toepassen.” Daarvoor heeft AKD een eigen selectieproces.

Op de vraag of de eisen aan de beroepsopleiding nu moeten worden aangepast, antwoordt Brouwer: “Dat is niet onze verwachting. Het convenant ziet immers op het borgen van een basis. Er worden geen zaken geschrapt of toegevoegd waardoor de beroepsopleiding moet worden aangepast.”

Wilt u vanaf nu elke week een samenvatting van al het nieuws van Mr. in uw mailbox? Klik hier

Delen:

Het belangrijkste nieuws wekelijks in uw inbox?

Abonneer u op de Mr. nieuwsbrief: elke dinsdag rond de lunch een update van het nieuws van de afgelopen week, de laatste loopbaanwijzigingen en de recentste vacatures. Meld u direct aan en ontvang elke dinsdag de Mr. nieuwsbrief.

Scroll naar boven