Tien jaar Overleveringswet: reden voor een feestje?

Delen:

10-jaarTien jaar Overleveringswet, is dit een feestje waard? Dat de meningen hierover uiteenlopen, bleek tijdens het congres ‘Tien jaar Overleveringswet’ dat afgelopen maandag door de VU Law Academy samen met onder meer de Rechtbank Amsterdam werd georganiseerd. Vertegenwoordigers van de advocatuur, de rechterlijke macht en de wetenschap namen de wet onder de loep.

Tien jaar geleden is de procedure rond de uitlevering binnen de Europese Unie vereenvoudigd met als resultaat de Overleveringswet. De Overleveringswet zorgt ervoor dat uitlevering binnen de EU veel sneller kan verlopen dan onder de Uitleveringswet mogelijk was. De Internationale Rechtshulpkamer van de Amsterdamse rechtbank, die overleveringszaken beoordeelt, heeft zich de afgelopen jaren over vele honderden Europese aanhoudingsbevelen gebogen. Sommige zaken haalden de Hoge Raad en het Hof van Justitie en de wet is verschillende keren aangepast aan EU-besluiten.

Spreker Robert Malewicz (advocaat bij Cleerdin & Hamer) zei zich wel eens af te vragen of een advocaat in een overleveringszaak nou eigenlijk een juridisch dienstverlener of een stervensbegeleider is. “Er is immers juridisch vaak weinig te doen voor de cliënt. Toch willen cliënten bijna altijd weten hoe groot de kans is dat ik hem in Nederland kan houden. Ik vertel hem dan als eerst dat er een heleboel is dat ik niet kan doen. En ik maak duidelijk dat we vooral moeten kijken naar wat we wel kunnen doen.” Malewicz benadrukte dat het voor een advocaat in dit soort zaken belangrijk is zich te focussen op de rol buiten de juridische procedure in Nederland en dus meer moet kijken naar de acties die in het buitenland kunnen worden gedaan. Malewicz kaartte ook aan dat het Openbaar Ministerie (OM) wat meer voor de opgeëiste persoon mag gaan staan. Volgens de advocaat is de positie van de verdachte namelijk regelmatig tussen wal en schip. Daarnaast zou het OM wat Malewicz betreft sneller gehoor moeten geven aan overleveringsverzoeken van andere landen. Dan weet de verdachte eerder waar hij aan toe is. “Het gaat nu allemaal rechtmatig maar het zou wat rechtvaardiger kunnen.”

Malika al Mansouri, officier van justitie bij het Internationaal Rechtshulpcentrum van het Arrondissementsparket Amsterdam, vindt wel dat er reden is voor een feestje. Volgens haar heeft de wet voor een veel efficiëntere procedure binnen de EU heeft gezorgd. Als reactie op de stelling van Malewicz aangaande de positie van het OM in overleveringszaken stelde zij: “Het OM moet opkomen voor de opgeëiste personen. Dit is zeker het geval bijvoorbeeld wanneer het gaat om de kleinere misdrijven en de verdachte medewerking verleent en het liefst in Nederland blijft om bijvoorbeeld zijn baan te behouden en gezin te onderhouden. Maar het is ook de verantwoordelijkheid van de persoon zelf stappen te ondernemen en begrip te hebben voor zijn situatie. Het uitgangspunt is immers dat vervolging en berechting plaatsvinden in het land waar het feit is begaan. Hier zou ook de verdachte zich bewust van moeten zijn.”

“Ik zal u niet feliciteren maar een verjaardag is het wel.” Met deze uitspraak begon Simone Krenning – voorzitter van de Internationale Rechtshulpkamer van de Rechtbank Amsterdam. Zij zette kritische noten bij de Overleveringswet, met name bij artikel 11. Via dit artikel kan de opgeëiste persoon een overlevering tegenhouden als hij kan aantonen dat dat een mensenrechtenschending oplevert. Maar zelden wordt zo’n beroep gehonoreerd. Vanuit de zaal werd opgemerkt dat de eis hiervoor terecht zeer streng is omdat de basis van de Europese samenwerking het vertrouwensbeginsel is. Een land kan en mag niet zomaar uitgaan van slechte omstandigheden in andere lidstaten. Krenning legt echter uit dat op meer manieren dan nu wordt gedaan aan de eisen van artikel 11 kan worden voldaan. Zo zouden advocaten bij hun verweer meer rekening kunnen houden met de rapporten van het European Committee for the Prevention of Torture en andere mensenrechtenorganisaties. “Als op grond van zo’n rapport aangetoond kan worden dat detentie in het opeisende land mensenrechtelijk gezien onverantwoord is, kan een beroep op artikel 11 worden gehonoreerd.”

In overleveringszaken blijft het vooral een eeuwige zoektocht naar het vinden van een balans tussen de landen onderling. “Dat is iets dat bij het internationale strafrecht hoort en erbij moet horen”, werd opgemerkt tijdens de slotdiscussie.

Wilt u vanaf nu elke week een samenvatting van al het nieuws van Mr. in uw mailbox? Klik hier

Delen:

Het belangrijkste nieuws wekelijks in uw inbox?

Abonneer u op de Mr. nieuwsbrief: elke dinsdag rond de lunch een update van het nieuws van de afgelopen week, de laatste loopbaanwijzigingen en de recentste vacatures. Meld u direct aan en ontvang elke dinsdag de Mr. nieuwsbrief.

Scroll naar boven