‘Strafrecht verdient meer relativering’

Delen:

Jan CrijnsPolitici moeten reële verwachtingen wekken en geen dingen beloven die ze onmogelijk kunnen waarmaken. Dat zegt Jan Crijns, hoogleraar straf(proces)recht aan de Universiteit Leiden, in een interview in Mr. Volgens hem suggereren bewindspersonen en een groot deel van de Tweede Kamer onterecht dat de samenleving veiliger wordt van een harder, strenger en uitgebreider strafrecht. “Het ministerie brengt te weinig de beperkingen van het strafrecht naar buiten. Meer relativering zou op z’n plaats zijn.”

Crijns is kritisch over de manier waarop de politiek het strafrecht gebruikt als panacee voor maatschappelijke problemen. “Ik zeg niet dat het strafrecht geen enkele rol speelt in de inrichting en beveiliging van onze samenleving”, nuanceert hij bij voorbaat. “Het abolitionistische geluid uit de jaren zeventig dat het strafrecht maar moet worden afgeschaft is inmiddels wel verstomd. De maatschappij heeft behoefte aan vergelding en dat is een legitieme behoefte. De bewindspersonen en een groot deel van de Tweede Kamerleden suggereren echter dat met een harder, strenger en uitgebreider strafrecht de samenleving veiliger wordt en de burger beter wordt beschermd. Dat betwijfel ik ten zeerste. Ik vind dat politici reële verwachtingen moeten wekken en geen dingen moeten beloven die ze onmogelijk kunnen waarmaken.”

Schijnbevoegdheid

Als voorbeeld noemt Crijns de positie van het slachtoffer in het strafproces. Dat het slachtoffer via het spreekrecht een positie heeft verworven binnen het strafproces, juicht hij toe. “Het is legitiem dat een slachtoffer zich mag uitspreken over de impact die het feit op hem heeft gehad. De staatssecretaris overweegt echter het slachtoffer ook adviesrecht te geven over de hoogte van de straf. Ik vind dat we veel fundamenteler moeten nadenken over de positie van het slachtoffer binnen het strafproces. In Duitsland en Frankrijk kun je als slachtoffer een strafrechtelijke vervolging instellen als Privatklager of Nebenklager of via een zogeheten action directe. Ook dan zijn slachtoffers vaak nog afhankelijk van de opstelling van het OM, maar ze zijn wel partij. In Nederland hebben we daarvoor tot dusver niet gekozen. Ik vind dat deze discussie eerst moet worden gevoerd alvorens weer nieuwe bevoegdheden voor het slachtoffer te introduceren. Anders bestaat het gevaar dat het slachtoffer nodeloos wordt teleurgesteld. De rechter hoeft namelijk niets met zijn advies te doen, hij moet er alleen op responderen. We creëren een schijnbevoegdheid en dat moeten we voorkomen.”

Eenzelfde soort schijn wekt de politiek ook als het gaat om de effectiviteit van langere of strengere straffen, vindt Crijns. “We weten allemaal dat straffen op zich niet altijd werken en punitieve straffen, met name de lange gevangenisstraf, al helemaal niet. Moeten we de gevangenisstraf dan maar afschaffen? Nee, natuurlijk niet, want straffen bevredigt een andere legitieme behoefte dan het voorkomen van recidive, namelijk de vergelding. Andere straffen helpen overigens wel; onderzoek heeft duidelijk uitgewezen dat taakstraffen wel degelijk een positief effect kunnen hebben. Maar het ministerie suggereert dat een extra punitief strafrecht ook extra helpt en daar geloof ik niet in.”

De hoogleraar zegt wel te begrijpen dat in het strafrecht en de ontwikkeling ervan rekening moet worden gehouden met de gevoelens die er in de maatschappij leven. “Ik snap dat het debat over het strafrecht niet alleen wetenschappelijk wordt gevoerd met gebruikmaking van wetenschappelijk verantwoorde resultaten en tot op zekere hoogte heb ik daar vrede mee. Maar momenteel is het geluid van de wetenschap te beperkt. Wetenschappers worden te weinig gehoord en het ministerie brengt te weinig de beperkingen van het strafrecht naar buiten. Meer relativering zou op z’n plaats zijn. Strafrecht vraagt om rust en reflectie en als je te snel reageert op allerhande gebeurtenissen kan het fout gaan.”

Onmogelijke spagaat

Het strafrecht zit eigenlijk in een onmogelijke spagaat, concludeert Crijns. Aan de ene kant is sprake van meer wetgeving, meer strafbare feiten en meer en langere straffen, aan de andere kant wordt er flink op het strafrechtelijk apparaat bezuinigd. Een groter strafrechtelijk bouwwerk voor minder geld is echter een contradictie. Crijns hoort regelmatig geluiden vanuit het OM dat de organisatie steeds verder wordt uitgekleed. Dat er te veel zaken zijn en te weinig officieren, dat er te weinig ondersteuning is, dat officieren van justitie zelf alle administratie moeten bijhouden en verzoeken van advocaten moeten behandelen wat dan weer niet lukt waardoor er zaken moeten worden aangehouden et cetera. “Het systeem loopt vast”, vreest de hoogleraar. “We zouden beter meer aandacht kunnen besteden aan de organisatie van de strafrechtpleging en minder aan wetgeving. Veel van de recent ingevoerde of voorgestelde wetgeving hebben we helemaal niet nodig.”

Lees het gehele interview met Jan Crijns in het nieuwe nummer van Mr. dat aanstaande vrijdag 30 mei verschijnt.

Wilt u vanaf nu elke week een samenvatting van al het nieuws van Mr. in uw mailbox? Klik hier

Delen:

Het belangrijkste nieuws wekelijks in uw inbox?

Abonneer u op de Mr. nieuwsbrief: elke dinsdag rond de lunch een update van het nieuws van de afgelopen week, de laatste loopbaanwijzigingen en de recentste vacatures. Meld u direct aan en ontvang elke dinsdag de Mr. nieuwsbrief.

Scroll naar boven