Wanneer is AI op kantoor echt ‘veilig genoeg’?
Het is dinsdagavond, 21:45 uur. De deadline voor een belangrijk memo is morgenochtend. Een publieke chatbot op een privélaptop lijkt een snelle oplossing om de tekst aan te scherpen. Inclusief vertrouwelijke informatie over een mogelijk bod. Dit gebeurt vaker dan men denkt. Terwijl officieel wordt gezegd dat we “goed moeten nadenken over veilig AI‑gebruik”, experimenteert iedereen ondertussen naar eigen inzicht.
Vraag tien professionals wat ‘veilige AI’ is en je krijgt tien definities. Voor de een draait het om geheimhouding, voor de ander om reputatie of aansprakelijkheid. Allemaal terecht, maar zonder afspraken bepaalt toeval welke waarde het zwaarst weegt.
Daarom is ‘is AI veilig?’ niet de juiste vraag. De relevante vraag is: wat willen we als kantoor zó beschermen dat AI‑gebruik daaraan ondergeschikt is? Pas dan kun je bepalen wat ‘veilig genoeg’ betekent. Kantoren die dit expliciet maken, zien schaduwgebruik afnemen en meer openheid ontstaan.
AI is pas ‘veilig genoeg’ wanneer drie zaken tegelijk kloppen:
- Er is expliciet gemaakt wat beschermd moet worden.
- Daaruit volgen duidelijke grenzen voor AI‑gebruik.
- Medewerkers voelen zich veilig om te twijfelen en vragen te stellen.
Een praktisch kader voor veilig AI‑gebruik
- Wat beschermen we? Welke informatie mag nooit in externe systemen belanden?
- Aan welke technische voorwaarden moet een AI‑systeem voldoen? Denk aan EU‑opslag, geen training op data, versleuteling, logging en identity‑koppeling.
- Welke tools zijn toegestaan en waarvoor? Maak expliciet welke tools binnen de veilige zone vallen en onder welke beperkingen.
Zonder beleid beslist de deadline
Veiligheid is niet alleen een eigenschap van een tool, maar van het kantoor dat het gebruikt. ‘Veilig genoeg’ betekent niet nul risico, maar bewust bepalen welk risico aanvaardbaar is. Wie dat niet doet, laat beslissingen automatisch vallen bij individuele medewerkers – vaak op dinsdagavond, kwart voor tien, op een privélaptop.

.jpg)