Partnerbijdrage van

Een constitutioneel hof kan het vertrouwen in de overheid herstellen

Hoe herstellen we het vertrouwen tussen burger en overheid, en tussen parlement en regering? Volgens emeritus hoogleraar Staats- en bestuursrecht Hub. Hennekens kan het instellen van een constitutioneel hof daarbij helpen.

Delen:

Share on linkedin
Share on twitter
Share on facebook
Share on whatsapp
Share on email

Het volk heeft gekozen. De verkiezingsuitslag is gepubliceerd en het wachten is nu op een nieuwe regering. In de voorbije periode heeft de regering het parlement niet op zijn waarde erkend. De roep tot verbetering van die relatie heeft de Tweede Kamer bij haar aantreden krachtig geuit. Met (e)moties van wantrouwen en afkeuring is zij te werk gegaan. Duidelijk is dat onder andere de toeslagenaffaire, de kwestie Omtzigt en het gebrek aan het verstrekken van de gevraagde inlichtingen naast jarenlang bedreven monistische bestuurscultuur daartoe aanleiding hebben gegeven. Het vertrouwen tussen de regering en het parlement staat onder druk. Ook voor menige burger is de overheid niet betrouwbaar gebleken.

Het aanbevelingswaardige advies van de informateur

Op 6 april 2021 benoemde de Tweede Kamer Herman Tjeenk Willink tot informateur. Op 30 april bracht hij verslag uit. Daarin komt ook een verbetering van de vertrouwensrelatie aan de orde. Zijn exercitie heeft belangrijke inzichten opgeleverd in hetgeen bij de nationale overheid mis is.

Zijn voorstellen zien met name op stappen die op korte termijn moeten worden gezet. Het is niet aan de informateur om het vertrouwen tussen het parlement en de regering te herstellen. Vertrouwen berust op de instelling van degenen die in relaties tot elkaar staan. Dat betreft ook, en niet in het minst, de relatie tussen overheid en burgers. Het volk rekent op een overheid die vertrouwen wekt en betrouwbaar is. Dat is ook door de informateur vastgesteld en als opdracht aan de ‘nieuwe overheid’ meegegeven. Verder merkt hij op dat de Kamer daarbij een antwoord moet geven op de vraag of zij voorstander is van een constitutioneel hof. Naar dat antwoord kan met spanning worden uitgezien!

De volkswil en ‘echte’ democratie

In mijn longread Waarom en hoe de democratie in de Grondwet hoort heb ik criteria vermeld die van belang zijn voor een democratie. De Franse Conseil constitutionnel kan controle uitoefenen op de relatie tussen het parlement en de regering. Een afvaardiging van zestig leden van de senaat (momenteel 348 leden), of van de nationale vergadering (momenteel 577 leden) kan zich tot de Conseil constitutionnel wenden als zij van mening is dat een wet niet conform de grondwet is. Voor de verhoudingen in ons land ontbreekt zo’n regeling.

Dat ook minderheden een rol van betekenis toekomt, vereist erkenning binnen de overheidsorganisatie. Om daarvoor te zorgen, zijn regelingen nodig. Voorzieningen die een garantie bieden voor de erkenning van de volkswil na verkiezingen zijn evenzeer nodig. De informateur wijst daar ook op. De burger kan slechts op een betrouwbare overheid rekenen als een structurele voorziening daarin voorziet. De afgelopen jaren heeft onze overheid onze grondwet geregeld niet nageleefd. Dit moest zich op enig moment wreken. Bij onze oosterburen kan onze overheid in de leer gaan om eindelijk te zorgen voor een ‘echte’ democratische grondwet en de naleving daarvan.

Leren van de oosterburen

In de Duitse grondwet, het Grundgesetz (GG) is tussen overheid en volk, evenals tussen regering en parlement, een structurele regeling vastgelegd als anker voor de instandhouding en bewaking van de vertrouwensrelaties. Daardoor is de basis van vertrouwen tussen overheid en volk duidelijk. De menselijk waardigheid is in de Duitse grondwet vastgelegd als uitgangspunt om dat democratisch gegeven te respecteren. Het Grundgesetz regelt dit en het kent het Bundesverfassungsgericht (constitutioneel hof) als eindstation voor de bewaking daarvan. Het Bundesverfassungsgericht kan – op verzoek van een derde deel van de Bondsdag – lands- of bondsrecht toetsen op verenigbaarheid met al hetgeen de grondwet vastlegt.

Artikel 93, lid 1 sub 4a GG kent daarnaast aan ieder natuurlijk en rechtspersoon het recht toe een klacht aanhangig te maken bij dat hof wegens schending van een grondrecht door een wet. Daarnaast kunnen ook gemeenten bij het constitutioneel hof opgekomen tegen schending van hun autonome bevoegdheden (sub 4b). Artikel 19 GG kent verder ‘wezensgarantie’ toe aan ieder individu voor zijn privéleven dat aan de macht van de overheid onttrokken is (onder andere BVerfGE 6, 32, 41; BVerfGE 34, 238, 245). Bijzonder is dat eenieder kan opkomen bij het hof tegen degene die de Duitse democratische ordening omver wenst te werpen (art. 20, lid 4). Dit kan eveneens tegen politieke partijen (art. 21, lid 2). Het hof kan bij verzet tegen de Duitse democratische grondslag iemand van bepaalde grondrechten ontheffen (art. 18).

Hier komen heel wat verschillen met onze grondwet naar voren. Onze grondwet kent geen regeling die voorziet in een institutie die onze democratie bewaakt. Dit gemis is de achilleshiel van onze rechtsstaat. De Nederlander die voor bescherming tegen ongrondwettige wetten wil opkomen, kan bij het Europese Hof te Straatsburg terecht voor nakoming van de democratische rechten.

Een testcase voor de nieuwe regering

Zolang ons land niet beschikt over een grondwet die voor de verhouding tussen parlement en regering de vereiste rechtszekerheid biedt, noch voor de relatie tussen overheid en volk, schiet het tekort. Vertrouwen van een volk op zijn overheid is nodig voor een stabiele overheid. De overheid dient in balans te zijn door constitutionele evenwichtsregelingen. Dat vereist primair een grondwet waarin ook onafhankelijke controle op overheidsmacht is vastgelegd. Controle op het functioneren van de regering in relatie tot het parlement – bijvoorbeeld inzake de inlichtingenplicht en trouw aan de grondwet – is onontbeerlijk. Door een hof zal voor misbruik van overheidsmacht gewaakt moeten worden. Eenieder dient te kunnen opkomen tegen dat misbruik. Jurisprudentie van zo’n hof kan zorgen voor een actuele invulling van democratische rechten.

Dit is ook nodig om eindelijk onze Grondwet tot levend recht te ontwikkelen. In de grondwet neemt zo’n hof een van de gewone rechter onderscheiden positie in. Voor de gewone rechter kan het toetsingsverbod in stand blijven. Het constitutioneel hof verschilt van de gewone rechter doordat het met name voor de bewaking van de democratie is. Naar vorm, inhoud en bevoegdheid neemt het een bijzondere plaats in binnen onze staat. Als onze ‘vernieuwde overheid’ echte democratie wenst, kan zij dat tonen door nu te zorgen voor de instelling van een constitutionele scheidsrechter. Wie zal daar tegen zijn?

Wilt u op de hoogte blijven van de nieuwste columns? Meld u nu aan voor de gratis Verderdenken-update.

Lees ook:

Delen:

Share on linkedin
Share on twitter
Share on facebook
Share on whatsapp
Share on email

Over Mr.

Mr. is hét platform voor juristen. Mr. bericht over actuele zaken in de juridische wereld en belicht en becommentarieert deze vanuit een onafhankelijke positie. Mr. richt zich op alle in Nederland actieve juristen en WO-rechtenstudenten..

Volg MR. op social media

Service menu

Contactgegevens

Uitgeverij Mr. bv
Paul Krugerkade 45
2021 BN Haarlem
Uitgever: Charley Beerman
E-mail: beerman@mr-magazine.nl

Scroll naar top