Inleiding
Een BTI is hét douanerechtelijke instrument om vooraf zekerheid te verkrijgen over tariefindeling. Die zekerheid is essentieel voor ondernemingen, maar kan ook ongunstig uitpakken. In zo’n geval is procederen tegen een BTI logisch. De uitspraak van 28 oktober 2025 illustreert het spanningsveld tussen zekerheid, vertrouwen en tarieftechniek.
Feiten en achtergrond
Een belanghebbende vroeg een BTI aan voor een elektrisch laadtoestel. Het product was technisch complex, waardoor de indeling niet vooraf vaststond. De Douane wees een andere GN-code toe dan aangevraagd, wat negatieve gevolgen had voor de rechten bij invoer. Na bezwaar en beroep kwam de zaak bij de douanekamer van het Gerechtshof Amsterdam.
Het product, de indelingsdiscussie en het oordeel
Het laadtoestel laadt voertuigen op via een AC-aansluiting, communiceert met een app en beschermt tegen overbelasting. Belanghebbende stelde dat de hoofdfunctie stroombeveiliging was en pleitte voor indeling onder GN-post 8536. De Douane vond opladen de hoofdtaak.
Het hof volgde de Douane: het toestel heeft één functie – opladen – en past qua complexiteit niet binnen eenvoudige componenten van post 8536. Indeling onder post 8537 was daarom juist.
Postonderverdelingen en programmeerbaar geheugen
De vraag restte welke onderverdeling binnen 8537 van toepassing was. Omdat het toestel firmware-updates kan ontvangen, beschikt het over programmeerbaar geheugen. Daarmee valt het onder postonderverdeling 8537 1091.
Vertrouwensbeginsel
Het hof benadrukte dat de Douane nooit verplicht is een BTI af te geven die juridisch onjuist is. Eerder vertrouwen, gebaseerd op toegewezen terugbetalingsverzoeken of eerdere aangiften, geeft geen recht op een onjuiste BTI. Alleen precieze en onvoorwaardelijke toezeggingen kunnen bescherming bieden; daarvan was geen sprake.
Juridisch kader: bezwaar en beroep
Een BTI is een beschikking waartegen bezwaar en beroep openstaan. De rechter beoordeelt volledig of de tariefindeling in de BTI juist is op basis van objectieve kenmerken en GN-regels. Historisch gebruik, commerciële benamingen of eerdere praktijk zijn niet doorslaggevend.
Zekerheid en vertrouwen
De uitspraak maakt duidelijk dat een BTI een nieuwe, zelfstandige beoordeling is. Historische indelingspraktijk biedt geen garantie. De correcte toepassing van Unierecht prevaleert altijd boven continuïteit.
Praktijkduiding
Belangrijke lessen zijn:
- een BTI moet alleen worden aangevraagd wanneer men juridisch zeker is van de indeling;
- eerdere ervaringen vormen geen basis voor vertrouwen;
- bezwaar en beroep zijn essentieel bij een ongunstige BTI.
Conclusie
De BTI biedt zekerheid, maar niet per se de gewenste. Historisch vertrouwen wordt niet automatisch bevestigd. Een aanvrager moet zelf overtuigd zijn van zijn indelingsstandpunt en bereid zijn dit te verdedigen. Binnen de douanepraktijk van Ploum wordt daarom kritisch beoordeeld of een BTI strategisch verstandig is.
Meer weten? Bekijk het uitgebreide artikel.

.png)