De meeste advocaten in asiel- en vreemdelingenzaken presteren goed. Maar een kleine groep levert nog altijd ondermaatse rechtshulp. Dat blijkt uit een onderzoek naar de kwaliteit van de asiel- en vreemdelingenadvocatuur dat afgelopen donderdag werd gepresenteerd. Het onderzoek is onder leiding van rechtssocioloog Ashley Terlouw (Radboud Universiteit Nijmegen) in opdracht van het dekenberaad gedaan.
Voor het onderzoek is gesproken met twintig zorgvuldig geselecteerde respondenten uit het veld: advocaten, medewerkers van de Raad voor Rechtsbijstand, de IND, rechters en hulpverleners van Vluchtelingenwerk Nederland. Daarnaast is literatuuronderzoek gedaan.
Hoe groot de groep advocaten is die ondermaats presteert is niet precies bekend, maar duidelijk is wel dat de problemen zich vooral voordoen bij het reguliere vreemdelingenrecht (arbeid, gezinshereniging en studie). Voorbeelden van zaken die misgaan zijn: niet voldoende aandacht voor de specifieke omstandigheden van de cliënt, advocaten die niet opdagen bij een zitting, hele hoge bedragen vragen voor bijstand en verouderde inhoudelijke expertise bij de raadsman of -vrouw.
Bas Martens, voorzitter dekenberaad, reageert: “Er wordt over het algemeen goed werk verricht in de asiel- en vreemdelingenadvocatuur. Maar er is een hardnekkige en kleine groep van advocaten -maar ook van juridisch adviseurs – die de goede groep rechtsbijstandverleners een slechte naam bezorgt. Die moeten en willen we aanpakken. De afgelopen jaren hebben we ook niet stilgezeten. Kwaliteit heeft een belangrijke plaats in de advocatuur. Dat zie je aan de vorig jaar vernieuwde beroepsopleiding maar ook aan het versterkte en verbrede toezicht op de advocatuur.”
Onderdeel van de versterking van het toezicht is de meer structurele informatie-uitwisseling met ketenpartners, zoals de IND en de Raad voor Rechtsbijstand, om niet goed presterende advocaten tijdig in het vizier te krijgen. Voor een deel blijft effectief toezicht afhankelijk van het aanreiken van ‘namen en rugnummers’. Intensievere samenwerking is daarvoor nodig. Aldus de Orde in een persbericht.
Ook komt er dit jaar meer aandacht voor de vreemdelingenadvocatuur bij de kantoorbezoeken laat de Orde weten. De dekens willen kwetsbare kantoren selecteren en hen bijzondere aandacht geven tijdens de bezoeken die zij jaarlijks afleggen en waarover zij rapporteren. Tenslotte zal er meer toezicht komen op advocaten bij het zogenaamde M50-loket, de centrale aanmeldingsloketten van de IND.
VluchtelingenWerk vindt het goed dat de Orde niet goed functionerende advocaten gaat aanpakken. “Er kunnen mensenlevens op het spel staan, een fout van een advocaat kan levensbedreigende gevolgen hebben voor een vluchteling”, aldus Jasper Kuipers, adjunct-directeur VluchtelingenWerk Nederland.
Klik voor het onderzoeksrapport hier.
