Een van de onderwerpen waar de Commissie rechtseenheid bestuursrecht zich afgelopen jaar heeft gebogen is wat zij aanduidt als de ‘postproblematiek’, de gevolgen van de problemen bij de postbezorging. In de commissie zijn de hoogste bestuursrechters vertegenwoordigd (de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, de Centrale Raad van Beroep, het College van Beroep voor het bedrijfsleven en de Hoge Raad).
Verschoonbaar
In het jaaroverzicht merkt de commissie op dat de rechtscolleges steeds vaker te maken krijgen met beroepen op verschoonbare termijnoverschrijding. Een belanghebbende stelt dan dat hij een termijn niet heeft gehaald doordat hij een processtuk niet heeft ontvangen. Oorzaak hiervan is volgens de commissie dat aangetekende post of het afhaalbericht “in toenemende mate” de geadresseerde niet bereikt. Dat leidt ertoe dat de beroepen op verschoning vaker worden gehonoreerd. De colleges passen daarbij allemaal hetzelfde beoordelingskader toe.
Jan Reinier van Angeren en Tom Barkhuysen schreven afgelopen najaar in de rubriek Snelrecht over een uitspraak op dit gebied van de Afdeling bestuursrechtspraak.
Zes weken
Maar niet alleen in het bestuursrecht doen zich postbezorgingsproblemen voor. Al langer wordt door advocaten in allerlei rechtsgebieden geklaagd over (aangetekende) post van de Rechtspraak die hen niet, of niet op tijd bereikt.
Zo meldde Saskia Peijnenburg (Abma Advocaten) zich gisteren op LinkedIn. Ze had post van de Rechtspraak van 23 december ontvangen; die had er dus zes weken over gedaan om haar te bereiken. De griffierechtnota’s waarover de aanmaningen die ze ontving gingen had ze überhaupt nog niet gekregen. Het servicecentrum van de Rechtspraak reageert meelevend onder het bericht; als Peijnenburg contact met ze opneemt kunnen ze melding van de zaak maken.
Dramatisch
En vandaag schrijft Gerbrand Kranendonk (BrandMR) op LinkedIn over een brief van een rechtbank waarin hem werd verzocht binnen drie werkdagen te reageren op een verweer in een verzoek om een voorlopige voorziening. De post bereikte hem op de vierde dag. “Gelukkig kreeg ik die brief ook per Zivver.” Kranendonk schrijft ook dat het rond de jaarwisseling “helemaal dramatisch” was. Toen kwam hij op rechtspraak.nl uitspraken tegen in zaken waar hij bij betrokken was, maar die hij zelf nog niet had ontvangen. “Het lijkt mij een aandachtspunt voor het nieuwe kabinet om hier eens een oplossing voor te vinden. Als PostNL het niet kan, misschien een andere aanbieder wel?”, eindigt hij zijn bericht.
Prioriteit
Intussen probeert de Rechtspraak wel minder afhankelijk te worden van de papieren post. Digitaal procederen kan in steeds meer zaken, en soms kunnen processtukken worden uitgewisseld via Veilig Mailen. Maar dat geldt nog lang niet voor alle typen zaken bij alle gerechten. Dus in de tussentijd blijven procesdeelnemers afhankelijk van de postbezorging. De aangekondigde verruiming van de postbezorgingstermijn leidde afgelopen november leidde tot een − ongevraagd − wetgevingsadvies van de Raad voor de rechtspraak aan het ministerie van Economische Zaken. De Raad adviseert daarin om processtukken die per post worden verzonden dezelfde prioriteit te verlenen als rouw- en medische post.
