In zijn ‘Vooraf’ in het nieuwste nummer van het NJB gaat Coen Drion in op de plannen van de Nederlandse Orde van Advocaten op het gebied van kantoororganisatie. Drion is advocaat bij Jones Day, en was een aantal jaar raadsheer bij de Hoge Raad.
Nieuwe organisatiestructuur
Eind september kwam de NOvA met een eerste visie voor een nieuw stelsel voor de organisatie van advocatenkantoren; de huidige regels voor organisatiestructuren sluiten niet altijd meer aan op ontwikkelingen in de rechtspraktijk.
In het voorgestelde systeem vormen advocaten binnen een kantoor gezamenlijk een ‘staak’. Daarin moet worden vastgelegd hoe hun zeggenschap zich verhoudt tot de eigendom en aandelenverhoudingen binnen hun kantoor, dit om te voorkomen dat commerciële, organisatorische of externe belangen hun onafhankelijke beroepsuitoefening beïnvloeden.
Onderdeel van de plannen is ook dat externe financiering in de advocatuur wordt toegestaan, zij het onder voorwaarden. Dit moet investeringen in digitalisering, AI-toepassingen en nieuwe vormen van dienstverlening ondersteunen en daarmee bijdragen aan een betere toegang tot het recht.
Druk op advocaten
Drion toont zich onder de titel Een ‘toekomstbestendige en verantwoord vernieuwde’ advocatuur? niet over alle onderdelen van de NOvA-plannen negatief. Over het toezicht door de NOvA en de nog op te richten Onafhankelijke Toezichthouder Advocatuur op de ‘staken’ is hij wel te spreken. Ook ziet hij het kantoor als ‘mede-normadressaat’ wel zitten. Waar Drion echter “ernstige bedenkingen” bij heeft is de mogelijkheid van financiering door investeerders.
Om te beginnen verwacht Drion niet dat de toegang tot het recht door private financiering zal verbeteren. “De ervaringen op andere terreinen (zorg, dierenartsen) laten niet zien dat die investeringen leiden tot tariefverlagingen, integendeel.” Ook vreest hij dat er druk op advocaten kan komen te staan om rekening te houden met de belangen van investeerders.
Niet interessant voor investeerders
Maar Drion vraagt zich vooral af wie in de advocatuur eigenlijk de door de NOvA toegestane investeringen nodig heeft. Dat zijn volgens hem in ieder geval niet de grote en middelgrote commerciële kantoren. Wellicht zouden sommige kleine kantoren externe investeringen kunnen gebruiken, maar die zullen dan weer niet echt interessant zijn voor investeerders, meent Drion. Hij noemt het toestaan van externe financiering in de advocatuur daarom een “problematische oplossing voor eigenlijk een non-probleem”. Zijn conclusie is dan ook dat de advocatuur niet zou moeten beginnen aan externe financiering door investeerders: het “is niet verantwoord en (daarmee ook) niet toekomstbestendig”.
