Het schort eigenlijk aan alles in het wetsvoorstel Strafbaarstelling gezichtsbedekking bij demonstraties. Zo valt het advies van de Raad van de rechtspraak nog het best samen te vatten. Zowel als het gaat om onderbouwing, noodzaak, proportionaliteit als handhaving ziet de Raad ernstige problemen. Het eindoordeel van het wetgevingsadvies luidt dan ook om het wetsvoorstel op deze manier niet in te dienen.
‘Ontmoedigend effect’
De wetgever noemt een hoop belangen die de strafbaarstelling zouden moeten motiveren, zo schetst de Raad, maar geen van die belangen zijn deugdelijk onderbouwd. In veel gevallen sluit het wetsvoorstel ook niet aan bij beschermde grondrechten die voortkomen uit het EVRM. En waar dat niet het geval is, lijkt het huidige wettelijk kader en de bevoegdheden van het lokale gezag al voldoende om de openbare orde tijdens demonstraties te kunnen waarborgen.
De Raad vindt het huidige wetsvoorstel dan ook “te algemeen” en vermoedt dat er een “ontmoedigend effect” van uitgaat, “omdat mensen uit angst minder snel gaan deelnemen.” Dat terwijl burgers het grondrecht hebben om te demonstreren, zo benadrukt de Raad.
Handhaving
Op het gebied van handhaving vreest de Raad dat een verbod op gezichtsbedekkende kleding juist zal zorgen voor meer escalatie bij demonstraties. “Escaleert de demonstratie dan niet juist vanwege het politieoptreden?” zo vraagt men zich hardop af. “In het wetsvoorstel is er onvoldoende onderbouwd dat strafrechtelijke sancties gerechtvaardigd zijn voor het dragen van gezichtsbedekking bij vreedzame demonstraties.”
Overigens staat de Raad voor de rechtspraak zeker niet alleen in zijn kritiek op het huidige wetsvoorstel. In een eerder stadium lieten ook het Openbaar Ministerie, de politie en burgemeesters al weten weinig in het verbod te zien. Het is door al die kritiek nog maar zeer de vraag in hoeverre het wetsvoorstel nog een vervolg krijgt.
