Rechtspraak: plannen met bestuursrechtspraak ‘principieel onjuist en ondoordacht’

Delen:

4XL0ZJ4W 6b0De rechtspraak heeft geen goed woord over voor het conceptwetsvoorstel bestuursrechtspraak. Dat blijkt uit een nog niet openbaar gemaakt advies van de Nederlandse Vereniging van Rechtspraak (NVvR) aan de ministers van Binnenlandse Zaken en Veiligheid en Justitie. Het advies is opgesteld door een werkgroep waarin alle bij de bestuursrechtspraak betrokken instanties vertegenwoordigd waren.

Het wetsvoorstel, waarvan de consultatieronde morgen, woensdag 15 april eindigt, voorziet in een volledig omgooien van de bestuursrechtspraak. Zo verdwijnen de Centrale Raad van Beroep en het College van Beroep voor het bedrijfsleven geheel.

Het conceptwetsvoorstel heeft twee componenten: enerzijds een nog verdere splitsing van de adviserende en de rechtsprekende taak van de Raad van State (RvS) en anderzijds de opheffing van de Centrale Raad van Beroep (CRvB) – gespecialiseerd in het sociale zekerheids- en ambtenarenrecht – én het College van Beroep voor het bedrijfsleven (CBb) – gespecialiseerd in sociaal-economisch bestuursrecht. De taak van de CRvB wordt in het conceptwetsvoorstel overgeheveld naar de gerechtshoven en die van de CBb naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de RvS. Achtergrond van het voorstel is dat de rechtseenheid en overzichtelijkheid gebaat zijn bij een verdere concentratie van bestuursrechtspraak.

Het door alle geledingen van de bestuursrechtspraak gedragen advies aan de ministers is opgesteld door de Wetenschappelijke Commissie (WeCO) van de Nederlandse Vereniging voor Rechtspraak (NVvR). Daarnaast hebben alle verschillende geconsulteerden ook nog eens ieder afzonderlijk hun advies uitgebracht.

De NVvR noemt het conceptwetsvoorstel in haar separate advies ‘principieel onjuist en onvoldoende doordacht’. Het wetsvoorstel leidt namelijk niet tot het door de rechtspraak zo gewenste vereenvoudigde en transparante stelsel. Een stelsel dat bovendien bestand zou moeten zijn tegen toekomstige ontwikkelingen. Daar komt bij dat het functioneren van het huidige stelsel volgens de NVvR helemaal geen ‘urgent probleem is dat opgelost moet worden’. Ook is de timing ongelukkig, omdat er in de rechtspraak al zo veel onrust is. Deze reorganisatie valt namelijk samen met de overheveling van overheidstaken naar lagere overheden, waardoor het aantal bestuursrechtelijke zaken de komende jaren flink zal toenemen. En dan zijn er ook nog de Herziening van de Gerechtelijke Kaart (HGK) en het programma Kwaliteit en Innovatie (KEI). De NVvR vindt het verder onacceptabel dat een zo ingrijpend conceptwetsvoorstel met geen woord rept over de gevolgen voor diegenen die werkzaam zijn bij de CRvB en CBb. Terug naar de tekentafel, is het dringende advies van de NVvR.

Ook de werkgroep laat zich dus zeer kritisch uit over het conceptwetsvoorstel. De werkgroep had bijvoorbeeld liever gezien dat niet alleen de CRvB, maar ook de CBb zou wordenondergebracht bij de rechterlijke macht. Onderbrenging van de CBb bij de Afdeling bestuursrechtspraakbrengt de daaruit voortvloeiende rechtspraak namelijk buiten het zicht van de Raad voor de rechtspraak. Daarnaast meent de werkgroep dat opheffing van de CBb zal leiden tot ‘kwaliteitsverlies van de rechtspraak’ op het specialistische terrein van de CBb. Overheveling naar de Afdeling bestuursrechtspraak betekent dat de benodigde specialistische kennis opnieuw door de Afdeling rechtspraak moet worden opgebouwd. Ook bij de overheveling van de taken van de CRvB naar de gerechtshoven voorziet de werkgroep een aantal serieuze problemen. Een daarvan is dat de CRvB-zaken over vier gerechtshoven zullen worden verdeeld. Een gevaar voor de rechtseenheid, aldus de werkgroep.

De werkgroep staat positiever tegenover het nóg duidelijker scheiden van de rechtsprekende en adviserende taak van de RvS, al is het alleen maar om de schijn van afhankelijkheid bij wantrouwende burgers te voorkomen. De werkgroep benadrukt echter wel dat nu al aan de geldende regelgeving wordt voldaan en stelt ook een aantal vraagtekens bij de in het conceptwetsvoorstel voorgestelde maatregelen die tot een nog meer ‘waterdichte scheiding’ moeten leiden.

In het jaarverslag 2014 van de RvS, dat afgelopen week werd gepubliceerd, toonde ook vice-president Donner zich weinig enthousiast over het conceptwetsvoorstel voor zover het de verdere scheiding van de twee taken van de RvS betreft. Niet nodig, betoogde hij. De status quo – geen volledig organisatorische, maar wel een personele scheiding – “is binnen de RvS adequaat gewaarborgd en voldoet daarmee aan de eisen die het Europees Hof heeft gesteld.” En een complete organisatorische scheiding was ook helemaal niet hoe Montesquieu het ooit voorgeschreven had. Donner: “De keuze om een nog duidelijkere scheiding aan te willen brengen tussen advisering en bestuursrechtspraak is een fundamentele keuze met gevolgen voor de kwaliteit van wetgeving en rechtspraak.” Hij benadrukt dat het voordeel van de huidige situatie juist is dat “schaarse topdeskundigheid uit beide afdelingen bij elkaar kan worden gebracht in kennisgroepen die (pre)adviezen geven.”

Wilt u vanaf nu elke week een samenvatting van al het nieuws van Mr. in uw mailbox? Klik hier

Delen:

Het belangrijkste nieuws wekelijks in uw inbox?

Abonneer u op de Mr. nieuwsbrief: elke dinsdag rond de lunch een update van het nieuws van de afgelopen week, de laatste loopbaanwijzigingen en de recentste vacatures. Meld u direct aan en ontvang elke dinsdag de Mr. nieuwsbrief.

Scroll naar boven