De kantonrechter in München kwam op 13 februari 2026 tot een uitgebreid gemotiveerd vonnis over drie logo’s die met gedetailleerde prompts waren gemaakt.
Het ging om de volgende logo’s: ‘Laptop met een boek met een paragraafteken dat voor het scherm zweeft’, ‘Envelop, afgebeeld voor een gebouw met zuilen’ en ‘Handdruk tussen twee personen met verschillende huidskleuren en een rinkelende bel’.
Ten aanzien van alle drie de logo’s komt de rechter tot de conclusie dat de prompts én de ‘vervolg-prompts’ van technische en ‘ambachtelijke’ aard en niet van creatieve aard zijn. Hij gaat daarbij in op het gehele totstandkomingsproces.
De meest uitgebreide prompt luidde als volgt: “Create a logo for a career & jobs notification application. For that, use the shape of a handshake and a bell icon, symbolizing an incoming job notification. The style and the colours should be trustworthy and rather simple. However, adapt the handshake and bell shapes to form something unique and creative, intermix them!”
Na deze prompt werd gekozen uit vier ontwerpen.
De rechter: “Hoewel de eiser in het verdere verloop van de prompting verder invloed uitoefent op het ontwerp van het logo, worden ook deze stappen van beïnvloeding grotendeels gekenmerkt door eerder ambachtelijke activiteiten. Dit is duidelijk wanneer de eiser duidelijke fouten van de AI moet corrigeren (“Those finger must be white skinned, please”, “The last image seems to be broken. Recreate it please”). Ook voor het overige zijn de instructies van de eiser weliswaar deels gedetailleerd (“Okay, I want the hand in the suite sleeve to be of darker skin colour and the other hand with no suite sleeve to be of whiter skin colour, to represent diversity”), maar ontbreekt het aan vrije en creatieve invloed; ze beperken zich hooguit tot het uitoefenen van een geringe invloed op afzonderlijke ontwerpkenmerken, die echter in eerste instantie door de AI zijn gegenereerd. Ook de verdere instructies van de eiser, die uiteindelijk leiden tot het hierboven afgebeelde eindproduct, zijn grotendeels technisch van aard en resultaatgericht (“Nice! Can you make the whiteskin hand more feminin?”, “Make the hands a bit more filigree”, “add a more realistic touch to the hands, adding details”) en getuigen niet van creatieve beslissingen die juist de persoonlijkheid van de eiser weerspiegelen. Uiteindelijk laat de eiser ook hier het ‘artistieke’ ontwerp over aan de AI door alleen algemene richtlijnen te formuleren die de beslissing aan de AI overlaten (“make the bell look more artistic“, „add a more realistic touch to the hands, adding details”). In het totaalbeeld van het ontstaansproces van het logo overheerst daarom grotendeels de technische activiteit van de AI boven de creatieve invloed van de eiser. Er kan uiteindelijk geen sprake zijn van een stempel op het resultaat door zijn creatieve invloed. Ook in deze constellatie kan daarom in het algemeen een voldoende menselijke creatieve invloed en dus een werkachtig karakter worden ontkend.” (par. 27)
De rechter verwijst naar de recente Europese criteria over het weerspiegelen van de persoonlijkheid van de auteur en naar recente Duitse literatuur en concludeert:
“Het is […] niet voldoende als in het kader van de prompting de creatieve ‘beslissing’ uiteindelijk aan de AI wordt overgelaten door middel van slechts algemene, open instructies, ook al zijn deze talrijk en wordt daardoor het uiterlijk van de output geleidelijk veranderd. […]. In louter ambachtelijke activiteiten komt zijn persoonlijkheid niet tot uiting, ongeacht hoe kostbaar of bewerkelijk deze zijn. Het auteursrecht beloont en beschermt niet investeringen, tijdsbesteding of ijver, maar alleen het resultaat van een creatieve activiteit.” (par. 22)
Omdat het hier gaat om geharmoniseerd EU-recht is deze beslissing ook voor Nederland belangrijk.
Amtsgericht München 13 februari 2026, BeckRS 2026, 1513
https://www.gesetze-bayern.de/Content/Document/Y-300-Z-BECKRS-B-2026-N-1513
