Partnerbijdrage van

Partnerbijdragen vallen buiten de redactionele verantwoordelijkheid

Legal AI is niet hetzelfde als Claude, Gemini en ChatGPT

Een advocaat stelt een vraag aan ChatGPT, krijgt in seconden een vloeiend antwoord en denkt: dit scheelt uren werk. Soms klopt dat ook. Maar zodra generieke AI wordt ingezet voor juridisch onderzoek of processtukken, gaat het niet langer alleen over snelheid, maar over betrouwbaarheid en professionele verantwoordelijkheid.

Delen:

beeld: Legal Mind

Dat verschil is zichtbaar geworden. De NOS meldde dat drie advocaten een waarschuwing kregen wegens verkeerd gebruik van AI: processtukken verwezen naar uitspraken die niet bestonden. Twee moesten op AI-cursus. Ook een kantonrechter in Oost-Brabant vroeg expliciet uitleg van een advocaat over vermoedelijk AI-gebruik nadat aangehaalde ECLI’s onvindbaar bleken. Toezichthouder Wouter Timmermans noemde het klakkeloos overnemen van AI-output het kernprobleem.

Totaal verschillende machines

Op het eerste gezicht doen generieke LLM’s en juridische platforms iets vergelijkbaars: je stelt een vraag en krijgt een antwoord. Onder de motorkap zijn het echter totaal verschillende systemen. Een generieke LLM is een taalmodel dat op basis van waarschijnlijkheid woorden voorspelt. Het kan een juridisch overtuigend antwoord formuleren zonder dat het juridisch deugt, inclusief niet-bestaande uitspraken aangehaald met volstrekte zekerheid. Hoe beter de formulering, hoe groter de kans dat de fout te laat wordt opgemerkt.

LLM’s zijn wel sterk in drie dingen: snel structureren, snel samenvatten en snel varianten genereren. Als denkversneller zijn ze nuttig. Maar niet als juridisch fundament.

Een juridisch platform werkt anders

Een gespecialiseerd juridisch platform is ontworpen rond dat fundament. Medeoprichter George Gowers verwoordt het treffend: Legal Mind zit niet ‘náást het juridische proces’, maar er ‘middenin’. Juridisch onderzoek, analyse, dossiercontext, documentcreatie en brongebruik worden gebundeld in één gecontroleerde omgeving. Bronstructuur hoort tot het product zelf; relevante wetgeving, jurisprudentie en kennisobjecten maken deel uit van een afgebakende werkomgeving.

Een bruikbare metafoor: een generieke LLM is als een briljante stagiair die prachtig formuleert, maar geen dossierdiscipline heeft en soms iets verzint. Een juridisch platform is eerder een digitaal kantoorproces: kennis, structuur en bronlaag zijn ingebouwd.

De kern

De vraag is niet óf AI nuttig is; dat is zij allang. De echte vraag is: op welk niveau gebruik je haar? Als tekstmachine, of als gecontroleerde juridische infrastructuur? Wie dat onderscheid niet scherp ziet, loopt het risico snelheid te verwarren met kwaliteit. En in het recht is dat een dure vergissing.

Delen:

Scroll naar boven