‘ZSM is een ongepaste afdoening van strafzaken’

Delen:

De ZSM-methode is een ongepaste afdoening van strafzaken. Dat zei Marijke Malsch, senior onderzoeker bij Nederlands Studiecentrum Criminaliteit en Rechtshandhaving en rechter-plaatsvervanger, tijdens het debat ‘Vrij denken, vrij spreken’ dat op de internationale Dag van de Mensenrechten afgelopen dinsdag werd georganiseerd.

Vijf juridische professionals discussieerden over de onafhankelijkheid van de rechterlijke macht onder leiding van Clairy Polak. Dat deden zij aan de hand van opmerkelijke praktijkvoorbeelden uit het boek ‘Opwaaiende toga’s. Achter de schermen van de rechtbank’ (geschreven door journalisten Jelle van der Meer en Hella Rottenberg).

De Universele Verklaring voor de Rechten van de Mens bestaat deze week 65 jaar. Artikel 10 van de Verklaring luidt: ‘Een ieder heeft, in volle gelijkheid, recht op een eerlijke en openbare behandeling van zijn zaak door een onafhankelijke en onpartijdige rechterlijke instantie bij het vaststellen van zijn rechten en verplichtingen en bij het bepalen van de gegrondheid van een tegen hem ingestelde strafvervolging.’ Het recht op toegang tot een onafhankelijke rechter in Nederland is echter lang niet zo vanzelfsprekend als soms wordt gedacht.

Take it or leave it

Er werd uitgebreid stilgestaan bij de zogeheten ZSM-werkwijze. Een methode die staat voor daadkrachtige, snelle, passende en efficiënte aanpak van veelvoorkomende criminaliteit. De politie, het OM en andere ketenpartners pakken deze misdrijven aan en beslissen zo gauw mogelijk over een afdoeningsproject. In veel ZSM-gevallen komt de rechter er niet aan te pas. ZSM-projectleider Chris van Dam (plaatsvervangend hoofdofficier van justitie) vindt het positief dat de burger hierdoor snel een duidelijk reactie kan krijgen op zijn zaak, vooral wanneer het gaat om relatief kleine delicten. “Een snelle afdoening kan in dit soort gevallen zorgen voor maatschappelijke tevredenheid. De kwaliteit wordt gewaarborgd door er een professional bij te betrekken, namelijk onder andere een officier van justitie.” Marijke Malsch, senior onderzoeker Nederlands Studiecentrum Criminaliteit en Rechtshandhaving te Amsterdam en rechter-plaatsvervanger, vindt de ZSM-procedure echter té ‘onzichtbaar’ en noemt het ‘een ongepaste afdoening van strafzaken’. “De rechter en de advocaat worden amper betrokken bij de procedure. Er is ook weinig sprake van hoor en wederhoor. De verdachte krijgt nauwelijks de gelegenheid om te reageren op de afdoening. Het is ongeveer take it or leave it.” Van Dam is het eens dat de rechtsbijstand te pover is ontwikkeld in ZSM-procedures. Dit is volgens hem een financieel probleem dat snel moet worden aangepakt.

Bagatel zaken

Het volgende debatonderwerp stond in het teken van beledigingen en geweld jegens ambtenaren. Het plegen van zo’n misdaad levert de dader een drie keer zo hoge boete op ten opzichte van belediging bij niet-ambtenaren. Is dit eigenlijk redelijk? Daarbovenop worden deze zaken vaak door een collega van de getroffen politieagent afgewikkeld. Is dit wel eerlijk? Volgens Bart Nooitgedagt (voorzitter van de Nederlandse Vereniging van Strafrechtadvocaten) zorgen deze gevallen voor veel bagatelzaken die op hun plaats ook nog eens kosten realiseren die buitenproportioneel zijn. “Politieagenten werken in een geweldsmonopolie en hebben nu eenmaal vaak te maken met dronken burgers die er wel eens wat uit floepen”, aldus Nooitgedagt. Gerrit van de Kamp (voorzitter van de politievakbond ACP en voormalig politieagent) is het niet met hem eens. Volgens hem is het terecht dat hogere straffen staan op het beledigen van ambtenaren. “De hogere strafmaat wordt door het OM gesteld. Het is uiteindelijk aan de rechter om deze op te leggen of niet. De onafhankelijkheid van de rechter wordt dus niet aangetast.” Hij vervolgt: “Er zijn veel ambtenaren die meer last ondervinden van dergelijke bejegeningen dan buitenstaanders denken. Politieagenten moeten gezag uitvoeren, als daarmee wordt gesold moet dat worden bestraft.”

Rechtsongelijkheid

Op Schiphol is een speciale rechtbank gerealiseerd die zich geheel toespitst op drugssmokkel in de luchthaven. De strafmaten die de Schipholse rechters kunnen opleggen wijken niet veel af van de straffen die rechters in Rotterdam kunnen uitdelen voor drugssmokkel in bijvoorbeeld de Rotterdamse haven. Terwijl de misdaden vaak weldegelijk verschillen qua omvang. Maar de wet maakt hierin nauwelijks onderscheid. En dat is volgens Albert Patijn (strafrechter die vaak zitting heeft op Schiphol) en Bote ter Steege (officier van justitie met veel zittings- en onderzoekservaring op Schiphol) niet in de haak. Patijn: “Op Schiphol doet de onderkant van een criminele organisatie aan de drugssmokkel. Het zijn de ‘arme sloebers’ met problemen in eigen land die daadwerkelijk de bolletjes slikken en worden gepakt. In Rotterdam daarentegen komt de cocaïne binnen per containers. Daar vindt de zware criminaliteit plaats. Deze feiten zouden de strafmaten flink moeten doen verschillen.”

Wilt u vanaf nu elke week een samenvatting van al het nieuws van Mr. in uw mailbox? Klik hier

Delen:

Het belangrijkste nieuws wekelijks in uw inbox?

Abonneer u op de Mr. nieuwsbrief: elke dinsdag rond de lunch een update van het nieuws van de afgelopen week, de laatste loopbaanwijzigingen en de recentste vacatures. Meld u direct aan en ontvang elke dinsdag de Mr. nieuwsbrief.

Scroll naar boven