Hoogleraar advocatuur: ‘Beroepsethiek moet ook naar kantoren kijken’

Beroepsethische vraagstukken zouden niet langer meer alleen vanuit individuele advocaten moeten worden benaderd. Er moet ook worden gekeken naar de rol van kantoren, en de Nederlandse Orde van Advocaten als beroepsorganisatie. Dat betoogde bijzonder hoogleraar advocatuur Jan Broekhuizen in zijn inaugurele rede.

Delen:

Hoogleraar advocatuur: ‘Beroepsethiek moet ook naar kantoren kijken’ - Mr. Online
Jan Broekhuizen (foto: Kirsten van Santen)

Broekhuizen, die advocaat is bij Kennedy Van der Laan, werd per 1 januari 2025 benoemd aan de Universiteit van Amsterdam. Op 8 oktober hield hij zijn oratie: Eigenstandige advocatuur, over publieke waarden en institutionele ethiek. Daarin gaat hij in op de vraag hoe de onafhankelijkheid en de publieke functie van de advocatuur kunnen worden behouden en versterkt.

Commercialisering

Advocaten behartigen de belangen van individuele cliënten en vervullen tegelijkertijd een publieke functie in de rechtsstaat, maar de omstandigheden waaronder zij deze functie vervullen zijn aan het veranderen. Broekhuizen noemt verschillende ontwikkelingen die de advocatuur voor ethische uitdagingen stellen. Om te beginnen het feit dat advocatenkantoren groter en commerciëler zijn geworden. Daardoor kan het voorkomen dat financiële belangen, bedrijfsmatige doelstellingen en de invloed van externe financiers mede de ruimte bepalen die een advocaat heeft om zijn professionele verantwoordelijkheid waar te maken.

Maatschappelijke druk

Tegelijkertijd neemt de politieke en maatschappelijke druk de laatste jaren op advocaten toe. Er wordt vaker verwacht dat zij zich publiekelijk verantwoorden voor de cliënten die zij bijstaan, of voor de maatschappelijke gevolgen van hun werk – bijvoorbeeld op het gebied van klimaatverandering of mensenrechten. Daarbij dreigt uit beeld te raken dat een advocaat niet mag worden vereenzelvigd met zijn cliënt of diens opvattingen, terwijl juist de professionele distantie van advocaten een voorwaarde is voor een goed functionerende rechtsstaat.

Institutionele ethiek

Deze ontwikkelingen roepen volgens Broekhuizen de vraag op hoe de onafhankelijkheid en publieke functie van de advocatuur kunnen worden behouden en versterkt. Wat hem betreft moet voor het  antwoord op die vraag niet alleen worden gekeken naar het handelen van individuele advocaten. De voorwaarden waaronder advocaten hun rechtsstatelijke functie vervullen, worden mede bepaald door de organisaties waarin ze werken en door de wijze waarop de beroepsgroep is georganiseerd. Broekhuizen stelt dan ook dat de ethiek van de advocatuur tevens een institutionele ethiek moet zijn. Het is óók de verantwoordelijkheid van advocatenkantoren en van de Nederlandse orde van advocaten als beroepsorganisatie om ervoor te zorgen dat de advocatuur haar publieke verantwoordelijkheden overeenkomstig haar professionele normen kan vervullen.

Kantoren rechtstreeks aanspreekbaar

Daarom bepleit Broekhuizen dat naast de individuele advocaat het kantoor nadrukkelijker onderwerp wordt van beroepsregulering en daarmee ook uitdrukkelijker rechtstreeks aanspreekbaar. “Denkbaar is een norm die het kantoor zelf, rechtstreeks, verplicht tot een integere bedrijfsvoering en tot het waarborgen van de naleving van de kernwaarden en beroepsregels.”
En wat de NOvA betreft: die zou volgens Broekhuizen de institutionele voorwaarden moeten ontwikkelen en bewaken waaronder advocaten hun verantwoordelijkheden op zo’n manier kunnen vervullen dat ze in overeenstemming zijn met hun professionele normen en rechtsstatelijke rol.

Wilt u vanaf nu elke week een samenvatting van al het nieuws van Mr. in uw mailbox? Klik hier

Delen:

Het belangrijkste nieuws wekelijks in uw inbox?

Abonneer u op de Mr. nieuwsbrief: elke dinsdag rond de lunch een update van het nieuws van de afgelopen week, de laatste loopbaanwijzigingen en de recentste vacatures. Meld u direct aan en ontvang elke dinsdag de Mr. nieuwsbrief.

Scroll naar boven