Wanneer technologie de autonomie van de jurist herijkt

In een serie columns reflecteert Ilona van de Kooi op de impact van AI op het werk van de jurist. Deze keer staat de spanning tussen professionele autonomie en digitale infrastructuur centraal.

Delen:

Eerder betoogde ik dat zorgvuldig werken met AI geen individuele aangelegenheid is. Het veronderstelt gedeelde werkprocessen, transparantie en duidelijkheid over verantwoordelijkheden. Die randvoorwaarden zijn geen technische details, maar raken direct aan de professionele autonomie van juristen: de ruimte om een zelfstandig en onafhankelijk professioneel oordeel te vormen, te twijfelen en verantwoordelijkheid te nemen voor de kwaliteit van het werk. Autonomie is daarmee een kernvoorwaarde voor professioneel handelen en veronderstelt zeggenschap over de voorwaarden waaronder dat handelen plaatsvindt. Technologie kan die autonomie ondermijnen, maar ook versterken, afhankelijk van hoe zij wordt georganiseerd. Wat gebeurt er met professionele autonomie wanneer de digitale infrastructuur waarin je werkt niet noodzakelijk de waarden weerspiegelt die jij als jurist geacht wordt te bewaken?

Autonomie zonder zeggenschap

Kunnen we nog spreken van professionele autonomie wanneer de digitale infrastructuur die het werk mede vormgeeft buiten het bereik van de jurist ligt? Die vraag is niet abstract. Voor veel juristen die in een Microsoft-omgeving werken kreeg die vraag het afgelopen jaar een heel concrete vorm. Velen van ons werken namelijk al jaren met Microsoft: vertrouwd en volgens de geldende ISO-standaarden compliant. Totdat Copilot ineens begon mee te denken. Niet na een expliciete keuze, niet na een inhoudelijk gesprek over beroepsethiek, verantwoordelijkheid of professionele waarden, maar omdat het zo werd uitgerold. Niet Copilot zelf is per se problematisch, maar de manier waarop dergelijke technologie wordt ingevoerd en zo de professionele ruimte van juristen mede bepaalt. Met die update veranderde onze werkomgeving. Niet via een bewuste professionele of organisatorische afweging, maar via digitale infrastructuur. En precies daar wordt autonomie problematisch: wanneer de voorwaarden van het werk verschuiven zonder dat zeggenschap, verantwoordelijkheid en waarden expliciet worden herijkt. Copilot is hier slechts een voorbeeld, vergelijkbare dynamieken zien we bij andere AI-tools die organisaties introduceren. Dat digitale infrastructuur wordt ontwikkeld binnen commerciële contexten met eigen belangen, blijft daarbij vaak impliciet. Het punt is dan ook niet of je enthousiast bent over de tools die worden uitgerold, maar of je als jurist daadwerkelijk zeggenschap hebt over de technologie die je werk mede vormgeeft.

Van individuele autonomie naar organisatorische verantwoordelijkheid

Als het gaat om zorgvuldig omgaan met AI wordt er nu vaak naar individuen gewezen. De jurist moet kritisch zijn, zorgvuldig omgaan met technologie en zelf begrijpen waar de grenzen liggen. Dat impliceert een persoonlijke vaardigheid, een kwestie van houding en ethisch bewustzijn, maar die focus op het individu schuurt. Medewerkers buiten de IT-afdeling beslissen meestal niet over welke digitale systemen worden uitgerold, welke AI-functionaliteiten al dan niet standaard aanstaan of hoe data wordt verwerkt. Dat zijn organisatiekeuzes, vaak belegd bij of rond de IT-afdeling. Toch verwachten we van professionals dat zij de gevolgen van die keuzes zelfstandig opvangen. Dat zij verantwoordelijkheid dragen voor kwaliteit, zorgvuldigheid en professioneel oordeel, terwijl zij nauwelijks zeggenschap hebben over de infrastructuur die dat werk vormgeeft. Autonomie wordt zo een plicht zonder bijbehorende macht. Precies daar ontstaat de illusie van autonomie. Niet omdat juristen hun verantwoordelijkheid ontlopen, maar omdat autonomie wordt verondersteld zonder dat zij ook daadwerkelijk wordt georganiseerd.

De belofte van datagedreven werken

De spanning tussen technologie en professionele autonomie is niet nieuw. Ook vóór AI werd werk steeds vaker ingericht langs de logica van data en efficiëntie. Twintig jaar geleden geloofde ik zelf sterk in datagedreven werken. Ik draaide wekelijks rapportages uit voor mijn manager, overtuigd dat ik goed bezig was, tot ik merkte wat er gebeurde. Mijn rapportages creëerden een nieuwe werkelijkheid, waarin collega’s harder gingen werken, niet omdat het werk daar inhoudelijk om vroeg, maar omdat de data suggereerden dat dat mogelijk was. De cijfers kregen gezag. Ze introduceerden een derde perspectief naast dat van de professional en de manager: de ogenschijnlijk neutrale ‘harde data’. En wie met Excel (of een gelijksoortige tool) heeft gewerkt weet: wat meetbaar is, gaat sturen. Ook als het maar een deel van de werkelijkheid vangt. Ook als het schuurt met professionele ervaring. Ook als het ten koste gaat van ruimte om te reflecteren, te twijfelen of creatief te denken. In de loop der jaren werd die datalogica steeds dwingender. AI versterkt dit mechanisme. Verwachtingen over snelheid, output en efficiëntie worden steeds vaker ingebakken in systemen zelf. En opnieuw verschuift de druk richting de professional.

Professionele autonomie is een organisatorische keuze

Als AI een structureel onderdeel wordt van juridisch werk, kunnen we professionele autonomie niet blijven reduceren als een individuele vaardigheid. AI-geletterdheid van juristen is geen persoonlijke hobby of extra competentie, maar een collectieve randvoorwaarde om het beroep zorgvuldig uit te oefenen. Als de digitale infrastructuur andere waarden volgt dan die van de jurist, komt professionele autonomie onder druk te staan, niet door technologie, maar door hoe zij is georganiseerd. De onrust rond AI legt dan ook niet zozeer een gebrek aan autonomie van juristen bloot, maar een gebrek aan governance binnen organisaties. Digitale infrastructuur wordt vaak gepresenteerd als neutraal of technisch, terwijl zij in werkelijkheid het resultaat is van keuzes waarin commerciële, organisatorische en strategische belangen samenkomen. Daar ligt een cruciale rol voor juristen. Dankzij hun kritische houding zijn zij bij uitstek getraind in het herkennen, wegen en beschermen van belangen, ook wanneer die belangen niet expliciet worden benoemd. Dat vermogen is geen obstakel voor innovatie, maar een noodzakelijke voorwaarde voor verantwoorde technologische keuzes. Dit is geen oproep tot meer voorzichtigheid, maar tot meer betrokkenheid. Gericht aan juristen, om zich te mengen in gesprekken over digitale infrastructuur en AI. Daarnaast aan bestuurders, om juristen structureel te betrekken bij besluitvorming over systemen, data en AI.

AI neemt geen autonomie weg, organisaties doen dat.

Delen:

Het belangrijkste nieuws wekelijks in uw inbox?

Abonneer u op de Mr. nieuwsbrief: elke dinsdag rond de lunch een update van het nieuws van de afgelopen week, de laatste loopbaanwijzigingen en de recentste vacatures. Meld u direct aan en ontvang elke dinsdag de Mr. nieuwsbrief.

Scroll naar boven