Hirsch Ballin betreurt ‘floating politicians’

Delen:

Ernst Hirsch BallinVan politieke stabiliteit is geen sprake meer. En dat is niet alleen een kwestie van floating voters, maar ook van floating politicians. “Sommige politici hebben de neiging om hun opvattingen aan te passen aan opiniepeilingen en ontberen het vermogen om leiding te geven aan gedachteontwikkeling. Dat betreur ik.” Aldus oud-minister Ernst Hirsch Ballin in een interview in Mr. dat aanstaande vrijdag verschijnt.

Hirsch Ballin is tegenwoordig hoogleraar mensenrechten aan de Universiteit van Amsterdam en hoogleraar Nederlands en Europees constitutioneel recht aan de Universiteit van Tilburg. In 1989 werd Hirsch Ballin minister van Justitie en hield dat bijna een hele kabinetsperiode (tot medio 1994) vol. Hij loodste de invoering van het Nieuw Burgerlijk Wetboek door het parlement, boog zich over controversiële medisch-ethische onderwerpen als euthanasie en kreeg als gevolg van de Joegoslavische burgeroorlog te maken met een ongekende stroom vluchtelingen.

Hirsch Ballin wordt echter vooral herinnerd als de minister die het veld moest ruimen vanwege de zogeheten IRT-affaire. Het Interregionaal Rechercheteam (IRT) Noord Holland/Utrecht bleek verantwoordelijk te zijn geweest voor het gecontroleerd doorlaten van drugs, wat uiteindelijk leidde tot de parlementaire enquêtecommissie opsporingsmethoden onder leiding van PvdA-kamerlid Maarten van Traa. “Ik moet ervoor waken dat de vier-en-een-half jaar van mijn eerste ambtstermijn uitsluitend worden geïdentificeerd met het laatste half jaar ervan”, stelt Hirsch Ballin onderkoeld vast. “Dat laat onverlet dat de strijd tegen de georganiseerde criminaliteit wel een belangrijk onderwerp was tijdens die regeerperiode. Het was voor het eerst dat de politiek zich zo intensief met het onderwerp ging bezighouden. Mede door het wegvallen van de Europese binnengrenzen – in 1985 was het zogeheten Schengen-akkoord ondertekend – en de val van het communisme veranderde de criminaliteit razendsnel. Er kwamen georganiseerde, internationaal opererende groepen met vertakkingen naar de bovenwereld. Politie, justitie en politiek moesten zich daartoe leren verhouden.

Leiderschap

Zowel de aanpak van de georganiseerde criminaliteit als de vluchtelingenproblematiek staan twintig jaar later weer prominent op de politieke agenda. Europese samenwerking is actueler dan ooit. Hirsch Ballin heeft de politiek zien veranderen in de afgelopen decennia. Van politieke stabiliteit is geen sprake meer, oordeelt hij. “En dat is niet alleen een kwestie van floating voters, maar ook van floating politicians. Sommige politici hebben de neiging om hun opvattingen aan te passen aan opiniepeilingen en ontberen het vermogen om leiding te geven aan gedachteontwikkeling. Dat betreur ik. Bepaalde beelden zijn hardnekkig en het vergt leiderschap om daar tegen in te gaan. Onze gevangenissen zijn geen hotels, onze straffen zijn niet extreem laag en niet iedereen kan veilig terug naar zijn land van herkomst als hij daar niet onmiddellijk wordt vervolgd. Maar dat soort opvattingen bestaan nou eenmaal en zeker op het moment dat mensen het op hun manier moeilijk hebben, is het lastig om te vertellen hoe het echt zit.”

Hirsch Ballin gruwt van politiek opportunisme. Dat bleek bijvoorbeeld op het partijcongres van het CDA in 2010. “Doe dit de mensen in ons land niet aan. Doe dit onze partij niet aan”, riep hij emotioneel toen de christen-democraten besloten om met de PVV van Geert Wilders in zee te gaan. Hirsch Ballin houdt er niet van als politici eenvoudige oplossingen suggereren voor complexe problemen. “Het woord oplossingen wordt veel te vaak gebruikt in het politieke discours”, zegt hij. “Het woord suggereert een beheersbaarheid die irreëel is, omdat de problemen daarvoor veel te veranderlijk zijn. Bovendien zijn onze rechtstatelijke mogelijkheden beperkt.”

Ius Nexus

Hirsch Ballin formuleert omzichtig, want hij wil zijn politieke erfopvolgers niet voor de voeten lopen. Om die reden doet hij ook geen uitspraken over de wenselijkheid om twintig jaar na de IRT-affaire de criminele burgerinfiltrant alsnog een wettelijke basis te geven, zoals staatssecretaris Teeven beoogt. Liever heeft Hirsch Ballin het over het recht als het dynamische instrument dat aan oude woorden nieuwe betekenissen hecht. Hij ziet het recht als een levend organisme dat niet gebaat is bij conservatieve krachten die sociale ontwikkelingen zoals migratie en Europese integratie koste wat het kost proberen tegen te gaan. De recente triomf van het nationalisme bij de Europese verkiezingen is hem wat dat betreft ook uit juridisch oogpunt een doorn in het oog.

Terwijl overal in Europa vreemdelingen als tweederangs worden behandeld, ook al zijn zij al jaren verbonden met de samenleving, stelt Hirsch Ballin als wetenschapper de burger centraal, ongeacht diens afkomst of nationaliteit. Hij vindt dat verbondenheid met de samenleving het beste criterium is om iemands rechten als burger te erkennen. Naast het ius soli (de plaats van geboorte) en het ius sanguinis (de afstamming) zou er een ius nexus moeten komen, een burgerschap op basis van verbondenheid. “Nexus, verbondenheid, is een veel zinvoller criterium om iemand burgerrechten te geven dan de plaats waar hij geboren is of wie zijn ouders zijn. Maar eigenlijk gebruik ik nu een verkeerd woord; het gaat niet om het geven van burgerrechten, het gaat om de erkenning ervan. Het staatsburgerschap is geen gunst van een of andere overheid, het is een mensenrecht.”

Lees het gehele interview met Ernst Hirsch Ballin in het nieuwe nummer van Mr., dat vrijdag 27 juni verschijnt.

Wilt u vanaf nu elke week een samenvatting van al het nieuws van Mr. in uw mailbox? Klik hier

Delen:

Het belangrijkste nieuws wekelijks in uw inbox?

Abonneer u op de Mr. nieuwsbrief: elke dinsdag rond de lunch een update van het nieuws van de afgelopen week, de laatste loopbaanwijzigingen en de recentste vacatures. Meld u direct aan en ontvang elke dinsdag de Mr. nieuwsbrief.

Scroll naar boven