Partnerbijdrage van

Bereken schadevergoeding niet tot achter de komma, maar ga uit van een hoger abstractieniveau

"We moeten toe naar een systeem waarin je sneller tot een oplossing komt voor massaschades." Dat zegt Ruud Hermans, CPO-hoogleraar 'Geschiloplossing in de (inter)nationale privaatrechtelijke rechtspraktijk' aan de Radboud Universiteit. Op 12 mei 2021 houdt hij zijn oratie. Daarin zet hij uiteen welke factoren een rol spelen bij de vraag of een zaak geschikt wordt. Een interview over zijn onderzoek naar geschiloplossing: "De realiteit is dat het vaak onmogelijk is om exact vast te stellen hoeveel schade iemand heeft geleden."

Delen:

Share on linkedin
Share on twitter
Share on facebook
Share on whatsapp
Share on email
Bereken schadevergoeding niet tot achter de komma maar ga uit van een hoger abstractieniveau

Volg de oratie op 12 mei om 15.45 uur via livestream. Aanmelden is niet nodig. U klikt op het genoemde tijdstip op de link.

Waarop heeft u zich in uw onderzoek specifiek gericht?
“Het onderwerp geschiloplossing is breder dan geschilbeslechting. Bij geschilbeslechting eindigt een geschil door een uitspraak van een rechter, een arbiter of een bindend advies. Bij geschiloplossing regelen partijen dat er een oplossing komt, bijvoorbeeld door onderling overleg of door tussenkomst van een derde. Binnen het onderwerp geschiloplossing heeft het thema massaschade mijn bijzondere interesse. In de praktijk blijkt het namelijk zeer lastig om in die gevallen aansprakelijkheid en schade individueel vast te stellen. Twee recente voorbeelden, de toeslagenaffaire en de afwikkeling van de aardbevingsschade, illustreren dat.

In beide situaties staat vast dat gedupeerden recht hebben op compensatie. De vraag waarom het in het verleden is misgegaan, is niet meer relevant. Wel: hoe los je het op? De huidige regels voor compensatie zijn daarvoor veel te ingewikkeld. Ze zijn ingestoken vanuit de gedachte dat niemand meer of minder mag krijgen dan waarop hij of zij recht heeft. Daarom moet de schade exact berekend worden. Maar dan vergeet men dat het ongelofelijk veel inspanning – dus tijd en geld- kost om tot achter de komma de schade te berekenen. De realiteit is dat het vaak onmogelijk is om exact vast te stellen hoeveel schade iemand heeft geleden. Het is daarom beter om van een hoger abstractieniveau uit te gaan en bijvoorbeeld een vast bedrag als schadevergoeding te bepalen. Daar hoort bij dat je accepteert dat iemand een hoger of lager bedrag ontvangt dan dat hij mogelijk volgens de exacte berekeningen zou hebben gekregen.

Bij de aardbevingsschade zijn nu alle claims onder de 5000 euro betaald zonder dat geverifieerd is of er kosten zijn gemaakt. Sommigen zijn van mening dat deze regeling fraude in de hand werkt en vinden het daarom geen goede oplossing. Als alternatief zien zij de procedure bij de rechter. Maar zij overschatten het aantal zaken dat de civiele rechter kan afdoen. Neem het voorbeeld van de effectenleasezaken. Dat geschil is ontstaan in 2001. Inmiddels zijn er 50 uitspraken van de Hoge Raad, maar er liggen nog duizenden zaken op een uitspraak te wachten. Daarnaast onderschatten de voorstanders van een procedure via de rechter de kosten en tijd van beide partijen voor deze procedure, en niet te vergeten de stress en onzekerheid die dat oplevert bij de gedupeerden. De kernvraag in mijn onderzoek is dan ook: hoe kun je naar een systeem werken waarin je sneller tot een oplossing komt voor massaschades?”

Heeft uw onderzoek een andere kijk op geschiloplossing opgeleverd?
“Ik heb gekozen voor een multidisciplinaire benadering. Dus niet alleen een traditioneel juridisch onderzoek naar hoe de rechtsregels werken, maar ik heb daar ook economische, organisatorische en psychologische aspecten bij betrokken. In mijn oratie zet ik uiteen welke factoren een rol spelen bij de vraag of een zaak geschikt wordt.

Voor gedupeerden en claimorganisaties gaat het om het bedrag dat de gedupeerden uiteindelijk individueel ontvangen. Voor de betalende partij om het totaalbedrag dat hij kwijt is. Onzekerheid over bijvoorbeeld het aantal gedupeerden dat aanspraak zal maken op vergoeding kan ervoor zorgen dat een zaak niet wordt geschikt. Een andere factor is de tijdwaarde van geld. Die is voor partijen niet gelijk aan de wettelijke rente. Een ondernemer zal bijvoorbeeld kijken naar de gewogen gemiddelde kosten van kapitaal. Consumenten kunnen dat heel anders zien. Veel consumenten zullen bijvoorbeeld de voorkeur geven aan 80 euro vandaag boven 100 euro over een jaar. Maar als je diezelfde consument vraagt of hij liever 80 euro heeft over één jaar of 100 euro over twee jaar, zal hij twee jaar willen wachten. Economisch bezien is het precies dezelfde vraag. Psychologisch echter niet. Daarom is het begrijpelijk dat consumenten deze vragen anders beantwoorden. De gedragseconomie kan helpen om te begrijpen wat de wensen zijn van gedupeerden in massaschadezaken. Met die wensen moeten partijen die een geschil willen oplossen rekening houden.

Ik zal in mijn oratie aan de hand van een economisch model laten zien welke factoren bepalen of een schikking in een massaschadezaak tot stand kan komen. Dat inzicht is van belang voor zowel de wetgever als de rechter. Aan de hand daarvan kun je beredeneren of wijziging van materiële of processuele regels de totstandkoming van schikkingen kan bevorderen of juist bemoeilijken. Voor partijen is het ook van belang omdat zij deze inzichten kunnen gebruiken voor hun proces- of onderhandelingsstrategie.”

Lost de Wet afwikkeling massaschade in collectieve actie, de WAMCA, niet al een groot deel van de problematiek op?
“De WAMCA is op 1 januari 2020 in werking getreden. Het is een complexe wet en mijn eerste indruk is dat er minder zaken worden aangebracht dan onder de oude wet het geval was. De WAMCA bepaalt bijvoorbeeld dat wanneer er verschillende collectieve acties zijn tegen een verweerder, er één exclusieve belangenbehartiger wordt aangewezen. Daarvoor moet de eerste claimorganisatie de dagvaarding inschrijven in een register en drie maanden wachten of concurrerende claimorganisaties ook een collectieve actie instellen. Als dat het geval is, bepaalt de rechter welke belangenbehartiger exclusiviteit krijgt.

Verder is een verschil met de oude wetgeving dat het uitgangspunt is dat een gedupeerde gebonden is aan de uitspraak in de betreffende zaak, tenzij hij nadrukkelijk anders aangeeft. Onder het oude recht was dat omgekeerd. Ook de vaststelling van de schade zorgt voor complicaties. Ik vraag me af of gedupeerden beter af zijn met de nieuwe regelgeving. We zullen het zien. De wet is pas een jaar oud, het is misschien nog wat vroeg om hierover te oordelen.”

In hoeverre heeft corona uw werkzaamheden beïnvloed?
“De verschillende coronamaatregelen hebben een grote invloed gehad op mijn werkzaamheden. Ik woon in Den Haag en reisde altijd een keer per week naar Nijmegen. Dat kon het afgelopen jaar niet meer. In plaats daarvan overleggen we nu via Zoom, maar dat kan het persoonlijke contact niet vervangen.

Naast mijn onderzoekstaak richt ik mij ook op postacademisch onderwijs voor het CPO en de ontwikkeling daarvan. In dat kader heb ik een bijzondere opleiding ontwikkeld voor functionarissen die door de Ondernemingskamer worden benoemd als bestuurder of commissaris. Dat gebeurt bijvoorbeeld in situaties waarin aandeelhouders ruzie hebben. Deze door de Ondernemingskamer benoemde functionaris moet de problemen oplossen, maar is ook bestuurder of commissaris in die onderneming met daarbij alle verantwoordelijkheden. In de opleiding leren deelnemers wat voor soort conflicten er zijn, hoe ze daarin kunnen bemiddelen en het beste met dilemma’s kunnen omgaan. Dat vereist specifieke vaardigheden waarop ze moeten oefenen. In deze tweedaagse praktijkgerichte opleiding voor de stichting Rimari staan die vaardigheden centraal. Daarvoor is het belangrijk dat je bij elkaar komt, met elkaar oefent, discussieert en feedback krijgt. Door alle coronamaatregelen kan dat nu niet in fysieke vorm, daarom hebben we de start van de opleiding uitgesteld tot juni 2021.”

Speelt uw jarenlange ervaring als advocaat een rol bij de ontwikkeling van het onderwijs?
“Ik heb 35 jaar lang als advocaat gewerkt en ben nu raadsheer-plaatsvervanger bij het hof in Den Haag, feitelijk voor ongeveer twee dagen per week. Mijn kennis en ervaring, juist in de combinatie van rechter en advocaat, wil ik graag overdragen aan advocaten. Ik ben daarom bezig met het ontwikkelen van een CPO-masterclass die is gericht op metajuridische vaardigheden voor de civiele procespraktijk. Een rechter kijkt anders naar een zaak dan een advocaat. Hoe leest een rechter een dossier? Wat gebeurt er tijdens een discussie in de raadkamer? Deze informatie is relevant voor een advocaat, hij kan er zijn werkwijze op aanpassen. Terugkijkend op mijn carrière had ik hierover absoluut meer willen weten. Het had mij verrijkt als advocaat.”

Ruud Hermans is CPO-hoogleraar Geschiloplossing in de (inter)nationale privaatrechtelijke rechtspraktijk aan de Radboud Universiteit. Bekijk het cursusaanbod van het CPO. Dit artikel verscheen eerder op Verderdenken.nl.

Wilt u op de hoogte blijven van de nieuwste columns? Meld u nu aan voor de gratis Verder denken-update.

Lees ook:

Delen:

Share on linkedin
Share on twitter
Share on facebook
Share on whatsapp
Share on email

Over Mr.

Mr. is hét platform voor juristen. Mr. bericht over actuele zaken in de juridische wereld en belicht en becommentarieert deze vanuit een onafhankelijke positie. Mr. richt zich op alle in Nederland actieve juristen en WO-rechtenstudenten..

Volg MR. op social media

Service menu

Contactgegevens

Uitgeverij Mr. bv
Paul Krugerkade 45
2021 BN Haarlem
Uitgever: Charley Beerman
E-mail: beerman@mr-magazine.nl

Scroll naar top