1. Advies bedrijfsarts wordt leidend bij de RIV-toets
Na twee jaar ziekte beoordeelt het UWV via de re-integratieverslagtoets (‘RIV-toets’) of werkgever en werknemer voldoende hebben gedaan aan re-integratie. Als de werkgever tekortschiet, bestaat er een reëel risico op een loonsanctie: tot maximaal één jaar extra loondoorbetaling.
Wat verandert er? In de nieuwe situatie wordt het advies van de bedrijfsarts leidend bij deze toets. Werkgevers die het advies van hun bedrijfsarts opvolgen, kunnen er in beginsel vanuit gaan dat zij aan hun re-integratieverplichtingen hebben voldaan. Hierdoor verdwijnt de onzekerheid die nu bestaat over de vraag of het UWV achteraf tot een ander oordeel komt dan de bedrijfsarts.
Een bijkomend voordeel: doordat verzekeringsartsen van het UWV minder werk hebben aan de RIV-toets, houden zij meer tijd over voor de beoordeling van WIA-aanvragen — wat de huidige wachttijden zou moeten terugdringen.
Het wetsvoorstel bevat ook een regeling voor WIA-voorschotten: als na beoordeling blijkt dat iemand geen of een lagere uitkering krijgt, hoeft een eerder gedaan voorschot niet te worden terugbetaald. Dit beleid — tot nu toe een tijdelijke maatregel — wordt wettelijk verankerd.
Dit wetsvoorstel is voor advies aangeboden aan de Raad van State.
2. Tweede spoor verplicht in het tweede ziektejaar
Langdurige ziekte dwingt werkgevers de functie van de zieke werknemer open te houden. Voor bedrijven betekent dit dat zij de zieke werknemer slechts tijdelijk kunnen vervangen, wat de bedrijfsvoering bemoeilijkt. Dit maakt werkgevers terughoudend bij het aanbieden van vaste contracten.
Wat verandert er? Vanaf het tweede ziektejaar wordt re-integratie zoveel mogelijk gericht op het tweede spoor: de werknemer gaat aan de slag bij een andere werkgever, zonder mogelijkheid van terugkeer naar de eigen werkplek. Dit kan met instemming van de werknemer of met toestemming van het UWV. Minister Aartsen: “Dat is goed voor de werkgever, want deze weet zo sneller of hij iemand nieuw mag aannemen om weer op volle sterkte te komen. Voor de werknemer is eerder duidelijk dat de re-integratie zich richt op een baan bij een nieuwe werkgever.”
Dit wetsvoorstel is al naar de Tweede Kamer gestuurd en vormt de tweede stap van minister Aartsen in een bredere hervorming van de loondoorbetalingsperiode bij ziekte.
Wat betekent dit in de praktijk?
Deze twee voorstellen hebben — als zij worden aangenomen —gevolgen voor de dagelijkse praktijk:
- Minder loonsanctierisico: Door het advies van de bedrijfsarts leidend te maken, neemt de kans op een achteraf opgelegde loonsanctie door het UWV af. Dat is goed nieuws, maar het stelt wél hogere eisen aan de kwaliteit van het bedrijfsartsadvies en de vastlegging daarvan in het dossier.
- Vroegtijdige focus op tweede spoor: Werkgevers moeten in het tweede ziektejaar sneller schakelen richting externe re-integratie. De huidige praktijk van afwachten of eerste-spoor-opties nog haalbaar zijn, verdwijnt.
- Mkb-relevantie: Beide maatregelen zijn nadrukkelijk bedoeld om het mkb meer ruimte te geven, maar ook grotere werkgevers ondervinden de gevolgen van de gewijzigde toetsingssystematiek.
- Procesbewaking: Werkgevers doen er goed aan hun re-integratieprocessen en dossiervorming (nu ook al) kritisch te screenen op aansluiting bij het bedrijfsartsadvies.
- Robuust ‘bedrijfsartsbeleid’: Het is van belang dat er heldere afspraken gemaakt worden met de arbodienst of bedrijfsarts over de inhoud, tijdigheid en vastlegging van adviezen.
- Duidelijk re-integratiebeleid: Het blijft van belang een duidelijk re-integratiebeleid te voeren. Daarin zou opgenomen kunnen worden dat vanaf het tweede ziektejaar actief wordt ingezet op tweede-spoor-trajecten.
Zodra de Raad van State advies heeft uitgebracht over het eerste wetsvoorstel, wordt dit — eventueel aangepast — ingediend bij de Tweede Kamer. Het tweede wetsvoorstel ligt al bij de Tweede Kamer en zal naar verwachting op korte termijn worden behandeld. Daarnaast werkt het kabinet aan verdere maatregelen om de loondoorbetaling bij ziekte beter uitvoerbaar te maken voor werkgevers — met name voor het mkb. Concreet valt te denken aan een verkorting van de loondoorbetalingsperiode voor kleine werkgevers en een publieke uitvoerder voor het tweede ziektejaar. U kunt altijd bij ons terecht voor meer informatie.

