Inmiddels zit ik alweer twee maanden op Sint Maarten, waar ik (na zes jaar Zuidas), mijn vak als advocaat uitoefen.
Dit groene, heuvelachtige eiland biedt niet alleen hagelwitte stranden en heerlijke wijn (de helft van het eiland is Frans), boven alles is Sint Maarten het Mekka voor elke jurist. Hier worden op dit moment de grenzen van het staatsrecht opgezocht en bovendien treft men nergens anders een meer spectaculaire ervaring van ‘Nederlands privaatrecht in de praktijk’ aan.
Want Maho Beach is een klein strandje dat naar Nederlandse maatstaven prachtig is, maar in Sint Maarten lang niet zo populair zou zijn als het niet pal achter de start- en landingsbaan van het Princess Julianavliegveld zou liggen. Zoek een goede plek recht achter de straalmotoren van een vertrekkend vliegtuig uit, en je wordt zo van het strand de zee ingeblazen. Of – iets pijnlijker – van het hek waar je aan bent gaan hangen tegen een betonnen afscheiding tussen strand en weg. Pijnlijk of niet, ‘jetblasten’ is hier razend populair onder vele toeristen, die allen – naar ik aanneem – de wijsheid van ons hoogste rechtscollege in levende lijve willen ervaren.
Inderdaad: ik heb het over het beroemde ‘Jetblast arrest”. Naar aanleiding van een ongeval dat op Maho Beach plaats vond, introduceerde de Hoge Raad in 2004 in dit arrest een nieuwe maatstaf ter beoordeling van de vraag wanneer in een gevaarzettende situatie een waarschuwing afdoende is. De bordjes met de tekst: Warning! Low flying and departing aircraft blast can cause physical injury” werden daarbij niet als afdoende waarschuwing beschouwd.
Zelf vond ik de jetblast ervaring (zeker na hier mijn eerste orkaan overleefd te hebben) wat teleurstellend. Op basis van de feiten die aan ons aller basisarrest ten grondslag liggen, had ik verwacht dat nietsvermoedende mensen “met een grote boog” van de weg geblazen zouden worden, om “op de rotsen van Maho Beach te landen”. Het feit dat ik op Maho Beach alleen zand en geen rotsen zag daargelaten (ze schijnen er wel degelijk te zijn als er geen zand is opgespoten), werd er helemaal niemand zelfs maar met een klein boogje de lucht in getild.
Het gaat zo: het vliegtuig komt aangereden (je ziet de piloten naar de menigte wijzen en grapjes maken), het draait om en de motoren worden aangezet, met de rem op de wielen. De mensen die zich recht achter de straalmotoren van het vliegtuig hebben opgesteld, worden op dit moment nog niet weggeblazen, maar wel (in toenemende mate) gezandstraald. Dat is niet prettig, en de meeste mensen rennen dan ook naar een veiliger plek aan de zijkant of de zee in. De motoren worden sterker en sterker. Enkele dappere (of levensmoede) zielen houden stand, tot ook zij het zo’n 20 seconden later niet meer houden, tegen de grond gaan en over het zand of de weg wat verder rollen of glijden.
Het hele proces duurt bij elkaar zo’n minuut (voor een goede impressie, zie http://youtu.be/QMeAnuLsz_M), en iedereen die er al die tijd voor kiest om te blijven staan in een steeds sterker wordende jetblast, aanvaardt – zo zou ik denken – bewust een risico om letsel op te lopen. Zoals een wijs man eens tegen mij zei: “Het gaat om de feiten, de feiten, en ook nog de feiten.”
Nu er geen straaljagers meer van het Prinses Julianavliegveld vertrekken (zoals bij het arrest van onze Hoge Raad wel het geval moet zijn geweest, als er mensen met bogen door de lucht vlogen), en de borden inmiddels zijn vervangen door een (nog) duidelijker variant, compleet met pictogram, zie ik geen brood meer in ‘Jetblast’ cliënten. Ik zal mijn acquisitieplan moeten herzien.
Van 2008 tot 2014 was Godelieve Wesselingh werkzaam als advocaat bij een van de grote, internationale kantoren in Nederland, waar ze zich specialiseerde in ondernemings- en vastgoedrecht. In september 2014 vertrok ze naar de Cariben, waar ze tot het einde van het jaar voor VanEps Kunneman VanDoorne op St. Maarten zal werken. Vanaf 1 januari is de Curaçaose vestiging haar thuisbasis.
