AI-hallucinaties in processtukken zijn niet nieuw, maar niet eerder is het voorgekomen dat een rechter daar ook daadwerkelijk financiële gevolgen aan verbond. Tot nu: volgens de rechtbank Amsterdam, die een geschil over de verkoop van een bedrijf kreeg voorgelegd, heeft de aanwezigheid van ‘AI-jurisprudentie’ alle partijen dusdanig veel onnodige tijd gekost, dat een hogere proceskostenvergoeding op z’n plek is. En dat mag wat kosten: 2.315,50 euro aan extra proceskosten, om precies te zijn.
DSM/Fox
Directe aanleiding was een zogenaamd citaat uit het klassieke DSM/Fox-arrest over contractsuitleg uit 2004. Het enige probleem: het door gedaagden aangevoerde citaat is in het bewuste arrest geheel niet te vinden. Eisers deden daarover ter zitting hun beklag en vroegen om uitleg, aangezien de aanwezigheid van het fictieve citaat hen tijdens de voorbereiding op de zitting op het verkeerde been had gezet.
Kwalijk
Toen de rechter de advocaat van de gedaagden om uitleg vroeg, moest die een sluitend antwoord schuldig blijven. Daarmee nam de rechtbank geen genoegen. “Het als citaat opnemen van niet bestaande rechtspraak acht de rechtbank kwalijk, want dit heeft zowel [eiser] als de rechtbank nodeloos extra tijd en aandacht gekost”, zo valt daarover in het vonnis te lezen. “De rechtbank begroot de daarmee gemoeide kosten op een halve punt in de proceskostenveroordeling (€ 2.315,50).” Dat betekent dat de kopers, die ongelijk krijgen in de zaak, bovenop de gewone proceskosten nog eens 2.315,50 euro extra moeten betalen. Het totaal komt daarmee uit op 26.100,85 euro.
