Indienen inspraakreactie maakt processtichting nog geen belanghebbende

Naast een duidelijke statutaire doelstelling moet een rechtspersoon feitelijke werkzaamheden verrichten voordat zij belanghebbende is. Het indienen van een inspraakreactie is niet het verrichten van feitelijke werkzaamheden.
beeld: Depositphotos

In haar uitspraak van 11 februari 2026 (ECLI:NL:RVS:2026:739) corrigeert de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (de Afdeling) de rechtbank Amsterdam over de ontvankelijkheid van de Stichting Betaalbare Woonstad Amsterdam (de Stichting). De Stichting had een bezwaarschrift ingediend tegen het besluit van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Amsterdam (het College) om een vergunning te verlenen voor het bouwkundig splitsen van een eengezinswoning in vier zelfstandige woningen. Het College had het bezwaarschrift van de Stichting niet-ontvankelijk verklaard. De rechtbank had dat besluit vernietigd en het College stelde hoger beroep in bij de Afdeling tegen de rechtbankuitspraak. 

Dit hoger beroep is voor de Afdeling aanleiding om haar jurisprudentie over de belanghebbendheid van rechtspersonen als bedoeld in artikel 1:2 lid 3 Awb nog eens op een rijtje te zetten. Naast een passende statutaire doelstelling is vereist dat die rechtspersoon feitelijke werkzaamheden verricht. De Afdeling herhaalt dat het einde van de bezwaartermijn bepalend is voor de periode waarin de feitelijke werkzaamheden moeten worden verricht. Verder herhaalt de Afdeling dat werkzaamheden die bestaan uit alleen procederen niet voldoende zijn. Ook werkzaamheden die daarmee verband houden, zoals het indienen van zienswijzen tegen ontwerpbesluiten en het verzorgen van een internetpagina waarbij informatie te vinden is over lopende procedures, is niet voldoende. Het gaat erom of een rechtspersoon feitelijke werkzaamheden verricht met het oog op de behartiging van haar statutaire doelstellingen. 

In dit geval was de Stichting op 30 november 2020 opgericht en de bezwaartermijn liep af op 4 december 2020, zodat activiteiten die tot en met 4 december 2020 waren verricht nog konden worden meegenomen. De Stichting had op 3 december 2020 een inspraakreactie gegeven op de Huisvestigingsverordening Amsterdam 2021 als bijdrage aan een raadsvergadering. De Afdeling achtte – anders dan de rechtbank – het indienen van die inspraakreactie onvoldoende om van feitelijke werkzaamheden te spreken. De inspraakreactie ging weliswaar over splitsen van woningen, in de zin dat woningen aan de woningvoorraad werden onttrokken, maar niet om het bouwkundig splitsen, waarop de vergunning van het College betrekking had. Het beroep van het College is dus gegrond.

Deze uitspraak laat maar weer eens zien dat het criterium ‘verrichten van feitelijke werkzaamheden’ bijzonder nauw luistert. Niet alleen welke periode relevant is, maar ook of de feitelijke werkzaamheden aansluiten bij de statutaire doelstelling en het bestreden besluit.

Wilt u vanaf nu elke maand een samenvatting van alle snelrechtartikelen van Mr.-Online in uw mailbox? Klik hier

Meer weten over deze organisatie(s)?

Delen:

Het belangrijkste nieuws wekelijks in uw inbox?

Abonneer u op de Mr. nieuwsbrief: elke dinsdag rond de lunch een update van het nieuws van de afgelopen week, de laatste loopbaanwijzigingen en de recentste vacatures. Meld u direct aan en ontvang elke dinsdag de Mr. nieuwsbrief.

Scroll naar boven