Het ‘sneller & beter’ uit de titel verwijst naar de belofte dat technologie het recht efficiënter én beter maakt. Zweistra en Hoppenbrouwers plaatsen daar vraagtekens bij en laten zien dat technologische vernieuwing vooral vraagt om een andere manier van denken over het recht en de rechtspraktijk.
Het boek is rijk aan voorbeelden die de meer abstracte lijnen toegankelijk maken. Zo wordt het voorbeeld van Kodak gebruikt om te laten zien hoe organisaties kunnen vastlopen: het bedrijf was decennialang marktleider, maar wist zich onvoldoende aan te passen toen digitale fotografie opkwam en bleef vasthouden aan een achterhaald, maar toen nog winstgevend businessmodel. Dit maakt zichtbaar hoe moeilijk het is om los te komen van bestaande processen, zelfs wanneer verandering noodzakelijk is. Een vergelijkbare dynamiek speelt in het juridisch domein, waar in de advocatuur het bestaande businessmodel steeds vaker ter discussie staat. Tegelijkertijd verschilt dat domein wezenlijk van het voorbeeld van Kodak, waar het primair ging om technologische verandering. Het toepassen van recht is een proces waarin regels betekenis krijgen in een concrete context. Juridisch werk wordt door de auteurs verbonden aan de filosofie van begrijpen en interpreteren, de hermeneutiek. De jurist die bronnen raadpleegt, weegt en toepast, doet meer dan antwoorden geven op vragen. De inzet van generatieve AI is problematisch, omdat onzichtbaar blijft hoe en in hoeverre betekenis in het taalmodel tot stand komt.
Hardnekkige aannames
Nieuwe technologie leidt niet vanzelf tot een betere juridische praktijk. De impact van AI hangt namelijk af van hoe deze wordt ingebed in organisaties en werkprocessen. Tegelijkertijd zijn er een aantal hardnekkige aannames over AI die volgens de auteurs bevraagd moeten worden, zoals het idee dat taalmodellen objectieve antwoorden geven. Achter elke output schuilen interpretatieve keuzes, deels al gemaakt in ontwerp en training. Daarmee staat ook op het spel wie invloed heeft op de uitleg van het recht.
In het laatste hoofdstuk verschuift het perspectief naar wat wél kan bijdragen aan de kwaliteit van de rechtspraktijk. Het begrip legal practice design wordt geïntroduceerd als alternatief om vraagstukken in de rechtspraktijk te adresseren en de inzet van technologie bewuster vorm te geven. Daarmee wordt de rechtspraktijk benaderd als iets dat ontworpen is en dat betekent dat de rechtspraktijk ook anders ontworpen kan worden. Technologie kan het werk versterken, mits juristen kritisch blijven op de werking en aannames van machines. Design speelt daarbij een belangrijke rol en daarmee verschuift de discussie over AI in het recht naar hoe juristen hun verantwoordelijkheid over de interpretatie van het recht behouden.
Ambitieus boek
Het boek is ambitieus en van de lezer wordt soms gevraagd zelf verbanden te leggen om de denkstappen van de auteurs te kunnen volgen. Het boek nodigt daardoor uit tot dialoog en dwingt de lezer in een actieve rol, waarin begrijpen ontstaat door het zelf lezen van de tekst en het bespreken met andere lezers. Bij mij blijft een gedachte hangen: Als juristen AI laten bijdragen aan hoe zij de wet interpreteren, dan moet het redeneerproces van AI zichtbaar en betwistbaar zijn. De huidige generatie taalmodellen is daar nog niet op ingericht, maar dat betekent niet dat een dergelijk systeem niet ontworpen kan worden.
Cees Zweistra en Julie Hoppenbrouwers, Sneller & Beter, Boom

Waardering:★★★★
Pluspunt:
Zet aan tot denken!
Minpunt:
Nodigt uit tot verdere uitwerking van hermeneutiek en de rol van design in de juridische praktijk.
