Sterker: discussie over de verhoudingen in de trias politica hoort bij een vitale democratische rechtsstaat, aldus Van Bruggen. “Dat mag soms zelfs een beetje schuren, zolang de discussie constructief en met respect voor de onafhankelijke positie van de rechter gevoerd wordt.” Om er vervolgens op te wijzen dat discussie over de rol van de rechter niet nieuw is en dat het vertrouwen dat mensen hebben in de rechters is onverminderd hoog; iets dat steeds weer uit onderzoeken blijkt.
Wereldvreemde togadragers
Tweede Kamerlid Shanna Schilder (Groep Markuszower) stelde vragen over de rechterlijke rolopvatting, publieke uitingen en het vertrouwen in de rechtspraak. Aanleiding van een column van Marianne Zwagerman in De Telegraaf. Daarin werd forse kritiek wordt geuit op de uitspraak in de klimaatzaak Bonaire en de rolopvatting van rechters. Zwagerman betitelde rechters onder meer als “wereldvreemde togadragers met een messiascomplex”.
Nieuw beleid
Schilder – zelf jurist − wilde van de staatssecretaris onder meer uitleg over de grens tussen rechtsvinding door de rechter en het ’feitelijk creëren van nieuw beleid via jurisprudentie’. Van Bruggen antwoordt daarop: “Rechtsvorming door de rechter kan zich alleen voordoen in een specifieke zaak die aan de rechter wordt voorgelegd. Van algemene beleidsvorming is bij rechtsvinding door de rechter geen sprake. Dat neemt niet weg dat een rechterlijk oordeel in een concrete zaak wel bredere maatschappelijke gevolgen kan hebben. Het is aan de wetgever hier desgewenst op te reageren.”
Vrijheid van meningsuiting
Ook stelde Schilder vragen over de uitingsvrijheid van rechters. Of het wenselijk is dat zij zich in het openbaar, via bijvoorbeeld sociale media, uitspreken over “politieke of activistische standpunten” die direct raken aan zaken waarover zij rechtspreken? De staatssecretaris schrijft dat het voor een sterke en goed functionerende rechtspraak belangrijk is dat rechters volop deelnemen aan het maatschappelijke leven. Ook rechters hebben, net als iedereen in Nederland, vrijheid van meningsuiting. Vervolgens geeft ze aan dat daar voor rechters door hun bijzondere positie in de samenleving wel grenzen aan zitten; de samenleving moet immers op de Rechtspraak kunnen vertrouwen.
Van Bruggen wijst daarbij op de Gedragscode Rechtspraak, waarin staat dat uitingen van rechters eerlijk, correct en respectvol moeten zijn en dat in communicatie het onderscheid tussen privépersoon en rechter bewaakt moet worden. Ook noemt ze de onlangs geactualiseerde rechterscode van de Nederlandse Vereniging voor Rechtspraak, die normen bevat die rechters aan zichzelf stellen − zowel binnen als buiten de zittingszaal.
