Rechtsfilosoof Pauline Westerman: proces van regulering onomkeerbaar

Delen:

Pauline WestermanDe samenleving wordt steeds meer gereguleerd. Met het klassieke recht hebben veel van de regels van de laatste jaren weinig te maken. Bovendien creëren ze vaak een schijnzekerheid die weinig met de werkelijkheid van doen heeft. “We hebben het leven onwaarschijnlijk geformaliseerd en dat draai je niet meer terug. Dat is een sombere conclusie, maar theoretisch is het interessant.” Dat zegt Pauline Westerman, rechtsfilosoof aan de Rijksuniversiteit Groningen, in een interview in Mr. dat aanstaande vrijdag verschijnt.

Pauline Westerman is sinds 2001 hoogleraar rechtsfilosofie aan de Rijksuniversiteit Groningen. Zij promoveerde in 1997 cum laude op het proefschrift The Disintegration of Natural Law Theory waarin ze afrekent met het idee dat recht een door God of de natuur gegeven, in de kern onveranderlijk en bovenmenselijk verschijnsel zou zijn. Naast haar professoraat is Westerman onder meer programmamanager van de Academie voor Wetgeving en lid van de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen.

Dat de wereld juridificeert staat voor Westerman vast. Wel maakt zij graag onderscheid tussen het recht als systeem en de regels als middel. Dat laatste noemt Westerman regulering. “De maatschappij wordt in toenemende mate geformaliseerd”, legt ze uit. “Terreinen die voorheen buiten de reikwijdte van het recht lagen, zoals onderwijs of zorg, zijn inmiddels tot in het extreme gereguleerd. Van museumdirecteur tot fysiotherapeut, iedereen moet zich tegenwoordig verantwoorden volgens gestandaardiseerde protocollen, toetsingskaders en andere vormen van regulering.” Westerman wijt dit onder meer aan de internationale verplichtingen – positive obligations – die staten krijgen opgelegd: een goed familieleven, degelijk onderwijs, toegankelijke zorg, men kan het zo gek niet bedenken of het moet worden afgedwongen. Waar het klassieke recht vooral was bedoeld om negatieve gevolgen te vermijden, is de moderne regulering gericht op het bereiken van positieve doelen. “Je kunt zeggen: wie zich als arts misdraagt, moet voor de tuchtrechter verschijnen. Je kunt ook zeggen: een arts moet maximaal op de hoogte zijn van alles wat met de uitoefening van zijn vak te maken heeft. Dat laatste is de manier waarop de samenleving in toenemende mate wordt geordend. Dat noem ik regulering.”

“Het klassieke recht is altijd een abstractie van de werkelijkheid en dat moet ook”, aldus Westerman. “Je kunt niet voor elke mevrouw die gaat scheiden eigen regels opstellen. Het probleem is dat er tegenwoordig veel meer actoren zich met de ontwikkeling en toepassing van regels bemoeien. Iedereen is bureaucraat geworden en iedereen is medeplichtig. Dat is misschien wel het ergste; heel veel mensen geloven oprecht in de werking van dit soort regelgeving. De regulering zelf wordt dan de werkelijkheid. In zoverre geloof ik dat het proces van regulering onomkeerbaar is. We hebben het leven onwaarschijnlijk geformaliseerd en dat draai je niet meer terug. Dat is een sombere conclusie, maar theoretisch is het interessant. Die arme fysiotherapeut moet zich tot diep in de nacht verantwoorden en ik mag er mooie lezingen over houden.”

Conformistische muizen

Momenteel houdt Westerman zich vooral bezig met de vraag naar rechtsgelding. “We zijn geneigd om een regel pas geldig te noemen als ze op een bepaalde manier tot stand is gekomen en aan bepaalde voorwaarden voldoet”, zegt Westerman. “Veel van die soft law krijgt echter een werking alsof het recht is, terwijl het niet aan de formele geldigheidsvereisten voldoet. Hoe kan dat en hoe werkt dat? Dat wil ik graag weten.” Wat Westerman verder intrigeert, is de vraag waarom mensen zich eigenlijk aan het recht houden. In de rechtsfilosofie is het gebruikelijk om de binding aan het recht te verklaren uit ofwel het feit dat recht een ‘dwangorde’ is ofwel vanuit de morele legitimiteit van het recht. In het eerste geval houden mensen zich aan het recht omdat ze bang zijn voor straf, in het tweede zijn ze het moreel eens met het recht. Westerman vindt het verwonderlijk dat stelselmatig een derde mogelijkheid over het hoofd wordt gezien, namelijk het voordeel dat mensen hebben bij het recht. “Dan doel ik niet zozeer op de omstandigheid dat het recht zorgt voor veiligheid of iets dergelijks, maar eerder op de rechten en bevoegdheden die mensen hebben. Als mensen deze bevoegdheden niet krijgen, is de binding aan het recht minder groot.”

De hoogleraar geeft een voorbeeld uit de internationale actualiteit. “De laatste jaren heeft premier Maliki van Irak (onlangs afgetreden, red.) alleen de sjiieten baantjes gegeven en aan die banen zijn rechten en bevoegdheden verbonden. De soennieten hebben geen enkele hoop op enig voordeel van het bestaande rechtssysteem. Op zo’n moment verliezen mensen het gevoel zich aan het systeem te moeten conformeren. Niet omdat ze het moreel verwerpelijk vinden, maar omdat ze gewoon een baantje willen. Bij ons is het min of meer omgekeerd, want iedereen krijgt maar bevoegdheden. Misschien zijn wij daarom van die conformistische muizen geworden die keurig op de trein van de regulering stappen.”

Lees het gehele interview met Pauline Westerman in het septembernummer van Mr. dat vrijdag 5 september verschijnt.

Wilt u vanaf nu elke week een samenvatting van al het nieuws van Mr. in uw mailbox? Klik hier

Delen:

Het belangrijkste nieuws wekelijks in uw inbox?

Abonneer u op de Mr. nieuwsbrief: elke dinsdag rond de lunch een update van het nieuws van de afgelopen week, de laatste loopbaanwijzigingen en de recentste vacatures. Meld u direct aan en ontvang elke dinsdag de Mr. nieuwsbrief.

Scroll naar boven