Ivar Timmer: ‘Juristen zijn digitaal nog lang niet volwassen’

Juristen voelen steeds meer dat ze ook ‘iets’ moeten met technologie. De basis daarvoor is nog onvoldoende stevig, aldus Ivar Timmer, lector Legal Management & Technology aan de Hogeschool van Amsterdam. Denken in casussen moet plaatsmaken voor denken in processen. Maar veel juristen zijn digitaal niet zo vaardig en hebben een blinde vlek voor het belang van goed ingerichte processen, zegt Timmer in een interview in het nieuwe nummer van Mr.

Delen:

Ivar Timmer (foto: Jerome de Lint)

Op de dag dat Van Dale ‘hallucineren’ uitroept tot woord van het jaar, brengt Ivar Timmer de advocaat ter sprake die procedeerde in een handelsnaamzaak en om haar standpunt te ondersteunen een AI-bot om vergelijkbare uitspraken vroeg. Op de zitting afgelopen zomer werd zij door de rechter gekapitteld dat deze uitspraken niets met het handelsnaamrecht te maken hebben, sommige waren zelfs strafrechtelijke uitspraken. “Zeer slordig van die advocaat om dat niet zelf te controleren”, zegt Timmer. Hij heeft meerdere, en stevigere kwalificaties over hoe deze advocaat en andere juristen omgaan met AI. Daarover later meer.

Kwartiermaker

Timmer (1974) houdt zich als lector aan de Hogeschool van Amsterdam bezig met legal management. Daarbij leer je onder meer hoe juridische processen optimaal kunnen worden georganiseerd. “Waar in klassiek juridische opleidingen vooral casusgericht wordt opgeleid, staat bij ons een procesmatige benadering centraal. Inmiddels hebben we ook een voltijdmaster Legal Tech, waar de focus nog sterker op technologie ligt, maar waar de procesmatige blik ook een kernrol speelt.”

Eyeopener

Timmer heeft geconstateerd dat het voor velen een eyeopener is als ze die procesbril opzetten. “Dan pas zie je echt hoe bezwaarprocedures in je organisatie lopen of hoe compliance is ingericht. Met een typisch juridische bril ben je gericht op één zaak en vooral op de inhoud. Zo werkt het in grote delen van de rechtspraktijk. Maar wat als je duizend bezwaarschriften hebt? Hoe organiseer je dat optimaal? Wie doet wat en wanneer? Welke informatie moet op welk moment beschikbaar zijn? Hoe bedienen we onze doelgroep het beste? Hoe beheren en verwerken we informatie? Welke technologie zetten we daarvoor in?”

Andere verdienmodellen

In de advocatuur zijn vraagstukken op het gebied van legal management en technologie net zo relevant en actueel. “Er komt een grote zaak binnen bij een advocatenkantoor. Organiseer je dat slim met behulp van technologie, dan levert dat als het goed is tijdwinst op. Een lagere rekening voor de klant, dus minder omzet voor het kantoor? Dat hoeft niet per se: uren voor legal project management en technische ondersteuning kunnen ook op de declaratie. Vroeger zetten kantoren tien junior advocaten in een ruimte die grote hoeveelheden dossier moesten doorspitten. Een combinatie van AI en mensen doet dat werk beter. Grote kantoren hebben specialisten die dergelijke projecten begeleiden. Hun uren worden ook doorberekend. Per saldo zal het aantal mensuren omlaag gaan en moeten juridische organisaties – juist door technologie als AI – op zoek naar andere ­verdienmodellen. Maar dat geldt voor meerdere beroepsgroepen.”

Junior advocaten

Dit plaatst advocatenkantoren voor een nieuw legal managementprobleem. Als technologie steeds beter juridische informatie kan ontsluiten, selecteren en verwerken, en steeds makkelijker juridische documentatie kan opstellen, wat doen we dan met junior advocaten die dit tot nu toe veelal doen? “Er is een groep die stelt dat junioren het vak alleen door dit soort klussen goed kunnen leren. Wat wordt het pad van junior, medior en senior advocaten, als deze klussen veranderen of vervallen? Welke keuzes gaan kantoren daarin maken? Ik denk dat er voldoende oplossingen zijn, maar vind wel dat de opleiding van rechtenstudenten moet veranderen. Meer aandacht voor technologie is mijns inziens onmisbaar.”

Blinde vlekken

Een probleem is dat de gemiddelde jurist niet zo digitaal vaardig is en vaak ook niet zo organisatorisch geïnteresseerd. “Voor veel juristen zijn dit blinde vlekken. Het zit ook nergens in de klassiek juridische opleiding.” Dat bleek weer eens toen de eerdergenoemde advocaat aan ChatGPT vroeg om enkele uitspraken van rechtbanken die haar pleidooi zouden kunnen ondersteunen. ChatGPT verzon enkele uitspraken (‘hallucineerde’), de advocaat controleerde dat niet en liep lelijk tegen de lamp toen de rechter die uitspraken wél naploos. “Je hoeft niet alles van AI te weten maar bij veel juristen moet de digitale geletterdheid echt omhoog.”

KEI

Meer aandacht voor organisatie is daarbij ook noodzakelijk, dat blijkt wel uit het mislukte KEI-project van de Rechtspraak. “KEI ging over technologie, maar ook over legal management. Ik heb gezien dat rechtbanken nog steeds veel dingen op hun eigen manier organiseren. Als processen niet zijn geharmoniseerd, dan wordt het verdomd moeilijk om daarvoor een effectief ondersteunend ict-systeem te maken. Het is éérst een doordachte visie op management en de inrichting van processen, daarna volgt de technologie.”

Efficiëntiewinsten

De advocaat die de hallucinerende AI-bot geloofde, is voor Timmer iemand die overmatig vertrouwen had in systemen als ChatGPT én die compleet digitaal ongeletterd is – en natuurlijk heel slordig is. Generatieve AI staat in het middelpunt van de belangstelling, maar kent beperkingen. Deze technologie is nooit helemaal te vertrouwen, zegt hij. “Dat wil niet zeggen dat het geen toepassingen heeft. Je kunt het bijvoorbeeld uitstekend inzetten bij transcriberen, samenvatten of het opstellen van concepten. Daarmee kun je enorme efficiëntiewinsten boeken. Maar als je voorstellen klakkeloos in je pleitnota overneemt en denkt dat je die bronnen zomaar kunt vertrouwen, dan gebruik je AI op een compleet onverstandig manier.”

Waarborgen

Hij vervolgt: “Succesvolle inzet van generatieve AI brengt direct legal managementvraagstukken mee: wat gaat een griffier bijvoorbeeld doen als hij zelf geen verslagen meer hoeft te maken en generatieve AI een eerste concept maakt? Hoe organiseer je de waarborgen en zorg je dat controle altijd mogelijk blijft, bijvoorbeeld doordat het bronbestand altijd beschikbaar blijft? Als je dit goed doet liggen er kansen om routinematig werk weg te nemen en serieuze tijdswinst te boeken, terwijl de risico’s beheersbaar zijn. Zo maak je verstandige keuzes over de inzet van die technologie.”

Digitale uitvoeringsfabriek

Een van de focusgebieden van Timmer zijn ‘digitale vertalingen’. Grote onderdelen van de overheid zijn eigenlijk een ‘digitale uitvoeringsfabriek’, waarin rechtsregels zijn vertaald naar digitale systemen die de uitvoering van regelgeving ondersteunen. “In die systemen zijn rechtsregels vertaald naar beslisbomen, bijvoorbeeld op het gebied van sociale zekerheid of vergunningverlening. In grote delen van het gemeentelijk domein zijn belangrijke delen uitbesteed aan externe softwareaanbieders. We hebben geen inzicht hoe dat precies is gedaan en geen vrije toegang tot deze vertalingen. Alhoewel dergelijke technologie in ­beginsel ­navolgbaar is, is dit in de praktijk daar door toch een black box. De vertaling van rechtsregels naar software wordt door sommige leveranciers ook gezien als hun eigen intellectuele eigendom, terwijl dat in het publieke domein hoort.”

Dit is een verkorte versie van het interview dat in het nieuwe nummer van Mr. staat.

Wilt u vanaf nu elke week een samenvatting van al het nieuws van Mr. in uw mailbox? Klik hier

Lees meer over:

Delen:

Het belangrijkste nieuws wekelijks in uw inbox?

Abonneer u op de Mr. nieuwsbrief: elke dinsdag rond de lunch een update van het nieuws van de afgelopen week, de laatste loopbaanwijzigingen en de recentste vacatures. Meld u direct aan en ontvang elke dinsdag de Mr. nieuwsbrief.

Scroll naar boven