Horloge. Afwezige blik. Stilte. Het is vrijdagochtend 08.30 uur. Ik ben net op kantoor. De notaris belt: migraine, hij komt niet. “Belangrijke klant, weinig tijd, the show must go on.” De woorden blijven in mijn hoofd rondzingen. Oké dan. Ik haal de cliënt iets voor negen uur uit de wachtkamer. Begin veertig. Strak in pak. DGA. We gaan zitten.
Ik start de bespreking zoals ik heb geleerd: enthousiast, inhoudelijk, scenario’s schetsen, keuzes bieden, consequenties uitleggen. Na 15 minuten kijkt hij op zijn horloge. Zie je wel, denk ik -met in mijn achterhoofd de instructie van de notaris-, hij heeft haast. Ik versnel. Tot ik opkijk en schrik: zijn ogen dwalen af, zijn aandacht glijdt weg en hij kijkt op zijn horloge. In mijn hoofd stapelen de vragen zich op, maar hardop stel ik ze niet. “Not done”, toch? Aan het einde van mijn relaas vraag ik: “Welk scenario zou u willen kiezen?” Hij zegt: “Eerlijk? Ik heb maar de helft gehoord. Ik zit midden in een reorganisatie. Ik moet mensen ontslaan die vanaf het begin in mijn bedrijf werken.”
Oh. Die zag ik niet aankomen.
Wat non-verbale communicatie zegt (en wat juristen vaak níet leren)
Tijdens studie en (beroeps)opleidingen leer je vooral juridisch zorgvuldig formuleren wat er inhoudelijk speelt. Wat je zelden leert is: hoe lees je het gesprek zelf? Wat gebeurt er onder de woorden? Non-verbale communicatie is geen decoratie, maar data: gezichtsuitdrukking, stem, houding, blik.
Zie het als een extra informatiestroom. Wat je cliënt je naast de inhoud van een casus vertelt zonder er iets over te zeggen met zijn/haar blik, gespannen houding, ademhaling, spreektempo, toonhoogte, stiltes. Non-verbaal gedrag van je cliënt beïnvloedt hoe jouw boodschap bij hem of haar landt, vooral als jouw cliënt stress ervaart.
Van invullen naar waarnemen
Neuro Linguistisch Programmeren (NLP) geeft praktische tools die je als jurist kunt gebruiken om te ‘lezen’ wat er gebeurt. NLP werkt met de gedachte dat we informatie verwerken via zintuiglijke “kanalen”. Als je die kunt waarnemen bij je cliënt, levert dat extra informatie op.
- Zien: waar is de blik op gericht, gezichtsuitdrukking
- Horen: spreektoon, spreektempo, spreekvolume, stiltes
- Voelen/ervaren: hoge ademhaling, onrustig op stoel zitten
Je benoemt observeerbaar gedrag (“ik zag u op uw horloge kijken”) in plaats van het gedrag te interpreteren (“de cliënt heeft haast”). En, je kunt daarna een vraag stellen om te achterhalen wat maakte dat de cliënt op zijn horloge keek.
Luister naar de ‘zintuigtaal’
Mensen verraden in hun woorden vaak hun focus:
“Ik zie door de bomen het bos niet” (zien).
“Dat klinkt logisch” (horen).
“Dit voelt zwaar” (voelen).
Door aan te sluiten bij het zintuig dat je cliënt gebruikt, landt je uitleg vaak sneller.
“Zal ik wat mogelijkheden laten zien?”
“Zal ik u wat opties laten horen?”
“Zal ik wat opties schetsen die het lichter maken?”
De juristen-interventie in één zin
Observeer scherp, benoem wat je waarneemt en check professioneel door vragen te stellen. Zo gebruik je de extra informatie die je cliënt je geeft op een professionele manier en kom je sneller tot de kern.
