Tweede Kamer stemt in met Wet planmatige aanpak onderwijshuisvesting
Het wetsvoorstel Wet planmatige aanpak onderwijshuisvesting is vorige week door de Tweede Kamer aangenomen. Het wetsvoorstel, dat betrekking heeft op het primair en voortgezet onderwijs, beoogt de aanpak van verouderde schoolgebouwen te verbeteren en beschikbare middelen doelmatiger in te zetten, werd met een ruime meerderheid aanvaard. De exacte inwerkingtreding van de wet is afhankelijk van de verdere behandeling in de Eerste Kamer. Onze specialisten van sectorteam Onderwijs duiden de praktische gevolgen van deze wet.
Sectoren: Onderwijs
Expertises: Onderwijsrecht
Mensen: Nicole Niessen, Caspar Bottemanne
Achtergrond
Al lange tijd vinden schoolbesturen en gemeenten dat de wetgeving over onderwijshuisvesting moet veranderen. De staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap wil hieraan meewerken. Er zijn nu namelijk geen wettelijke verplichtingen voor langetermijnplanningen, en de regels voor renovatie van schoolgebouwen zijn juridisch onduidelijk. Ook vinden de sector en de staatssecretaris dat er wettelijke regels moeten komen over het opstellen en delen van betrouwbare en actuele informatie over de kwaliteit van schoolgebouwen.
Belangrijke wijzigingen
Het wetsvoorstel brengt vier grote veranderingen met zich mee:
Verplichting voor een integraal huisvestingsplan
Gemeenten worden verplicht om een integraal huisvestingsplan (IHP) op te stellen, waarin zij voor een periode van vier jaar de investeringen en de geraamde investeringskosten in schoolgebouwen vastleggen. Dit plan moet onder meer inzicht geven in de bouwtechnische staat, het energieverbruik en de lange termijn onderhoudsplanning van schoolgebouwen. Het IHP is een beleidsplan zonder juridische verplichtingen. Het moet gemeenten en schoolbesturen helpen bij het maken van betere plannen en keuzes, door te kijken naar alle kosten van een gebouw.
Verplichting tot meerjarenonderhoudsplan
Schoolbesturen moeten een meerjarenonderhoudsplan (MJOP) opstellen per schoolgebouw en deze tijdig met de gemeente delen. De Inspectie van het Onderwijs zal hier toezicht op houden. Het MJOP beschrijft welke onderhoudswerkzaamheden wanneer nodig zijn en welke budgetten daarvoor worden gereserveerd. Ook moet het plan in ieder geval een looptijd van 16 jaar hebben. De staatssecretaris kan na inwerkingtreding van de wet meer eisen stellen aan de inhoud van het MJOP in een regeling. Het delen van het MJOP moet de samenwerking tussen schoolbesturen en gemeenten verbeteren.
Renovatie wordt wettelijke voorziening
Tot nu toe was renovatie een grijs gebied: het viel niet expliciet onder de verantwoordelijkheid van ofwel gemeenten ofwel schoolbesturen. Het wetsvoorstel brengt hier duidelijkheid in: renovatie wordt een wettelijke voorziening in de huisvesting en daarmee een gemeentelijke verantwoordelijkheid. Renovatie is in het wetsvoorstel een ‘alternatief voor nieuwbouw’. Volgens de staatssecretaris mag ‘renovatie’ niet verward worden met (grootschalig) onderhoud. Onderhoud blijft een verantwoordelijkheid van het schoolbestuur.
Einde investeringsverbod primair onderwijs
In het primair onderwijs geldt een investeringsverbod. Deze schoolbesturen mogen niet met de Rijkbekostiging investeren in de huisvesting. Dit wetsvoorstel maakt daar een einde aan. Net als in het voortgezet onderwijs wordt het nu mogelijk voor schoolbesturen in het primair onderwijs om onder voorwaarden te investeren in huisvesting.
Wat betekent dit voor schoolbesturen?
Het MJOP wordt een instrument voor langetermijnplanning. Het zou schoolbesturen in staat kunnen stellen om beter te onderhandelen met gemeenten over investeringen in huisvesting. Daarnaast krijgen schoolbesturen in het primair onderwijs, door het vervallen van het investeringsverbod, meer ruimte om hun huisvesting naar eigen inzicht in te richten. Het is echter niet de bedoeling dat investeringen door het schoolbestuur in de plaats komen van de financiering door gemeenten. Investeringen in de huisvesting door het schoolbestuur zijn aanvullend op de gemeentelijke investeringen.
Tegelijkertijd vraagt de wet om een proactieve houding die veel tijd en middelen kost. Schoolbesturen moeten tijdig en transparant hun onderhoudsplannen opstellen. Schoolbesturen die al een MJOP hebben, moeten kijken of deze voldoen aan de eisen van de nieuwe wet. Ook zullen alle schoolbesturen in nauw overleg met de gemeente moeten zorgen dat hun belangen goed vertegenwoordigd zijn in het IHP.
Wat betekent dit voor gemeenten?
Voor gemeenten betekent het wetsvoorstel dat de huisvestingsverordening aangepast zal moeten worden om bijvoorbeeld de regels over het voorbereiden en vaststellen van het IHP te regelen. Ook zal ‘renovatie’ nader uitgewerkt moeten worden in de huisvestingsverordening.
Door de invoering van het verplichte IHP moeten gemeenten intensiever samenwerken met schoolbesturen. Gemeenten moeten over dit plan goed overleggen met alle schoolbesturen en streven naar overeenstemming. Ook zal het voorbereiden en vaststellen hiervan meer ambtelijk werk en kosten meebrengen, zeker voor gemeenten die nog niet werken met een IHP. De staatssecretaris heeft wel toegezegd dat gemeenten financieel gecompenseerd worden voor de noodzakelijke kosten door het toevoegen van een bedrag aan het Gemeentefonds.
Tot slot biedt de introductie van ‘renovatie’ gemeenten meer flexibiliteit bij verouderde schoolgebouwen. Renovatie is namelijk in een aantal gevallen goedkoper en duurzamer dan nieuwbouw.
Vragen?
Bent u schoolbestuurder of werkt u bij een gemeente en heeft u vragen over het wetsvoorstel? Neem gerust contact op met een van onze advocaten van sectorteam Onderwijs.
