Het gerechtshof Amsterdam heeft in hoger beroep het vonnis van de voorzieningenrechter bevestigd, waarin die vordering van Bits of Freedom was toegewezen. Meta moet haar gebruikers een duidelijke keuze bieden tussen twee tijdlijnen: de één is door Meta samengesteld, gebaseerd op het profiel dat van de gebruiker is gemaakt, waarbij de feed is opgebouwd uit berichten die door een algoritme zijn geselecteerd en gerangschikt. De andere is een tijdlijn met berichten van de accounts die de gebruiker volgt, in chronologische volgorde. De door de gebruiker gemaakte keuze moet ‘persistent’ zijn: de keuze moet behouden blijven ook als de gebruiker de apps of website van Facebook of Instagram heeft afgesloten en daarna weer heropent.
Bits of Freedom krijgt daarmee opnieuw gelijk: de door de kortgedingrechter afgedwongen keuzevrijheid van gebruikers wordt structureel verankerd. Bits of Freedom voerde deze procedure tegen Meta omdat de deelname aan het publieke debat zonder deze keuze ernstig wordt belemmerd, zeker rond verkiezingen. In hoger beroep betwistte Meta niet langer dat zij in strijd met de DSA handelde. Een dag voor de zitting trok Meta haar inhoudelijke bezwaren in. Het debat verschoof daarmee naar procedurele punten. Meta stelde dat Bits of Freedom geen spoedeisend belang meer zou hebben. Meta wees erop dat er inmiddels wijzigingen waren doorgevoerd en dat de verkiezingen voorbij waren. Het hof volgde die redenering niet. Net als de kortgedingrechter heeft het hof geoordeeld dat de vorderingen van Bits of Freedom naar hun aard spoedeisend zijn. Het gaat om de vrijheid van informatiegaring en meningsvorming van gebruikers. Dat de zaak aanvankelijk in de aanloop naar de Tweede Kamerverkiezingen speelde doet daar volgens het hof niet aan af. De DSA‑verplichtingen zijn immers niet tot verkiezingstijd beperkt. Voor gebruikers van Facebook en Instagram moet dus een tijdlijn beschikbaar zijn die niet gebaseerd is op het algoritme van Meta. Die tijdlijn moet eenvoudig en blijvend beschikbaar zijn.
Het hof geeft een belangrijk signaal af aan Meta door het maximum van de dwangsom te verhogen. Per dag dat Meta het door de rechter opgelegde gebod niet nakomt, verbeurt Meta een dwangsom van 100.000 euro. Het door de voorzieningenrechter vastgestelde maximum van vijf miljoen euro vormt volgens het hof geen voldoende prikkel tot nakoming. Daarbij weegt de financiële draagkracht van Meta mee en de duur waarbinnen dat maximum kan worden bereikt. Het maximum wordt daarom door het Hof verhoogd naar tien miljoen euro. Het Hof zag geen reden om, zoals Bits of Freedom had bepleit, het maximum op honderd miljoen euro te stellen.
