Er moet gewaakt worden voor het sluipenderwijs afkalven van de rechterlijke onafhankelijkheid, stelt Peter Ingelse, die binnenkort afscheid neemt als voorzitter van de Ondernemingskamer. In een interview met Mr., dat aanstaande vrijdag verschijnt, waarschuwt hij voor bureaucratisering en centralisering. En de gedachte dat rechtspraak kostendekkend moet zijn vindt hij absurd.
Het recht als ordenings- en beschermingsinstrument is een kostbaar goed dat niet mag worden verkwanseld onder de druk van bezuinigingen, aldus Peter Ingelse. Hij is ronduit tegen de verhoging van griffierechten en het terugschroeven van de vergoedingen voor gefinancierde rechtshulp. “De – naar ik vrees nog steeds niet verlaten – gedachte dat rechtspraak kostendekkend moet zijn, vind ik absurd. Rechtspraak vervult een functie die breder is dan iemand gelijk geven. Het gaat niet alleen om particuliere belangen. De rechtspraak maakt jurisprudentie die een veel breder effect kan hebben. (…) Natuurlijk is het een wens van de maatschappij om de rechtspraak efficiënt in te richten en daar moeten we alles aan doen. Maar bureaucratisering loert. En ook centralisering. Rechterlijke besturen krijgen en nemen steeds meer invloed. Centrale regievoering komt eraan. Er moet gewaakt worden voor het sluipenderwijs afkalven van de onafhankelijkheid. Dat gebeurt namelijk ook als men weliswaar de onafhankelijke rechter koestert en een eigen terrein gunt, maar tegelijk vriendelijk en beslist bepaald werk van zijn schouders neemt en concentreert in centrale besluitvormingsmechanismen. In dit verband: al die nadruk op doorlooptijden is ook overdreven. Ja, we moeten snel en efficiënt werken, maar rechtspraak kost ook tijd. Leg dat wat vaker uit en herhaal dat; en herhaal dat nog eens.”
“En wat betreft de rechtsbijstand van advocaten”, brandt Ingelse nog even na: “Ik vind het fout dat iedereen straks mogelijk eerst langs het Juridisch Loket moet alvorens hij een advocaat mag raadplegen.”
Fijn slijpen
Na een carrière als wetenschappelijk medewerker en advocaat stapte Peter Ingelse op zijn vijfenveertigste over naar de rechterlijke macht. Hij heeft er nooit spijt van gehad. Weliswaar is het vak van rechter minder dynamisch dan dat van advocaat, zegt hij lachend, maar een rechter moet feitelijk en juridisch gezien meer fijn slijpen. Niet alleen argumenten ten faveure van een cliënt aandragen, maar door alle feiten en meningen heen die ene juiste lijn snijden. En beslissingen nemen. “Dat vind ik leuk.”
De Ondernemingskamer, waarvan Ingelse sinds 2009 voorzitter is, biedt wat dat betreft ook voldoende uitdaging. Hij geeft een voorbeeld. “In 1994 werd de onmiddellijke voorziening in het enquêterecht ingevoerd. Sindsdien hebben wij de bevoegdheid heel snel en ook heel diep in een onderneming in te grijpen. Wij kunnen waar nodig bestuurders schorsen en er een ander neerzetten. Dat hakt erin. Vaak gaat de procedure helemaal niet om de enquête, maar alleen maar om de ingreep. Daarmee hebben we invloed, niet alleen op een onderneming, maar ook op het ondernemingsrecht in bredere zin. Ik kan niet ontkennen dat ik er plezier in heb om in de concrete zaak op zoek te gaan naar de oplossing die past, die partijen echt verder helpt, ook als die oplossing ingrijpend is.”
De grenzen van de wet
Ingelse durft daarbij de grenzen van de wet te verkennen. Net als zijn voorganger Huub Willems profileert hij zich als iemand die meningen heeft – “wel anders en wat minder uitgesproken”. Misschien is het een kenmerk van zijn generatie die de geschiedenis (geen oorlog) en de economie (groei) aan haar zijde vond. Babyboomers zijn gesteld op hun vrijheid en ontlenen er hun identiteit aan. “Ik merk dat de jongere generatie rechters weer wat dichter bij de wet blijft dan de mijne”, geeft Ingelse toe. “De jongeren zijn in mijn ogen legistischer.”
Juristen zijn voortdurend bezig met taal en proberen zo precies mogelijk te redeneren, aldus Ingelse. “Wij rechters doen niet anders. Wij kijken natuurlijk naar de aard van de regel, maar we mogen ons daarbij wel enige ruimte permitteren, meen ik. Overtuigend uitleggen, motiveren, dat is onze taak en dat leidt tot betere rechtspraak. Ik zeg uiteraard niet dat rechters het recht in eigen hand moeten nemen en er maar een beetje op los kunnen interpreteren. Ik houd mij aan de wet. Maar ik kijk wel naar de strekking van die wet en die gaat verder dan de Memorie van Toelichting.”
Actief
Op 1 mei neemt Peter Ingelse afscheid van de rechterlijke macht, omdat hij dan de leeftijdsgrens voor rechters, zeventig, heeft bereikt. Hij blijft wel actief, “maar ik verklap nog niet waarmee”.
Lees het gehele interview met Peter Ingelse in het nieuwe nummer van Mr. dat vrijdag 27 maart verschijnt.
