Advocaten doen nog altijd maar weinig melding van ongebruikelijke transacties. Volgens het Openbaar Ministerie kennelijk te weinig, want dat wil dat het verschoningsrecht van advocaten wordt doorbroken om fraude zoals corruptie en witwassen beter te kunnen opsporen. Bas Martens, voorzitter van het dekenberaad, vindt dat onnodig en bovendien voorbarig. “De geheimhouding van advocaten is heilig. Daar moet het OM niet eens aan willen komen.”
In het kader van de Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme (Wwft) moeten advocaten melding maken van (voorgenomen) ongebruikelijke transacties die zij tegenkomen tijdens het verlenen van juridische diensten. Uit het vorige maand verschenen jaarverslag van het officiële meldpunt Financial Intelligence Unit Nederland blijkt dat advocaten dit nauwelijks doen. In 2013 deden zeven advocaten tien keer melding van een ongebruikelijke transactie. In 2012 en 2011 was dat aantal zo goed als gelijk. Hennie Verbeek, hoofd van het Nederlandse meldpunt, liet gisteren weten dat wel ‘heel weinig’ te vinden. In vergelijking met andere vrije beroepsgroepen is het aantal meldingen van advocaten inderdaad weinig. Vorig jaar deden belastingadviseurs namelijk 79 keer melding, notarissen 344 keer en accountants maar liefst 532 keer.
Die vergelijking met andere beroepsgroepen gaat echter niet op, meent Bert Fibbe, lid van de Algemene Raad van de Nederlandse Orde van Advocaten (portefeuille strafrecht). “Advocaten hebben minder meldingsplichten dan bijvoorbeeld belastingadviseurs. Die zijn ter zake van al hun diensten meldingsplichtig. Bij advocaten is het aantal meldingsplichten limitatief in de wet opgesomd. En dan is er nog de procesuitzondering. Een advocaat mag over zijn cliënt waarvoor hij optreedt in een procedure geen melding doen. Bovendien zetten advocaten als het goed is cliënten met crimineel financiële bedoelingen buiten de deur.” Volgens Fibbe kan dus niet zomaar uit de FIU-cijfers worden opgemaakt dat het aantal meldingen te weinig is. En hoeft het dus ook zeker niet zo te zijn dat advocaten misstanden achterhouden en zich verschuilen achter hun geheimhoudingsplicht.
Niet tandeloos
Het Bureau Financieel Toezicht (BFT) moet toezicht houden op de meldingsplichtige beroepsgroepen. Maar op dossierniveau mag het bureau niet controleren vanwege de geheimhoudingsplicht van advocaten. Vincent Leenders, landelijk coördinerend fraudeofficier van justitie, ziet dat als een probleem voor het effectief kunnen bestrijden van fraude. Hij vindt dat het verschoningsrecht moet worden beperkt bij allerhande civielrechtelijke transacties of constructies. Dat zou volgens Leenders de strijd tegen witteboordencriminaliteit helpen. “Zolang advocaten moeten zwijgen over financiële transacties kunnen de echte grote winsten van criminelen niet worden getraceerd.” Aldus Leenders in een opiniestuk in maart in NRC Handelsblad. Hij pleit voor een zogeheten crime fraud exception waarbij de geheimhoudingsplicht op de betreffende advisering volledig komt te vervallen bij een stevig vermoeden van fraude. Een uitzondering die ze in Amerika al kennen.
“Meneer Leenders doelt dus op uitholling van de vertrouwelijkheid waar een cliënt recht op heeft”, zegt Fibbe. “Die vertrouwelijkheid is een belangrijk en groot goed. Dat recht moet overeind worden gehouden. Het OM moet eerst maar goed gebruikmaken van zijn bestaande mogelijkheden. Bovendien vraag ik me af wat er bij de advocaat te halen valt dat niet bij de cliënt te vinden zou zijn. De informatie die een advocaat bezit, komt immers van zijn cliënt.”
Bas Martens, deken in het arrondissement Den Haag en voorzitter van het dekenberaad, noemt het voorstel van Leenders ‘niet noodzakelijk en voorbarig’ en kaatst de bal terug naar het OM. “Onze geheimhouding is heilig. Voor een cliënt is de advocaat zijn laatste vertrouwenspersoon. Daar moet je als OM niet eens aan willen komen.” Martens weet dat het OM soms informatie of vermoedens heeft over advocaten die hun cliënten – bedoeld of onbedoeld – in strijd met de regels ‘faciliteren’. Maar dat soort informatie wordt bijna nooit aan de dekens doorgespeeld. En dat is jammer, vindt Martens. “Het OM moet daarmee niet blijven rondlopen maar die informatie of vermoedens met ons delen alvorens allerlei privileges af te pakken. Tegenover een deken kan een advocaat zich niet op zijn verschoningsrecht beroepen. Een deken kan dus wél de dossierkasten doorzoeken. Alleen dan moeten signalen over misstanden ons wel bereiken.” De dekens hebben al meerdere malen tegen het OM gezegd dat ze dit soort informatie graag doorgespeeld zouden krijgen. Waarom het OM dat dan niet doet? Martens denkt dat het opsporingsapparaat dat liever in eigen hand houdt. “Misschien omdat wordt gedacht dat we er niets mee doen en dat ons toezicht tandeloos is. Nou, dat denkt het OM helemaal verkeerd. De dekens zijn bereid en in staat om goed toezicht te houden.”
Sanctiebevoegdheden
Martens hoopt dat het OM toch meer informatie met hem en de andere dekens zal gaan delen. En dat lijkt ook zeker niet onverstandig. Op dit moment is namelijk bij de Eerste Kamer een wetsvoorstel in behandeling waarmee het toezicht op de naleving van de Wwft van het BFT volledig overgaat op de dekens. De unit Financieel Toezicht Advocatuur, die al een jaar geleden door de Orde in het leven is geroepen, zal de dekens hierbij ondersteunen. De dekens krijgen ook een aantal sanctiebevoegdheden. Bij financiële misstanden kunnen zij advocaten een boete of een last onder dwangsom opleggen. De wet zal naar verwachting op 1 januari 2015 in werking treden.
