Effect van hogere strafmaxima blijft goeddeels uit: ‘gebrekkig onderbouwd’

Ondanks dat de wettelijke maximumstraffen voor diverse strafbare feiten in de afgelopen jaren zijn verhoogd, worden er voor die delicten gemiddeld maar nauwelijks zwaardere straffen opgelegd. Officieren van justitie en rechters laten zich maar zeer beperkt leiden door de hogere strafmaxima in hun strafeisen en opgelegde straffen. Dat blijkt uit nieuw onderzoek van het WODC, dat ook een oorzaak voor het wegblijvende effect aanwijst: de vaak gebrekkige onderbouwing van strafverzwarende wetgeving.

Delen:

Effect van hogere strafmaxima blijft goeddeels uit: ‘gebrekkig onderbouwd’ - Mr. Online
Beeld: Depositphotos

De hogere strafmaxima voor doodslag (25 in plaats van 15 jaar cel) en moord (30 in plaats van 20 jaar cel) werden in de afgelopen jaren breed uitgemeten in de media, maar ook voor delicten als mensensmokkel, stroperij, diverse seksuele misdrijven en deelname aan een criminele organisatie zijn die strafmaxima in de afgelopen jaren verhoogd. In veel gevallen gaat het om forse verhogingen.

Die hogere maximumstraffen hebben er echter niet of nauwelijks toe geleid dat daders ook daadwerkelijk zwaardere straffen opgelegd krijgen voor zulke delicten. Onderzoekers van de Vrije Universiteit Amsterdam en de Radboud Universiteit deden in opdracht van het WODC onderzoek naar de impact van strafverzwarende wetgeving, en komen tot de conclusie dat het effect daarvan in Nederland maar zelden tot uiting komt.

Rechters én OvJ’s

Uit het onderzoek blijkt dat rechters maar in zeer beperkte mate gebruikmaken van de ruimere bandbreedte bij strafopleggingen. Slechts zeer zelden leggen zij in de praktijk een straf op die onder de oude wetgeving niet mogelijk was geweest. Opvallend is dat niet alleen rechters, maar ook officieren van justitie nauwelijks gebruikmaken van de ruimere bandbreedtes die strafverzwarende wetgeving hen biedt. Strafeisen werden in de loop der jaren voor delicten waarvoor de strafmaxima zijn verhoogd nauwelijks strenger, zo constateren de onderzoekers.

“Dit komt waarschijnlijk doordat officieren van justitie en rechters zich bij het bepalen van die strafmaat meestal richten op strafvorderingsrichtlijnen van het OM en oriëntatiepunten die in het Landelijk Overleg Vakinhoud Strafrecht worden vastgelegd. Die worden niet altijd (direct) na een wetswijziging aangepast.”

‘Onderbouwing ontbreekt’

Er werd ook onderzoek gedaan naar de vraag waarom rechters en officieren de mogelijkheden van strafverzwarende wetgeving nauwelijks toepassen. De meest waarschijnlijke verklaring moet volgens de onderzoekers worden gezocht in de onderbouwing van die wetgeving. “De motivering door de wetgever van een verhoging van het strafmaximum schiet vaak tekort”, schrijven de onderzoekers over die onderbouwing.

In gevallen waarin de wetgever wél serieus werk heeft gemaakt van een motivatie van de noodzaak van hogere strafmaxima, “dan is de ernst van een misdrijf de belangrijkste motivatie. Ook de signaalwerking van een stafverhoging of het argument dat het een preventieve of afschrikwekkende werking zou hebben, worden genoemd. Maar de wetenschappelijke onderbouwing daarvan ontbreekt.”

V.i.-regeling

De onderzoekers schenken in het rapport ook specifiek aandacht aan de Nederlandse v.i.-regeling: de voorwaardelijke invrijheidsstelling. Die regeling is enkele jaren geleden sterk versoberd, waardoor gedetineerden pas veel later en onder strengere voorwaarden in aanmerking komen voor voorwaardelijke invrijheidsstelling. Dit leidt ertoe dat gedetineerden langere tijd in detentie doorbrengen en heeft dus de facto wel tot strafverzwaringen geleid, concluderen de onderzoekers.

Zij zien tegelijkertijd wel een complicatie ontstaan rondom de vernieuwde v.i.-regeling in Nederland: “De Nederlandse v.i.-regeling is veelal strenger dan die van landen om ons heen, waar v.i. veelal na twee derde en soms de helft van de straf kan worden verleend. Dat zorgt in de praktijk voor problemen bij het overnemen van de tenuitvoerlegging van in het buitenland opgelegde straffen.”

Onafhankelijkheid

Dat rechters niet direct zwaarder zijn gaan straffen bij delicten waarvoor strafmaxima zijn aangepast, is volgens de onderzoekers te zien als een bevestiging van de autonomie van de rechter. Onafhankelijke rechters kunnen zo een “tegenwicht vormen tegen de huidige politieke nadruk op strenger straffen en de continuïteit van het strafrechtssysteem behouden.”

Tegelijkertijd zouden rechters ook niet geheel blind moeten zijn voor maatschappelijke normverschuiving, staat in het rapport. “De balans tussen autonomie en afstemming is essentieel voor de geloofwaardigheid van het strafrecht in een veranderende maatschappelijke context.”

Wilt u vanaf nu elke week een samenvatting van al het nieuws van Mr. in uw mailbox? Klik hier

Delen:

Het belangrijkste nieuws wekelijks in uw inbox?

Abonneer u op de Mr. nieuwsbrief: elke dinsdag rond de lunch een update van het nieuws van de afgelopen week, de laatste loopbaanwijzigingen en de recentste vacatures. Meld u direct aan en ontvang elke dinsdag de Mr. nieuwsbrief.

Scroll naar boven