Douwe Groenevelt heeft het juridische vak de afgelopen jaren meer dan eens een onzekere toekomst voorspeld. De voormalige advocaat en bedrijfsjurist van ASML werd een uitgesproken pleitbezorger van kunstmatige intelligentie en maakte zelfs een met AI geproduceerde korte film over het einde van de advocatuur. Maar terwijl de meeste juristen nog druk bezig zijn om toepassingen als Harvey, Legora en Claude in hun dagelijkse werk te integreren, heeft Groenevelt zijn blik alweer verlegd. Niet naar de volgende AI-applicatie, maar naar de onderliggende technologie die al die toepassingen überhaupt mogelijk maakt.
Chipsystemen
Sinds 1 september is Groenevelt namelijk Chief Operating Officer van EUCLYD, een jonge Eindhovense onderneming die een nieuwe generatie chipsystemen ontwikkelt waarop kunstmatige intelligentie kan draaien. Het bedrijf haalde onlangs meer dan 200 miljoen euro op bij investeerders, onder wie Samsung en verschillende Europese investeringsfondsen. Daarmee heeft Groenevelt zijn juridische loopbaan ingeruild voor een functie in een van de meest kapitaalintensieve en technologisch complexe industrieën ter wereld.
Wat doet EUCLYD precies? “Wanneer iemand een vraag stelt aan een chatbot”, legt Groenevelt uit, “worden op de achtergrond enorme hoeveelheden berekeningen uitgevoerd om tot een antwoord te komen. Dat proces heet inference, of inferentie. Hoe complexer de opdracht en hoe krachtiger het gebruikte AI-model, hoe meer rekenkracht daarvoor nodig is.”
EUCLYD ontwikkelt geen chatbot of taalmodel, maar de chipsystemen waarop dergelijke berekeningen kunnen worden uitgevoerd. Het bedrijf wil die infrastructuur aanzienlijk efficiënter maken, zodat AI minder energie verbruikt, goedkoper wordt en op grotere schaal beschikbaar komt. Waar veel aandacht uitgaat naar de ontwikkeling van steeds intelligentere modellen, concentreert EUCLYD zich op de vraag hoe die modellen vervolgens efficiënt kunnen worden gebruikt.
Soevereiniteit
Het is een fundamenteel andere positie in de AI-markt dan Groenevelt de afgelopen jaren innam. Als oprichter van Viridea en later partner bij Datacation hield hij zich bezig met de praktische toepassing van AI binnen organisaties. Nu werkt hij aan de onderliggende infrastructuur. “In vakjargon heet dat de wereld van deep tech: technologie die doorgaans grote investeringen, gespecialiseerd personeel en lange ontwikkeltrajecten vereist. Ik zie daar enorme kansen.”
Een belangrijke drijfveer achter EUCLYD is het versterken van de Europese technologische onafhankelijkheid. Op dit moment is Europa voor geavanceerde AI-rekenkracht grotendeels afhankelijk van buitenlandse leveranciers, met Amerikaanse technologiebedrijven als dominante spelers. EUCLYD wil helpen die afhankelijkheid te verminderen door een eigen Europese positie op te bouwen in de ontwikkeling en beschikbaarheid van AI-infrastructuur.

Die Europese identiteit is bewust gekozen, vertelt Groenevelt. “Zelfs de bedrijfsnaam verwijst ernaar: EUCLYD is geïnspireerd op de Griekse wiskundige Euclides, met de letters EU als nadrukkelijke verwijzing naar Europa.” Het bedrijf wil zijn kernactiviteiten in Europa houden en heeft bij de financiering sterk ingezet op Europese investeerders.
Dat betekent volgens Groenevelt overigens niet dat het bedrijf zich tegen Amerikaanse technologiebedrijven keert. “Wij zijn niet anti-Amerika. De halfgeleiderindustrie is wereldwijd nauw verweven. Ontwerp, productie, software en technische kennis bevinden zich verspreid over verschillende continenten. Samenwerking met Amerikaanse en andere internationale bedrijven blijft daarom noodzakelijk en wenselijk.” Europese technologische soevereiniteit betekent voor hem vooral dat Europa over eigen kennis en mogelijkheden moet beschikken, zodat het niet voor iedere ontwikkeling volledig afhankelijk is van anderen.
Hokjesdenken
Groenevelts eigen loopbaan past opvallend goed bij die filosofie, ziet hij ook zelf. Hij begon als advocaat bij De Brauw Blackstone Westbroek en werkte vervolgens ongeveer tien jaar bij ASML, waar hij uiteindelijk Head of Legal was. Zijn werkzaamheden brachten hem in aanraking met vrijwel alle onderdelen van het bedrijf, van productontwikkeling en commercie tot governance, finance en cybersecurity. Daar groeide zijn belangstelling voor technologie, organisatieontwikkeling en ondernemerschap.
“Professionals zijn geneigd zichzelf te definiëren vanuit hun vakgebied”, schetst hij. “Een jurist is een jurist, een ICT’er is een ICT’er. Maar die traditionele beroepshokjes worden door AI steeds minder relevant. Nieuwe technologie maakt het eenvoudiger om buiten je eigen specialisme kennis op te doen, omdat bedrijven juist behoefte hebben aan medewerkers die over de grenzen van hun oorspronkelijke functie kunnen kijken.”
Als bedrijfsjurist merkte hij al hoe belangrijk dat bredere perspectief is. “Om juridisch goed te kunnen adviseren, moet je begrijpen hoe een onderneming werkt, wat haar producten zijn en welke belangen er spelen. Tegelijkertijd blijft een jurist wél verantwoordelijk voor zijn eigen vakgebied, waardoor het extra inspanning vergt, naast je primaire taken, om je breder te ontwikkelen.” Groenevelt besloot in zijn ASML-jaren dan ook bewust tijd vrij te maken om meer over technologie en bedrijfsvoering te leren. Daarvan plukt hij nu de vruchten: “Ik ken de halfgeleiderindustrie, begrijp de organisatorische dynamiek van een technologiebedrijf en ben goed vertrouwd met onderwerpen als intellectueel eigendom, octrooien en beveiliging.”
Advocatuur
Hoewel EUCLYD zich voorlopig vooral richt op grote industriële afnemers en institutionele sectoren, sluit Groenevelt niet uit dat ook advocatenkantoren op termijn tot de klantenkring gaan behoren. “De behoefte aan betrouwbare, veilige en zelfstandig beheersbare AI-infrastructuur neemt de komende jaren alleen maar toe. Zeker in sectoren waar met vertrouwelijke informatie wordt gewerkt, is de vraag wie de rekenkracht levert en waar gegevens worden verwerkt van groot belang.”
De juridische sector is voor EUCLYD momenteel nog niet in beeld, benadrukt Groenevelt. “Maar als we drie tot vijf jaar verder kijken, krijgen steeds meer grote, internationale advocatenkantoren behoefte aan eigen, soevereine rekenkracht.” Een van de grootste kantoren in Amerika, Latham & Watkins, heeft zelfs recent al eigen AI-servers aangeschaft, geeft hij als voorbeeld. “Grote kantoren beschikken over omvangrijke hoeveelheden vertrouwelijke kennis en zijn steeds afhankelijker van AI bij het verwerken daarvan. Zelf controle kunnen uitoefenen over de gebruikte infrastructuur kan voor zulke organisaties heel belangrijk worden.”
Infrastructuur
De logische vervolgstap is volgens Groenevelt dan ook dat meer grote advocatenkantoren uiteindelijk controle willen over de rekenkracht waarop hun modellen draaien. In plaats van alleen software of toegang tot externe modellen in te kopen, kunnen zij investeren in eigen of exclusief beheerde infrastructuur. Die ontwikkeling is al begonnen: medio oktober maakte NautaDutilh bekend in Nederland een aparte afdeling te starten, genaamd Bluefield, gericht op het ontwikkelen van eigen AI-systemen. Groenevelt verwacht dat het daar niet bij blijft en dat meer kantoren binnen vijf tot zeven jaar een vergelijkbare stap zetten.
“Daarmee zou de juridische sector een vergelijkbare beweging kunnen maken als andere bedrijfstakken waarin technologie een strategische productiefactor is geworden. Wie de infrastructuur beheerst, heeft meer mogelijkheden om eigen toepassingen te ontwikkelen, kosten te sturen en voorwaarden te stellen aan gegevensverwerking. Maar dat betekent niet dat eigen infrastructuur automatisch veiliger of goedkoper is: ook het beheer, de beveiliging, het onderhoud en de benodigde expertise brengen aanzienlijke kosten en verantwoordelijkheden mee.”
Groenevelt verwacht bovendien dat de terughoudendheid om zelf AI-systemen te beheren geleidelijk zal verdwijnen. “Wat nu nog een ingewikkeld technisch experiment lijkt, kan over enkele jaren een normale strategische keuze zijn. Vooral voor grote internationale advocatenkantoren, die over voldoende financiële middelen en technische deskundigheid beschikken, kan het aantrekkelijk worden om steeds meer onderdelen van hun AI-infrastructuur in eigen hand te nemen.”
Eenpitters
Voor kleine kantoren en zelfstandige advocaten ziet de toekomst er anders uit, beseft Groenevelt. Zij zullen overwegend gebruikers blijven van kant-en-klare AI-toepassingen. Maar ook voor hen verwacht hij grote veranderingen. “De kwaliteit van de beschikbare software zal aanzienlijk toenemen, terwijl het gebruik ervan steeds eenvoudiger en intuïtiever wordt.”
Dat gaat gevolgen hebben voor de discussie over AI-adoptie binnen de advocatuur, voorspelt Groenevelt. “Veel aandacht gaat momenteel uit naar opleiding, gedragsverandering en het overtuigen van juristen om nieuwe technologie daadwerkelijk te gebruiken. Maar ik denk dat een belangrijk deel van die problemen uiteindelijk door de technologie zelf wordt opgelost. Naarmate AI-systemen beter begrijpen wat gebruikers willen en steeds meer werkzaamheden zelfstandig kunnen uitvoeren, neemt de noodzaak af om ingewikkelde instructies te leren of voortdurend met instellingen te experimenteren.”
Daarmee verdwijnt niet iedere uitdaging. Juristen zullen nog altijd moeten begrijpen wat AI wel en niet kan, de betrouwbaarheid van de resultaten beoordelen en verantwoordelijkheid nemen voor hun professionele handelen. Maar Groenevelt verwacht dat het technische gebruik van AI minder een belemmering wordt. “De belangrijkste vraag zal steeds minder zijn hoe advocaten AI kunnen leren gebruiken, maar wat er overblijft van hun werkzaamheden wanneer die technologie voor iedereen toegankelijk wordt.”
Concurrentie
Want terwijl advocatenkantoren druk bezig zijn hun eigen AI-systemen te ontwikkelen, kan er volgens Groenevelt een veel fundamentelere bedreiging ontstaan. Technologiebedrijven hoeven hun producten immers niet uitsluitend aan juridische professionals te verkopen. Zij kunnen ook rechtstreeks toepassingen ontwikkelen voor particulieren en ondernemingen die juridische ondersteuning nodig hebben.
“Ik voorzie op vrij korte termijn een toename van op eindgebruikers gerichte, kwalitatief hoogwaardige applicaties voor juridische dienstverlening: laagdrempelige voorzieningen waarmee gebruikers direct betrouwbare juridische informatie en ondersteuning kunnen krijgen. Een groot deel van het standaardwerk waarvoor nu nog een advocaat wordt ingeschakeld, verdwijnt dan uit de traditionele advocatuur.” De introductie van gespecialiseerde technologie als Astra for Law van OpenAI beschouwt hij als een voorbode van deze ontwikkeling, al richt die toepassing zich momenteel nog op professionele gebruikers.
AI native
Nieuwe concurrentie komt bovendien niet alleen van technologiebedrijven. Wereldwijd schieten zogenoemde AI-native advocatenkantoren als paddenstoelen uit de grond: kantoren die niet achteraf AI aan bestaande werkprocessen toevoegen, maar hun hele bedrijfsmodel vanaf de oprichting rond die technologie inrichten.
“De groei gaat razendsnel”, ziet Groenevelt. Volgens de AI Firm Index stonden er in maart 2026 wereldwijd nog maar 27 van zulke kantoren en praktijken geregistreerd, “maar inmiddels zijn dat er zeventig. En ook Nederland heeft inmiddels zijn eerste vertegenwoordiger: het Amsterdamse Driven Lawyers.” Dat eerste AI-native advocatenkantoor van Nederland bouwde zijn geheel eigen software en opende in september zijn deuren. Daarmee ontstaat voor traditionele advocatenkantoren nóg een nieuwe concurrent: advocaten die dankzij AI met een fundamenteel ander bedrijfsmodel opereren.
Toekomstbeeld
Naar zijn eigen toekomst kijkend lijkt een terugkeer naar de juridische wereld voorlopig niet voor de hand te liggen, sluit Groenevelt af. “Mijn ambities liggen bij het uitbouwen van EUCLYD tot een volwaardige internationale speler die verschillende chipsystemen op de markt heeft gebracht en klanten over de hele wereld van AI-rekenkracht voorziet.”
Daarbij gaat het hem niet uitsluitend om commerciële groei. Groenevelt hoopt dat EUCLYD kan uitgroeien tot een belangrijke motor van de Europese technologische ontwikkeling, met producten die wereldwijd worden gebruikt. “Een onderneming die Europa meer zeggenschap geeft over de technologie waarvan steeds meer sectoren afhankelijk worden.”
Het is een ambitieus toekomstbeeld voor iemand die zijn carrière als advocaat begon. Maar voor Groenevelt is de overstap minder onlogisch dan hij op het eerste gezicht lijkt. Waar hij zich jarenlang bezighield met de juridische gevolgen van technologie, helpt hij nu de technologie zelf vorm te geven. En terwijl advocaten zich afvragen hoe zij AI in hun bestaande praktijk kunnen inpassen, kijkt hij alweer een stap verder: “Naar een wereld waarin de vraag niet meer is hoeveel werk AI de jurist uit handen neemt, maar voor welk werk de cliënt straks überhaupt nog een jurist nodig heeft.”
Dit is een verkorte versie van het interview met Douwe Groenevelt dat in de nieuwe AI-special van Mr. staat, die in november verschijnt.
