Op 1 januari 2026 is een aantal beroepsregels voor de advocatuur gewijzigd. De aanpassing van de Verordening op de advocatuur (Voda) komen voort uit de Wijzigingsverordening verlenging experiment rechtsbijstandsverzekeraars 2025 en de Wijzigingsverordening resultaatgerelateerd honorarium en experiment letsel- en overlijdensschadezaken 2025. Beide zijn voorgesteld door de algemene raad en vastgesteld door het college van afgevaardigden.
Experiment rechtsbijstandsverzekeraars
Zo wordt het Experiment rechtsbijstandsverzekeraars met twee jaar verlengd. Dit experiment maakt het voor rechtsbijstandsverzekeraars onder voorwaarden mogelijk om ook niet-verzekerden bij te staan. In januari 2021 startte de NOvA hiermee om te onderzoeken of nieuwe bedrijfsstructuren leiden tot meer keuze en een lagere drempel voor rechtzoekenden.
Resultaatgerelateerde beloning
Daarnaast wordt het Experiment letsel- en overlijdensschadezaken definitief opgenomen in de Verordening op de advocatuur (Voda). Dit houdt in dat advocaten in letsel- en overlijdensschadezaken met hun cliënt, net als in de voorgaande jaren, een beloning kunnen overeenkomen die afhangt van het (financiële) resultaat. Hierdoor zijn advocaten in dit soort zaken niet langer verplicht om de deken te informeren bij het aangaan van een resultaatgerelateerde beloning. Het experiment werd al in 2014 gestart om de toegang tot het recht te vergroten voor rechtzoekenden die niet in aanmerking komen voor gefinancierde rechtsbijstand maar over onvoldoende middelen beschikken om zelf een advocaat te betalen. Deze regeling wordt nu definitief vastgelegd in de Voda.
Financiële bijdrage
De financiële bijdrage die advocaten betalen is in 2026 even hoog als in 2025. Op basis van de solidariteitsgedachte levert iedereen binnen de balie naar draagkracht een evenredige bijdrage aan de sociale advocatuur. Dat de hoogte van de financiële bijdrage voor 2026 gelijk blijft, stelde het college van afgevaardigden begin december 2025 al vast. Afhankelijk van de inkomenscategorie varieert die bijdrage aan de Nederlandse Orde van Advocaten tussen de 291 en 1.744 euro per jaar. Dit laatste wordt betaald door advocaten die meer dan € 120.000 verdienen. Advocaat-stagiairs en wie minder dan € 40.000 verdient, betaalt € 291. Van de financiële bijdrage gaat in 2026 het grootste deel (26 procent) naar de bekostiging van de tuchtrechtspraak (hof en raden van discipline). Met 20 procent volgt het toezicht op de advocatuur, opgebouwd uit de kosten van het college van toezicht en het dekenberaad. Iets meer dan de helft (54 procent) gaat naar de uitvoering van de overige wettelijke taken van de NOvA.
