Drie advocaten krijgen een waarschuwing en moeten op cursus na verkeerd gebruik van AI, kopte NOS op 22 februari jl. Een link naar de vindplaats van de uitspraken was niet bijgevoegd en ook andere juridische media gaven geen rechtstreekse verwijzing naar een bron van deze uitspraken.
Daarom gebruikten wij zelf maar een AI-tool om de betreffende uitspraken te vinden. Op tuchtrecht.nl of rechtspraak.nl staan geen tuchtrechtelijke uitspraken over advocaten wegens verkeerd gebruik van AI. Die drie advocaten hebben dus geen formele waarschuwing gekregen. Wij hadden ons de zoektocht misschien wel kunnen besparen, want de combinatie van een waarschuwing met het moeten volgen van een cursus kan de tuchtrechter niet opleggen. Een bijzondere voorwaarde zoals bedoeld in art. 48a Advocatenwet kan alleen gekoppeld worden aan een voorwaardelijke schorsing, niet aan de lichtste straf in het tuchtrecht.
Het lijkt er dus op dat deken Wouter Timmermans van Orde Gelderland met de waarschuwingen doelt op normoverdragende gesprekken die hij met advocaten heeft gevoerd, of de verantwoordelijke dekens van de betreffende advocaten heeft gevraagd dat te doen. Uit een artikel op de website van Omroep Gelderland blijkt dat deken Timmermans het verkeerd gebruik van AI in zijn portefeuille heeft binnen het dekenberaad.
Toch nog maar even verder gezocht naar de gevallen waarop het nieuwsbericht zou kunnen doelen. We lijken er twee te hebben gevonden nadat wij onze ‘prompt’ wat preciezer op het doel hadden afgestuurd.
De rechtbank Gelderland oordeelde op 6 november 2025 over het beroep van iemand wiens bijstandsuitkering was verlaagd. De rechtbank maakte een ‘Opmerking vooraf’: de gemachtigde van eiser heeft een dag voor de zitting in aanvullende beroepsgronden verwezen naar een reeks uitspraken van de Centrale Raad van Beroep. De rechtbank kon twee uitspraken die handelen over de Participatiewet vinden. Van de andere uitspraken kwamen de combinatie van datum en ECLI-nummer niet overeen. De uitspraken die wel gevonden konden worden gingen over niet-relevante onderwerpen. De rechtbank kon zich niet onttrekken aan de indruk dat er gebruik was gemaakt van Chat GPT of een andere AI-tool. Wat daarvan ook zij, de rechtbank zal het beroep op deze uitspraken passeren.
In een uitspraak van de rechtbank Rotterdam van 27 augustus 2025 ging het over een handelsnaamgeschil. Het restaurant ‘De Jongens’ werd geconfronteerd met een ander restaurant in dezelfde kustplaats dat de naam ‘De Jongens HvH’ ging voeren. Daar stak de rechtbank een stokje voor, maar niet nadat de rechter in het kader van de beoordeling van art. 21 Rv een flinke waarschuwing uitdeelde naar de gedaagde partij: “Tijdens de mondelinge behandeling is vastgesteld dat alle verwijzingen in de conclusie van antwoord naar uitspraken van de Hoge Raad onjuist zijn… Geen enkele van de aangehaalde (vermeende) arresten heeft betrekking op het handelsnaamrecht. Sommige ECLI-nummers horen bij strafrechtelijke uitspraken, andere bestaan in het geheel niet. Desgevraagd heeft (de advocaat van) X verklaard dat dit alles is veroorzaakt door een probleem bij het converteren van een word-bestand naar pdf. Deze verklaring roept vragen op.” De rechtbank liet het erbij, nu de gedaagde partij per saldo geen voordeel had gehad van de onjuiste voorstelling van zaken in de conclusie van antwoord.
Onlangs verscheen een tussenuitspraak van een kantonrechter die het verkeerd gebruik van AI wat minder kon waarderen. In een zaak over ontbinding van een huurovereenkomst vinden we de kop ‘Schending van artikel 21 Rv’ terug. De advocaat van de huurder had in de conclusie van antwoord acht uitspraken aangehaald. Eén ECLI-nummer bestond niet en bij de andere zeven behoort het ECLI-nummer bij geheel andere uitspraken dan omschreven in de conclusie van antwoord. De advocaat had nog wel een ‘akte rectificatie conclusie van antwoord’ genomen, maar de advocaat was niet verschenen op de mondelinge behandeling van de zaak. De kantonrechter had sterk de indruk dat er gebruik was gemaakt van een AI-tool zonder te controleren of sprake was van een verkeerde of verzonnen bron. De kantonrechter beoordeelde dit als ‘kwalijk’. Hij verwees de zaak naar de rol van 26 maart aanstaande, waarbij de advocaat op het matje moet komen. De advocaat moet een akte nemen met nadere uitleg over het gebruik van AI.
Zo zien we dat het verkeerd gebruik van AI wordt getoetst aan artikel 21 Rv, het artikel dat procespartijen verplicht om de voor de beslissing van belang zijnde feiten volledig en naar waarheid aan te voeren. Schending van de waarheidsplicht kan ertoe leiden dat de rechter de onvolledige of onjuiste informatie negeert en hieruit de gevolgen verbindt die hij geraden acht, inclusief afwijzing van de vordering.
De dekens hebben geen AI-tool nodig om hierbij handhavend op te treden. Gedragsregel 8, in het hoofdstukje over de maatschappelijke rol van de advocaat, schrijft voor dat de advocaat zich moet onthouden van het verstrekken van feitelijke informatie waarvan hij weet, althans behoort te weten, dat die onjuist is. In de toelichting wordt uitdrukkelijk naar artikel 21 Rv verwezen.
