Voorzieningenrechter Rotterdam 25 juli 2023 RBROT:2023:13096 Verzoek verlof conservatoir beslag. Vereiste van proportionaliteit. Wanverhouding tussen hoogte vordering (€ 259,–) en kosten beslaglegging. Verzoek afgewezen. (..) 2.1. Het verzoek strekt tot het verkrijgen van verlof voor het leggen van conservatoir derdenbeslag voor een vordering op verweerder van € 259 (exclusief verhoging conform de Beslagsyllabus). De vordering heeft betrekking op de koopsom voor een fiets die verzoekster van verweerder heeft gekocht. Verzoekster heeft de koop ontbonden en maakt daarom aanspraak op terugbetaling van de koopsom (artikel 6:230o BW en artikel 6:271 BW). © Ius novum 13 10 februari 2026 jaargang 15/6 2.2. Gelet op de hoogte van de vordering heeft de voorzieningenrechter verzoekster gevraagd naar de proportionaliteit van beslaglegging. In de brief van 25 juli 2023 heeft verzoekster daartoe het volgende aangevoerd: -het is aannemelijk dat verweerder te kwader trouw heeft gehandeld;
- ondanks toezeggingen gaat verweerder niet over tot terugbetaling van de koopsom;
- er zijn geen andere beslagmogelijkheden;
- er zijn vermoedelijk andere schuldeisers.
2.3. Geen van deze argumenten is steekhoudend voor wat betreft de vraag of voldaan is aan het vereiste van proportionaliteit van een beslag in het licht van de geringe omvang van de vordering. Daarbij dient te worden bedacht dat beslaglegging al snel enkele honderden euro’s kost, in elk geval ten minste het dubbele van de vordering. Bovendien is voor het onderhavige verzoek een griffierecht van € 314 verschuldigd. Dat griffierecht en de beslagkosten komen uiteindelijk voor rekening van verweerder als in de hoofdzaak de vordering van verzoekster wordt toegewezen. 2.4. Dit alles maakt dat sprake is van een wanverhouding tussen de beslagkosten en de vordering van verzoekster. De in 2.2 genoemde argumenten kunnen dat niet anders maken. Beslaglegging is daarmee disproportioneel. Het verzoek wordt afgewezen.

.gif)