Na een waardeoverdracht legt het pensioenfonds in de administratie een te hoog ouderdomspensioen vast en communiceert dat ook. Het te verevenen deel wegens een scheiding is namelijk niet goed verwerkt. Een aantal jaren later corrigeert het pensioenfonds dit. De geschillencommissie (van de Geschilleninstantie Pensioenfondsen) oordeelt dat rechten niet aan de communicatie, maar alleen aan het pensioenreglement kunnen worden ontleend (GIP 06-11-2025, 2024-0412). De geschillencommissie oordeelt dat de foute informatie in strijd is met artikel 48 Pensioenwet en daarom onrechtmatig. Echter wordt ook geoordeeld dat de verzoeker op basis van de in verband met de waardeoverdracht door het pensioenfonds verstrekte informatie kon weten dat het pensioen met het vereveningsdeel nog verminderd moest worden. De gestelde schade wordt dan ook niet toegeschreven aan de verstrekte onjuiste informatie. Daarnaast heeft verzoeker niet (voldoende) aangetoond dat eerder stoppen met werken en gebruik maken van de seniorenregeling het gevolg is van de door het pensioenfonds verstrekte onjuiste informatie. De gevraagde toekenning van een schadevergoeding wordt dan ook afgewezen.
Feiten
De werknemer bouwde eerst pensioen op bij een ander pensioenfonds en heeft in 2006 een waardeoverdracht naar het onderhavige pensioenfonds gedaan. Dat pensioenfonds maakt een fout bij de inkomende waardeoverdracht van verzoeker (door te vergeten het vereveningsdeel af te trekken als gevolg van een scheiding) en communiceert hierdoor meerdere jaren een te hoog pensioen op de UPO’s. De werknemer/verzoeker maakt ook een aantal keuzes rondom werk en pensioen uitgaande van de informatie van het nieuwe pensioenfonds. Als het pensioenfonds de fout herstelt, vindt verzoeker dat hij schade heeft geleden omdat hij andere keuzes gemaakt zou hebben als de informatie juist was geweest en wil deze schade vergoed zien. Het pensioenfonds vergoedt de pensioenopbouw die verzoeker heeft gemist door zijn keuzes. Andere schades wil het pensioenfonds niet vergoeden.
Oordeel
De Geschilleninstantie Pensioenfondsen (GIP) oordeelt dat het pensioenreglement bepalend is voor de vraag op welke pensioenaanspraken recht bestaat en dat aan foute informatie geen rechten kunnen worden ontleend.
Vervolgens eist artikel 48 Pensioenwet dat de informatie van de pensioenuitvoerder correct moet zijn. Hierdoor heeft het onderhavige pensioenfonds gehandeld in strijd met een wettelijke plicht door onjuiste bedragen te vermelden in de waardeoverdrachtofferte en op de UPO’s. Dit handelen wordt dan gezien als een onrechtmatige daad in de zin van 6:162 BW.
Vervolgens toetst GIP de door het pensioenfonds bij de waardeoverdracht verstrekte informatie en berekeningen. En daaruit volgt duidelijk, aldus GIP, dat van de totale overdrachtswaarde een deel bestemd is voor het verevende pensioen van de ex-partner. Ook wordt duidelijk uit die informatie, dat de gehele overdrachtswaarde, dus inclusief het verevende deel, is gebruikt voor de berekening van het extra pensioen bij het pensioenfonds van de inkomende waardeoverdracht. Juist toen had voor de verzoeker een alarmbel af moeten gaan, maar hij stelt dat niet gezien te hebben, hoewel het naar het oordeel van GIP evident helder zichtbaar was.
Een schadevergoeding voor geleden schade door foutieve communicatie van een pensioenfonds kan alleen als er onomkeerbare beslissingen zijn genomen. En dat moet de verzoeker dan aantonen. En dat is door verzoeker niet/onvoldoende gedaan, gezien hetgeen hij uit de verstrekte informatie toch echt had kunnen afleiden. Het was zijn keuze geen actie te ondernemen destijds.
