Hybride kracht: synthetische cumulatief preferente aandelen als nieuwe financiering

Je kent dat wel, van die onderwerpen waarbij je je ogen amper open kunt houden. Maar gelukkig zijn er ook onderwerpen waar je wakker bij blijft. Voor Mr. Student-ambassadeur Davit Gevorgyan zijn dat de synthetische cumulatieve preferente aandelen, oftewel synthetische cumprefs.

Delen:

beeld: AI generated

Tijdens een van de VTO’s (vaktechnisch overleg) bij mijn werkstudentschap merkte ik dat mijn aandacht langzaam weggleed; soorten onderwerpen waarbij de tijd nét iets langzamer lijkt te gaan. Maar halverwege diezelfde sessie kwam ineens een thema voorbij dat me wél direct wakker maakte: synthetische cumulatieve preferente aandelen, oftewel synthetische cumprefs.

De zoektocht naar flexibele en fiscaal efficiënte financieringsstructuren heeft geleid tot een groeiende belangstelling voor hybride instrumenten. Synthetische cumprefs vormen daarvan een bijzonder voorbeeld: economisch functioneren zij als preferente aandelen, maar juridisch kunnen zij worden vormgegeven als vorderingsrechten of contractuele afspraken. Die combinatie maakt het een veelzijdig instrument, met aantrekkingskracht binnen private equity, herstructureringen en bedrijfsopvolging.

De zoektocht naar flexibele en fiscaal efficiënte financieringsstructuren heeft geleid tot een groeiende belangstelling voor hybride instrumenten. Synthetische cumprefs vormen daarvan een bijzonder voorbeeld: economisch functioneren zij als preferente aandelen, maar juridisch kunnen zij worden vormgegeven als vorderingsrechten of contractuele afspraken. Die combinatie maakt het een veelzijdig instrument, met aantrekkingskracht binnen private equity, herstructureringen en bedrijfsopvolging.

Een hybride instrument tussen contract en kapitaal

Klassieke cumulatieve preferente aandelen zijn bekend: zij geven voorrang bij uitkeringen en kennen een cumulatie van niet-uitgekeerde dividenden, doorgaans zonder stemrecht. De synthetische variant volgt dat economische patroon, maar wordt volledig contractueel vormgegeven. Dat biedt een mate van vrijheid die via het formele aandelenrecht minder eenvoudig te realiseren is. Ondernemingen kunnen preferenties, rendementen en exit-mechanismen op maat definiëren, terwijl de formele aandelenstructuur onaangetast blijft.

Juist deze ontkoppeling van economische en juridische werkelijkheid maakt de synthetische cumpref aantrekkelijk, én gevoelig voor kwalificatievraagstukken.

Waarom kiezen voor een synthetische vorm?

De voordelen zijn evident. Fiscaal kan een synthetische cumpref onder omstandigheden worden aangemerkt als vreemd vermogen, waardoor de vergoeding als rente aftrekbaar is. Governance-technisch behoudt de ondernemer de volledige zeggenschap, omdat geen stemrecht hoeft te worden afgestaan. Contractueel ontstaat flexibiliteit: partijen kunnen rendementseisen, preferenties en risicoverdeling precies afstemmen op de gewenste financieringsstructuur.

Ook bij bedrijfsopvolging en familiebedrijven biedt dit uitkomst. Externe financiers of opvolgende familieleden kunnen deelnemen in de waardeontwikkeling, zonder dat de bestaande machtsverhoudingen verschuiven. Maar hier komt ook de keerzijde in beeld: de fiscale kwalificatie hangt af van de economische realiteit, en die grens wordt in de praktijk scherp bewaakt.

Aandachtspunten en het ‘randje’

De vrijheid van contract betekent niet dat elke vormgeefkeuze zonder risico is. Synthetische cumprefs bewegen zich in een spanningsveld: zij lijken op aandelen, maar worden vaak gepresenteerd als schuld; zij hebben economische preferenties, maar juridisch niet altijd een kapitaalstatus; zij kunnen vaste rendementen kennen, maar soms wordt dat rendement toch afhankelijk van winst of exit.

In dat spanningsveld kan de constructie, bewust of onbewust, op het randje balanceren. Dat geldt met name op drie fronten:

  • Fiscale kwalificatie: Als het rendement te sterk is gekoppeld aan winst of waardestijging, kan de Belastingdienst concluderen dat het instrument materieel eigen vermogen is. Dat ontneemt niet alleen de renteaftrek, maar kan ook leiden tot dividendbelastingplicht. Voorafgaande afstemming (APA/ATR) is in de praktijk vaak noodzakelijk.
  • Civielrechtelijke duiding: Wanneer het instrument economisch bijna volledig functioneert als aandeel, maar juridisch wordt gepresenteerd als schuld, kan discussie ontstaan over rangorde bij insolventie of over rechten die in strijd zijn met dwingend aandeelhoudersrecht.
  • Toepassing van de BOR: Bij bedrijfsopvolging is de fiscus kritisch op instrumenten die wél meedoen in de waardeontwikkeling, maar nauwelijks ondernemersrisico dragen. Een te kunstmatig ingericht risicoprofiel leidt vrijwel altijd tot afwijzing.

Juist omdat synthetische cumprefs aantrekkelijk zijn in situaties waarin fiscaal voordeel of zeggenschapsbehoud centraal staat, is het essentieel om zorgvuldig te analyseren waar de buitenrand van wet en beleid precies loopt. Een kleine afwijking in contractuele vormgeving kan de kwalificatie doen kantelen.

Praktijk in private equity

In private equity biedt de synthetische cumpref aanzienlijke voordelen. Investeerders kunnen rekenen op een vooraf afgesproken rendement en preferente exit, terwijl ondernemers via gewone aandelen of managementparticipaties meedelen in de upside. Deze scheiding van economische en governance-belangen maakt het instrument geschikt voor situaties waarin rendement en zeggenschap niet parallel hoeven te lopen.

Tegelijkertijd zijn private equity-structuren bij uitstek het terrein waar grenzen worden opgezocht: structuren die economisch het karakter van quasi-equity dragen, maar juridisch als schuld worden gepositioneerd, trekken al snel de aandacht van de fiscus. Heldere documentatie en economische onderbouwing zijn cruciaal om dit door de beugel te krijgen.

Praktijkvoorbeeld

Een familiebedrijf met ambitieuze uitbreidingsplannen wil extern kapitaal aantrekken, maar de zeggenschap binnen de familie behouden. De investeerder ontvangt synthetische cumprefs met een vast rendement en preferentie bij exit, terwijl de familie geen stemrecht hoeft af te staan. In dit soort situaties is contractuele precisie essentieel: het rendement moet voldoende onafhankelijk zijn van winst en waardestijging om een schuldkwalificatie te behouden. Vaak wordt zo’n structuur vooraf afgestemd met de Belastingdienst om te voorkomen dat de constructie als te ver opgerekt wordt beschouwd.

Conclusie

Synthetische cumulatieve preferente aandelen zijn een modern en krachtig financieringsinstrument dat ondernemingen en investeerders veel flexibiliteit biedt. Maar juist omdat zij op het snijvlak opereren van eigen en vreemd vermogen, van contract en kapitaal, kunnen zij in sommige vormen dicht tegen de grenzen van fiscale en juridische kaders aan komen te liggen.

Dat maakt ze niet minder waardevol, integendeel. Het vereist slechts dat zij met zorg, nuance en kennis van zowel het ondernemings- als fiscale recht worden ontworpen. Wanneer dat gebeurt, vormen synthetische cumprefs een aantrekkelijk en toekomstbestendig alternatief voor traditionele financiering, met een ongekende mate van maatwerk en controle.

Delen:

Het belangrijkste nieuws wekelijks in uw inbox?

Abonneer u op de Mr. nieuwsbrief: elke dinsdag rond de lunch een update van het nieuws van de afgelopen week, de laatste loopbaanwijzigingen en de recentste vacatures. Meld u direct aan en ontvang elke dinsdag de Mr. nieuwsbrief.

Scroll naar boven