Ze wist al tijdens haar studie dat ze de advocatuur in wilde, en dat doet ze inmiddels met opvallend veel vaart: Lejla Ibisevic begon direct na haar afstuderen als advocaat, richtte al in 2023 Advocatenkantoor Ibisevic op en sloot zich datzelfde jaar aan als partner bij Oass Advocaten.
Met een specialisatie in zowel het strafrecht als het reguliere vreemdelingenrecht combineert ze een stevige advies- en procespraktijk met een betrokken en nauwgezette aanpak. Ze staat particulieren én ondernemers bij, en schakelt moeiteloos tussen Nederlands, Engels en Bosnisch/Kroatisch/Servisch.
Je bent vrij snel na je afstuderen de advocatuur ingegaan en inmiddels zelfs partner. Hoe kijk je terug op die snelle ontwikkeling?
Dat klopt. Ik heb altijd heel duidelijk voor ogen gehad wat ik wilde doen en hoe ik dat precies voor mij zag. Dit doel heb ik altijd voor ogen gehouden. Om die reden deed ik tijdens mijn studie veel werkervaring op, waaronder met name in de advocatuur. Hierdoor had ik al vrij snel een goed beeld van het werk en wist ik nog beter wat ik wel en niet wilde. Hier heb ik vervolgens naartoe gewerkt. Direct na mijn afstuderen ben ik gestart als advocaat en heb ik ieder moment aangegrepen om te leren en mijzelf verder te ontwikkelen, wat ik overigens nog steeds doe. Hierbij heb ik veel te danken aan mijn directe collega’s die altijd erg betrokken waren. Het kantoor waar je start, bepaalt in grote mate hoe je als professional wordt gevormd en welke kansen je krijgt. Ik raad iedereen aan hier goed over na te denken. Ik kreeg alle ruimte en bouwde door mijn ervaring al snel een eigen praktijk met tevreden cliënten op. Dit maakte de keuze om een eigen advocatenkantoor op te richten een stuk eenvoudiger. Toen ik die keuze eenmaal had gemaakt kwamen er verschillende mogelijkheden op mijn pad en heb ik deze vol vertrouwen aangegrepen. Ik kijk hier met een dankbaar gevoel op terug.
Wat trok je in eerste instantie aan in het strafrecht en het reguliere vreemdelingenrecht — en waarom juist deze combinatie?
Mijn passie voor het strafrecht is er altijd geweest. Ik heb mij dan ook tijdens mijn opleiding al gespecialiseerd in het strafrecht. Dit is mijn hoofdspecialisatie en het overgrote deel van mijn praktijk bestaat hieruit. Bij mijn vorige kantoor ben ik daarnaast in aanraking gekomen met het reguliere vreemdelingenrecht (denk aan: visumweigeringen of intrekkingen van verblijfsvergunningen). Dit zijn zaken waarin men, net als in het strafrecht, tegenover een grote en machtige overheid komt te staan. Hun positie is vaak enorm kwetsbaar en ik zie in de praktijk dat er helaas vaak onterechte beslissingen worden genomen. Het voelt goed om ook deze mensen hierin bij te staan en van goede bijstand te voorzien.
Hoe ziet een ‘gemiddelde’ werkdag er voor jou uit?
Er zit geen vast patroon in mijn werkdagen en iedere dag ziet er anders uit. De meeste ‘gemiddelde’ werkdagen lopen dan ook anders dan verwacht. In de eerste plaats omdat iedere dag op ieder moment een cliënt aangehouden kan worden. In de tweede plaats omdat bij dit werk vaak onverwachte (spoed)werkzaamheden komen kijken én mijn telefoon de hele dag door gaat. Mijn werkdagen bestaan doorgaans uit zittingen, kantoorwerkzaamheden en bespreking(en) alsook het bezoeken van gevangenissen en politiebureaus. Vaak loopt dit volledig door elkaar heen en is een goede planning en het hebben van overzicht van groot belang.
Welke zaak of ervaring uit je studietijd heeft jou het meest gevormd in je latere werk als advocaat?
De zaak van het Joegoslavië tribunaal. Deze zaak is mij om juridische en persoonlijke redenen goed bijgebleven. Ik ben zelf geboren in Bosnië, en ik heb hier tijdens mijn studie ook een onderzoek naar gedaan. Daarbij heb ik van dichtbij kunnen ervaren hoe machteloos burgers kunnen staan tegenover een machtig overheidssysteem en hoe enorm belangrijk een proces kan zijn en daarbij ook hoeveel een advocaat kan betekenen, niet alleen voor de betrokkenen maar ook voor het maatschappelijk belang. Zo heeft het Joegoslavië tribunaal ervoor gezorgd dat het Internationaal Strafrecht zich in een behoorlijk tempo heeft kunnen ontwikkelen.
Je spreekt meerdere talen vloeiend. Hoe helpt dat je in je praktijk?
Het is prettig voor cliënten die andere talen spreken. Die weten mij ook op basis daarvan te vinden en voelen zich beter gehoord en begrepen.
Studenten die strafrecht willen doen krijgen vaak te horen dat het ‘zwaar’ kan zijn. Wat vind jij het mooiste — en het moeilijkste — aan dit vakgebied?
Ik krijg deze vraag ook vaker van studenten. Het strafrecht schrikt op een bepaalde manier blijkbaar af. Ik vind het strafrecht het mooiste vak dat er bestaat. Maar het moet wel bij je passen. Naar mijn mening heeft ieder vak een zware kant. In het strafrecht komt dat met name omdat je te maken hebt met mensen die meestal in de kwetsbaarste fase van hun leven zitten. De impact van een strafzaak op iemands leven en dat van zijn of haar familie is enorm op alle fronten. Wat een verdachte dan nodig heeft is iemand die hen rust, vertrouwen en duidelijkheid kan geven en voor hen door het vuur gaat. Dat is ook meteen het mooiste aan het werk. Als strafrechtadvocaat bewaak je de rechten van je cliënten op alle manieren en ben je hun stem. Dit geldt zowel in de voorfase als in de rechtszaal, waar je als advocaat met een pleidooi bijvoorbeeld echt een keerpunt kunt creëren.
Tot slot: welke tip zou jij rechtenstudenten geven die dromen van een toekomst in de strafrecht- of vreemdelingenpraktijk?
Wees niet bang en laat anderen jou niet voorschrijven welk pad je moet volgen. Denk goed na over wat jij zelf wil en doe ervaring op voordat je keuzes over de toekomst maakt. Zorg dat je dicht bij jezelf blijft, luister naar je verstand en gevoel, doe altijd goed je best, neem verantwoordelijkheid en heb vertrouwen in jezelf. Gaandeweg komen er vanzelf kansen die je vervolgens kunt grijpen of kunt afslaan. Maar geef nooit op, want door hard te werken kan je alles bereiken.
