De zaak draait om het Chillville-festival, dat eind juni 2024 in Breda zou plaatsvinden, maar kort daarvoor werd afgelast. In maart 2025 schreven BN DeStem en het AD dat de organisator met het geld van verkochte tickets zou zijn verdwenen. Daarbij werden Bom Dia Events en de bestuurder daarvan als organisator genoemd.
Afgelast
Die bestuurder stapte vervolgens naar de advocaat. Volgens hem waren niet hij, maar twee andere personen de werkelijke organisatoren van het festival. De advocaat zette zich in voor rectificatie van de berichtgeving en benaderde ook televisieprogramma Radar.
Daar bleef het niet bij. Op verzoek van haar cliënt plaatste zij haar bericht aan Radar ook in de openbare Facebookgroep ‘Chillville AFGELAST’. In reacties noemde zij vervolgens de volledige namen van de twee anderen. Ook stelde zij onder meer dat een bv “onder valse voorwendselen” was opgericht en dat de daadwerkelijke organisatoren “ervandoor zijn met het geld”.
Verhit
Dat ging volgens de Raad van Discipline te ver. De advocaat mocht de belangen van haar cliënt verdedigen en kon zich daarbij ook als zijn woordvoerder in de Facebookgroep mengen. Maar zij had volgens de uitspraak kunnen volstaan met uitleg over de rol van haar cliënt en eventueel met het noemen van de betrokken vennootschappen.
Het persoonlijk noemen van de twee klagers diende volgens de raad geen redelijk doel. Dat woog extra zwaar omdat de advocaat wist dat de discussie in de Facebookgroep al verhit was. Haar eigen cliënt was naar eigen zeggen zelfs bedreigd. De twee klagers verklaarden dat zij na de Facebookberichten eveneens met bedreigingen te maken kregen.
Bewijs
Ook de beschuldigingen zelf acht de tuchtrechter ontoelaatbaar. Niet gebleken is dat de advocaat daadwerkelijk bewijs had voor de stelling dat de anderen haar cliënt als afleidingsmanoeuvre hadden gebruikt of met het festivalgeld waren verdwenen.
Daarbij speelde haar professionele positie een belangrijke rol. Aan uitlatingen van iemand die zich nadrukkelijk als advocaat presenteert, hangt volgens de raad een bepaald gewicht. Het publiek kan zulke beweringen daardoor eerder als waarheid aannemen.
Berisping
De advocaat beriep zich in de tuchtrechtelijke procedure onder meer op haar vrijheid van meningsuiting. Advocaten hebben inderdaad die vrijheid, benadrukt de raad, maar vanwege de bijzondere aard van het beroep kunnen aan publieke uitlatingen strengere eisen worden gesteld.
De raad rekent haar bovendien aan dat zij onvoldoende heeft gereflecteerd op haar handelen. Hoewel zij verklaarde niet te hebben gewild dat de klagers bedreigd zouden worden, zag de tuchtrechter onvoldoende besef dat haar eigen optreden niet in orde was. De klacht is daarom gegrond en de advocaat krijgt een berisping.
