Van der Rijst analyseerde voor haar onderzoek grote hoeveelheden uitspraken van rechtbanken, gerechtshoven, de Hoge Raad en het Europees Hof voor de Rechten van de Mens. De promovenda onderzocht in hoeverre rechters het zwijgen van een verdachte uiteindelijk meewogen in de bewijsconstructie. Ook interviewde ze twintig Nederlandse strafrechters over hun afwegingen bij het komen tot rechterlijke oordelen. Op 30 januari promoveert ze aan de Vrije Universiteit.
Zwaarder wegen
Uit het onderzoek blijkt dat als een verdachte geen alternatieve verklaring geeft voor feiten zoals gepresenteerd door het OM, rechters de wél beschikbare bewijsmiddelen zwaarder laten wegen. Dat kan de kans op een veroordeling vervolgens vergroten, concludeert Van der Rijst, “vooral in zaken met minder duidelijk bewijs”. Het voor de verdachte negatieve effect van zwijgen ter zitting speelt een kleinere rol naarmate er duidelijker bewijs voor handen is, zoals wanneer een verdachte op heterdaad is betrapt.
Zwijgen maakt niet schuldig
Van der Rijst concludeert in haar proefschrift op basis van alle bevindingen dat een zwijgende verdachte bij rechters het gevoel kan teweegbrengen dat hij of zij schuldig is. “Soms kan het idee ontstaan dat iemand die zwijgt iets te verbergen heeft”, zegt de promovenda daarover. “Dat gevoel kan meespelen, maar mag nooit bepalend zijn. Rechters moeten altijd nagaan of het bewijs sterk genoeg is, zonder dat zwijgen de doorslag geeft.” Zwijgen betekent niet dat iemand schuldig is, stelt de onderzoeker.
Alternatieve verklaringen
Om de impact van het zwijgen van verdachten op de uitkomst van een proces te verminderen, suggereert Van der Rijst dat het OM alternatieve verklaringen voor gevonden bewijs proactiever zelf onderzoekt. Rechters zouden die alternatieve verklaringen vervolgens kritisch kunnen meewegen in hun oordeel.
Van der Rijst benoemt in haar studie overigens ook dat een belangrijk deel van de verdachten die zwijgen, dat doen omdat hun advocaat hen dat adviseert. Over de vraag of advocaten dit advies wellicht, in het belang van hun cliënten, minder vaak zouden moeten geven, houdt de promovenda zich op de vlakte.
