De Nederlandse Orde van Advocaten (NOvA) voorziet desastreuze gevolgen voor de sociale advocatuur en de toegang tot het recht door de aangekondigde bezuinigingen op de gefinancierde rechtsbijstand. Zo ook Hein Vogel, voorzitter van de Vereniging Sociale Advocatuur Nederland (VSAN): “Rechtzoekenden met lagere inkomens worden in de kou gezet.” Bijzonder hoogleraar sociale rechtshulp Mies Westerveld (UvA) noemt de bezuinigingen een ‘bedreiging voor de rechtsstaat’.
Door de bezuinigingen in 2015 en 2016 moet jaarlijks 85 miljoen euro worden bespaard. De maatregelen houden onder meer in een beperktere toelating van zaken tot de gefinancierde rechtsbijstand en kleinere budgetten voor de Raad voor Rechtsbijstand en het Juridisch Loket.
Naar aanleiding van de aankondiging hiervan die het Ministerie van Veiligheid en Justitie vorig jaar al deed, liet de NOvA onderzoek doen onder de ruim 1600 advocaten die staan ingeschreven bij de Raad voor Rechtsbijstand.De uitkomsten van het onderzoek hebben de NOvA in haar zorgen bevestigd. De bezuinigingen op gefinancierde rechtsbijstand zullen ertoe leiden dat het aanbod van advocaten binnen de sociale advocatuur dramatisch daalt: de helft van de ondervraagden verwacht over twee jaar niet meer werkzaam te zijn binnen deze sector. De voornaamste reden hiervoor is dat men het hoofd niet meer boven water zal kunnen houden. Zes van de tien advocaten geven aan nauwelijks mogelijkheden te hebben om meer betalende zaken aan te trekken. Acht van de tien advocaten hebben hun omzet zien dalen sinds bezuinigingsmaatregelen in 2010 en hebben al clienten moeten weigeren. Het overgrote deel van de ondervraagden geeft aan dat de kwaliteit van de dienstverlening verloren gaat als de toegang tot het recht verder wordt beperkt.
De NOvA maakt zich grote zorgen over de toegang tot het recht voor rechtzoekenden met de laagste inkomens. Algemeen deken Walter Hendriksen benadrukt dat ‘juist die groep aantoonbaar de dupe wordt van de afbraak van een over vele jaren zorgvuldig opgebouwd systeem’. Hij vreest dat deze afbraak de toegang tot het recht voor die rechtzoekenden definitief zal belemmeren.
De voorgestelde maatregelen bestaan onder andere uit een verlaging van het basisbedrag vergoedingen, een verplichte gang en eigen bijdrage van rechtzoekenden bij het Juridisch Loket, het gezinsinkomen als bepalende factor voor toegang tot sociale rechtshulp bij echtscheidingen en een verhoging van het minimaal financieel belang.
Vogel vindt de uitkomsten van het onderzoek van de NOvA niet verrassend. De VSAN voerde vorig jaar een vergelijkbare enquête uit onder haar leden. Uit de resultaten daarvan kwam naar voren dat ongeveer een kwart van de advocaten denkt door de bezuinigingen binnen drie jaar met zijn praktijk te moeten stoppen. Zeventig procent van de advocaten gaf aan bepaalde soorten zaken of cliënten te gaan weigeren.
Vogel ziet, net als de NOvA, de toekomst van de sociale advocatuur somber in: “Het is vreselijk dat zoveel sociale advocaten door de voorgestelde bezuinigingen hun werk niet zullen kunnen voortzetten.” Nog zorgwekkender vindt Vogel het gegeven dat voor een grote groep rechtzoekenden de toegang tot het recht zal worden belemmerd: “Het betreft hier een kwetsbare groep. Voor iemand die op bijstandsniveau leeft kan een geschil over € 500,- al tot grote problemen leiden.”
Het Juridisch Loket zal in de voorgestelde wetswijzigingen als het ware een ‘selectie aan de poort’ gaan uitvoeren door zelf te bepalen welke zaken wel of niet in aanmerking komen voor gefinancierde rechtsbijstand. Vogel heeft er weinig fiducie in dat het Juridisch Loket deze taak adequaat kan uitvoeren. “De nieuwe functie van het Juridisch Loket wordt door voorstanders van de bezuinigingen wel vergeleken met die van een huisarts. Het Juridisch Loket moet gaan beslissen welke zaken behandeling door een advocaat nodig hebben en welke zaken op een andere manier kunnen worden opgelost. Maar die vergelijking gaat mank, omdat het Juridisch Loket niet de capaciteiten van een huisarts – een academicus – in huis heeft”, betoogt Vogel.
Westerveld: “Nu zijn er nog genoeg sociale advocaten. Dat zijn er straks te weinig. Ook al zal het Juridisch Loket ervoor zorgen dat zaken die op een andere manier kunnen worden afgedaan niet meer bij een advocaat terecht komen, dan blijven er nog steeds genoeg zaken over die echt een juridisch probleem behelzen en waarbij bijstand van een advocaat onontbeerlijk is. Een deel van deze zaken komt straks tussen de wal en het schip terecht.”
De bezuinigingen zullen onder andere tot gevolg hebben dat rechtzoekenden in kantonzaken vaker zelf zullen gaan procederen. Westerveld legt uit dat rechters actiever met partijen zullen gaan meedenken dan nu het geval is. Dit past in het streven van de overheid om een klantvriendelijke overheid te zijn. Toch voorziet Westerveld problemen als rechtzoekenden hun eigen zaak moeten gaan bepleiten: “Het procesrecht kent vele valkuilen. Advocaten kennen deze valkuilen, maar door rechtzoekenden is een procesrechtelijk foutje zo gemaakt. De overheid zou pas echt klantvriendelijk zijn als rechters iets coulanter zouden mogen omgaan met procedurele foutjes.”
