De advocaat in kwestie werd afgelopen zomer voor twee weken onvoorwaardelijk geschorst, vanwege ondermaatse dienstverlening aan een cliënt. In een andere zaak, waarin op dezelfde dag uitspraak werd gedaan, kreeg hij een voorwaardelijke schorsing van acht weken met als bijzondere voorwaarde dat hij een coach moet zoeken – de man heeft al eerder tuchtzaken aan z’n broek gehad.
Schorsingsvoorwaarden
Voorafgaand aan de twee weken schorsing stuurt de deken hem een brief met wat er tijdens de schorsingsperiode allemaal niet mag. Zo mag hij “op geen enkele wijze de rechtspraktijk uitoefenen, niet procederend en niet adviserend, en mag ook overigens geen werkzaamheden verrichten die tot de advocatenpraktijk worden gerekend, en mag (dus) ook niet optreden als curator, mediator, jurist of gemachtigde”. Bovendien mag hij er geen enkel misverstand over laten bestaan dat hij in de uitoefening van zijn praktijk is geschorst.
Geen vervanger
Maar daar houdt de advocaat zich niet aan. Hij verschijnt toch met een cliënt en in toga op een politierechterzitting in de rechtbank Rotterdam. Omdat een collega die hem zou vervangen het kort voor een zitting onverwacht laat afweten, en het hem zo snel niet lukt een andere advocaat te vinden, heeft hij besloten toch zelf te gaan. Bedoeling is om aanhouding van de zaak te vragen.
Nog voordat hij aan het woord komt, vraagt de rechter hem of hij geschorst is. Nadat hij bevestigend antwoord, wordt de zaak aangehouden tot na de schorsingsperiode.
De president van de rechtbank meldt het voorval bij de Haagse deken.
Dom
Tijdens de behandeling van de tuchtzaak zegt de advocaat dat het “dom” was om bij de rechtbank te verschijnen, dat had hij niet moeten doen. De Haagse raad van discipline noemt het gedrag van de advocaat in zijn uitspraak “beschamend” en rekent hem dat zeer aan. “Verweerder heeft ernstig inbreuk gemaakt op het vertrouwen dat anderen moeten kunnen hebben in de professionaliteit van de beroepsgroep van de advocatuur.” Het komt de man, mede door zijn tuchtrechtelijk verleden, op een onvoorwaardelijke schorsing van vier weken te staan.
