Uit een door de ING en Wolters Kluwer gehouden enquête onder 136 advocatenkantoren blijkt dat ongeveer driekwart daarvan in technologie investeert. Daarbij lopen kantoren wel tegen obstakels aan. Naast een gebrek aan kennis over de technologische mogelijkheden zijn het vooral de hoogte van de investeringen en het onvoldoende rendabel zijn van investeringen, die als grootste belemmering worden gezien.
Deze en andere uitkomsten van de ING-Sectorvisie Advocatenkantoren worden vandaag gepresenteerd tijdens een bijeenkomst in Ouderkerk aan de Amstel. In de Sectorvisie wordt een beeld geschetst van een sector die in toenemende mate te lijden heeft onder druk van binnen en buiten de branche. Binnen de branche zijn dat met name de boetiekkantoren en toetredende Angelsaksische kantoren. Daarnaast zijn er nieuwe spelers: grotere accountantskantoren, waaronder Deloitte, BDO en PwC, die opnieuw de juridische markt betreden of hun juridische dienstverlening versterken. Verder is het aantal juridische bureaus dat zich richt op procesmatige juridische diensten, zoals contractmanagement, ‘corporate housekeeping’ en juridische datahuishouding, gegroeid. Bovendien is het aantal juridisch adviserende ZZP’ers, waar onder flexjuristen, tussen 2007 en 2014 met 150% gegroeid.
De Sectorvisie richt zich met name op technologie als belangrijke mogelijkheid voor de bestaande kantoren om aan die bedreigingen het hoofd te bieden. Het tempo van verandering ligt in de advocatuur lager dan in andere sectoren, waar technologie al langer noodzakelijk is om werk nog rendabel uit te voeren. Desalniettemin zal het onvoldoende benutten van technologie ook in de advocatuur het verdienmodel verder onder druk zetten.
De kantoren die al investeren beschikken met name over software gericht op efficiënter werken en dan vooral als administratief te kwalificeren programma’s, zoals urenregistratie en kantoormanagementsoftware. Technologie om digitaal en plaatsonafhankelijk te werken is veel minder populair. Dat geldt eveneens voor software die met name op commerciële ontwikkeling gericht is. Minder dan de helft van de kantoren werkt met dergelijke technologie. Kansen voor verdere inzet van technologie liggen dus vooral bij het procesmatiger werken, maar ook in het versterken van de relatie met cliënten.
Juist het gebruik van technologie bij het werk van de advocaat zelf en de ontwikkeling van de relatie met de klant levert een bijdrage aan het vinden van antwoorden bij de uitdagingen waar de advocatuur sinds 2009 mee heeft te maken. Genoemde punten zijn niet noodzakelijkerwijs een permanent obstakel: aan kennis kan gewerkt worden en dan kan blijken dat veel technologie met enige creativiteit best binnen bereik is, aldus de Sectorvisie.
Volgens de ING zorgt benutting van technologie voor een duidelijke scheiding tussen het aanbieden van diensten die als commodity gezien worden en complexere dienstverlening met hoge toegevoegde waarde: de meeste (middel)grote en niche kantoren willen zich focussen op het complexere werk, maar dit lijkt onvoldoende aanwezig om alle kantoren goed te laten draaien. Kantoren die geen helder inzicht hebben in hun werkprocessen kunnen niet identificeren welke activiteiten echt waarde toevoegen voor hun klanten. Langzaam wordt een tweedeling tussen technologisch ‘adaptieven’ en achterblijvers zichtbaar. Kantoren die in staat zijn te veranderen en automatiseringsmogelijkheden benutten, kunnen efficiënter werken, waardoor een lagere kostprijs mogelijk is. Dit kostenvoordeel werkt differentiërend ten opzichte van de kantoren die hun efficiency niet weten te verbeteren. Een slim gebruik van technologie richting de klant versterkt bovendien de binding tussen cliënt en kantoor. Door met technologie waarde voor de klant toe te voegen, onderscheiden kantoren zich verder van de achterblijvers, aldus de Sectorvisie Advocatenkantoren van de ING.
