Twee waarheden in één dossier: waarom advocaten en accountants hetzelfde onderzoek anders zien

Wie denkt dat een onderzoek één objectieve uitkomst heeft, kijkt te simpel naar hoe feiten in de praktijk werken. In werkelijkheid wordt een dossier niet alleen bepaald door wat er gebeurt, maar vooral door wie ernaar kijkt.

Delen:

beeld: pexels

Zet een advocaat en een accountant naast elkaar in hetzelfde onderzoek en zij zullen vaak op dezelfde feiten stuiten. Toch ontstaat er zelden hetzelfde verhaal. Niet omdat één van beiden minder zorgvuldig is, maar omdat hun rol, opdracht en verantwoordelijkheid wezenlijk verschillen.

De advocaat redeneert vanuit de positie van zijn cliënt. De accountant opereert vanuit het vertrouwen dat het maatschappelijk verkeer moet kunnen stellen in zijn oordeel, ook wanneer hij in opdracht van één partij werkt. Die spanning werkt door in alles: van de selectie van feiten tot de manier waarop conclusies worden opgebouwd.

1. Voor wie werk je?

Onder elk onderzoek ligt een eenvoudige, maar bepalende vraag: voor wie doe je dit eigenlijk?

Voor de advocaat is het antwoord eenduidig. Hij is partijdig belangenbehartiger en zijn analyse staat in dienst van de rechtspositie van zijn cliënt. Risico’s, scenario’s en strategie vormen het kader waarbinnen feiten betekenis krijgen.

De accountant heeft een bredere oriëntatie. Zijn werk moet niet alleen overtuigen voor de opdrachtgever, maar ook voor derden die erop vertrouwen. Dat maakt dat hij voortdurend moet afwegen welke informatie noodzakelijk is voor een juist en volledig beeld.

2. Normen die elkaar spiegelen

Waar de advocaat partijdigheid als uitgangspunt heeft, geldt voor de accountant onafhankelijkheid als randvoorwaarde. Dat leidt tot verschillende accenten in de praktijk.

De advocaat heeft ruimte om te selecteren en juridisch te duiden, zolang hij binnen de grenzen van wet en gedragsregels blijft. De accountant moet juist voorkomen dat zijn rapport wordt gezien als een verlengstuk van de opdrachtgever. Dat betekent dat ook ongunstige bevindingen worden opgenomen wanneer die relevant zijn voor het totaalbeeld.

Het gevolg is zichtbaar in de weging van informatie. Wat voor de één strategisch minder relevant is, kan voor de ander essentieel zijn om het beeld niet te vertekenen.

3. Feiten: structuur en betekenis

De omgang met feiten laat de verschillen het duidelijkst zien.

De accountant werkt doorgaans vanuit een gestructureerde methodiek, gebaseerd op professionele standaarden. Hij werkt planmatig, documenteert zijn werkzaamheden en maakt expliciet welke risico’s hij onderkent, bijvoorbeeld op het gebied van fraude of bias. Het uitgangspunt is dat een vakgenoot, met hetzelfde dossier, in grote lijnen tot vergelijkbare bevindingen moet kunnen komen, binnen de ruimte van professionele oordeelsvorming.

De advocaat ordent feiten primair naar juridische relevantie. Bewijsbaarheid, kwalificatie en procespositie bepalen welke elementen worden uitgediept en hoe zij worden gepresenteerd. De aanpak is daardoor flexibeler en sterker contextgedreven.

Beide benaderingen zijn functioneel: de één borgt consistentie en toetsbaarheid, de ander juridische scherpte en strategische relevantie.

4. Wat blijft binnen, wat gaat naar buiten?

De verschillen worden het scherpst zichtbaar bij de vraag wat met de uitkomsten gebeurt.

Voor de advocaat is vertrouwelijkheid leidend. Informatie blijft in beginsel binnen de relatie met de cliënt, en externe communicatie is vooral een strategische afweging.

De accountant kan, afhankelijk van opdracht en normenkader, te maken krijgen met rapportage- of meldplichten. Dat verschuift de afweging: niet alleen wat wenselijk is voor de opdrachtgever, maar ook wat noodzakelijk is voor gebruikers van de informatie.

Waar de ene beroepsgroep primair denkt in bescherming van informatie, denkt de andere in noodzakelijke informatievoorziening richting derden.

5. Eén casus, twee lezingen

Neem een onderneming waar signalen bestaan van mogelijke omzetmanipulatie.

De advocaat zal het onderzoek inkaderen vanuit aansprakelijkheid en procesrisico’s. Wat betekent dit voor bestuurders en commissarissen? Welke exposure bestaat richting toezichthouders of het Openbaar Ministerie? Interviews richten zich op betrouwbaarheid van verklaringen en de juridische positie van betrokkenen.

De forensisch accountant richt zich op de vraag of de financiële verslaggeving een getrouw beeld geeft. Hij analyseert data, reconstrueert transacties en zoekt externe bevestiging van feiten.

 

De feitelijke basis kan grotendeels samenvallen, maar de interpretatie en rapportage leiden tot verschillende accenten en conclusies.

6. Waar ze elkaar versterken

Juist in die verschillen ligt ruimte voor versterking.

Advocaten kunnen hun onderzoekspraktijk verdiepen door explicieter te werken met methodische uitgangspunten, consistente dossiervorming en een duidelijke scheiding tussen feiten en duiding. Dat vergroot de toetsbaarheid en overtuigingskracht van hun rapportages, met name richting rechter en toezichthouder.

Accountants winnen aan impact wanneer zij meer aandacht besteden aan context en betekenis. Feiten worden pas echt bruikbaar wanneer duidelijk is wat zij betekenen binnen het bredere geheel, inclusief mogelijke juridische consequenties.

Voor organisaties is het daarnaast cruciaal om vooraf scherp te definiëren welke rol een accountant vervult en onder welke waarborgen van onafhankelijkheid hij opereert. Dat beïnvloedt direct de reikwijdte en het gebruik van de uitkomsten. Verdere duiding daarvan is te vinden op de website van accountantskantoor Accountantsverklaring.

7. Naar een geïntegreerde onderzoekspraktijk

In de praktijk werken advocaten en accountants steeds vaker samen in geïntegreerde teams. Dat is geen toeval, maar een logisch gevolg van de complexiteit van moderne onderzoeken, waarin financiële, juridische en reputatie-aspecten samenkomen.

De kracht van die samenwerking ligt in het combineren van perspectieven met behoud van rolzuiverheid. De accountant borgt methodische vaststelling van feiten. De advocaat vertaalt die feiten naar juridische duiding, risicoanalyse en strategie, en bewaakt de externe positionering.

De effectiviteit van zo’n samenwerking staat of valt met expliciete rolafbakening en vooraf gemaakte afspraken over scope, methodiek en communicatie.

Slot

De vraag is uiteindelijk niet of één van beide benaderingen beter is. De vraag is of we in juridische en forensische onderzoeken voldoende erkennen dat “de feiten” pas betekenis krijgen door de bril waardoor ze worden bekeken. Die bril is niet neutraal, maar volgt logisch uit rol, opdracht en verantwoordelijkheid.

Wie dat onderscheid niet expliciet maakt in complexe onderzoeken, creëert geen objectiviteit, maar schijnzekerheid.

Dit bericht valt buiten de redactionele verantwoordelijkheid.

Delen:

Het belangrijkste nieuws wekelijks in uw inbox?

Abonneer u op de Mr. nieuwsbrief: elke dinsdag rond de lunch een update van het nieuws van de afgelopen week, de laatste loopbaanwijzigingen en de recentste vacatures. Meld u direct aan en ontvang elke dinsdag de Mr. nieuwsbrief.

Scroll naar boven