De aanleiding
Toen ik, Elise, twee weken geleden mijn laptop openklapte, zag ik een wel heel leuke mail in mijn inboxje: mijn Lululemon-sportbroek wordt dinsdag geleverd. Ook Shady Morsi, mijn UvA- en Mr. Student-collega, had mij gemaild over mijn blogs. Hij leest ze blijkbaar met plezier en vroeg of we een keertje een koffietje konden doen.
Uiteraard was ik gevleid, al wel verbaasd door zijn formele toon. Het was pas toen Shady mij appte dat hij ‘maar’ vijf minuten later op locatie zou zijn, dat ik mij realiseerde dat wij twee totaal verschillende studenten zijn. Ik ben namelijk een structurele telaatkomer en uiteindelijk was het ook hij die op mij heeft moeten wachten die zekere maandag.
Shady vertelde hoe hij eerste, tweede en derde concepten had voor zijn blogs en vroeg mij om tips. Ik moest hem teleurstellen: ik schrijf mijn blogs allemaal in minder dan een uur, concepten daar doe ik überhaupt niet aan. Tussen al onze verschillen door stuitten we op een onderwerp waar we wél hetzelfde over dachten: ongeschoonde cijferlijsten.
Maar waarom?
Of beter gezegd: waarom kantoren die eigenlijk willen zien. Op zichzelf begrijpen we het wel. Als kantoor wil je natuurlijk weten wie je tegenover je hebt tijdens een sollicitatie, want met alleen ‘gedreven en gemotiveerd’ in je motivatiebrief zetten kom je er ook niet.
Cijfers kunnen iets zeggen over iemands academische prestaties en het is niet vreemd om daar benieuwd naar te zijn. Maar misschien moeten we wat kritischer kijken naar wat we precies willen weten van een cijferlijst. Want daar zit voor ons de crux: waarom moet een cijferlijst ongeschoond zijn? Als iemand een 8 haalt voor Burgerlijk Procesrecht, waarom maakt het dan uit of dat in één, twee of drie keer is gelukt? Het cijfer verandert er niet door. Toch weet een kantoor met een ongeschoonde cijferlijst ineens dat je voor dat vak twee keer bent gezakt. ‘Niets mis mee’, horen we je nu denken. Maar waarom is het dan relevant?
Ja, iemand kan minder goed zijn in een bepaald vak of minder goed voorbereid zijn geweest. Maar misschien werkte iemand ondertussen twintig uur per week, speelt er thuis iets of is Burgerlijk Procesrecht gewoon een rotvak. Misschien was er helemaal geen reden en had de student twee keer slecht geleerd. Waarom zouden kantoren moeten weten welke van die verklaringen het is?
We vinden het logisch dat een kantoor wil weten welke cijfers iemand uiteindelijk heeft gehaald. Waar we moeite mee hebben, is dat ook iedere poging daarvoor onderdeel wordt van het oordeel. Een herkansing lijkt op een cijferlijst ineens veel groter dan het tijdens je studie was. Bij een sollicitatie wordt het onderdeel van je dossier.
We vertellen studenten jarenlang dat een onvoldoende niet het einde van de wereld is. Dat je mag vallen en weer opstaan en dat leren erbij hoort. Dat een studie ook bedoeld is om uit te zoeken waar je goed in bent en waar je wat meer moeite mee hebt. Lang leve de student! Toch..?
Maar vervolgens kan precies dat leerproces tegen je worden gebruikt zodra je de arbeidsmarkt op gaat. En nee, we zeggen dit zeker niet omdat we zelf alleen maar zesjes hebben. We zijn ook niet tegen het kijken naar cijfers. Als je hoge cijfers haalt, zegt dat natuurlijk iets. Daar mag je trots op zijn en een kantoor mag dat interessant vinden. We vragen ons alleen af waarom het noodzakelijk is om ook te weten hoe vaak iemand daarvoor een tentamen heeft gemaakt. Want uiteindelijk heeft iemand het vak gehaald.
Een 8 is een 8.
Of die nou na één poging op je cijferlijst staat of na drie. Misschien is het juist wel goed dat we tijdens onze studie de ruimte hebben om een keer iets niet meteen goed te doen. Niet iedereen hoeft een vlekkeloos parcours te hebben om uiteindelijk goed te worden in zijn vak. Sterker nog: wie heeft er eigenlijk ooit een vlekkeloos parcours gehad?
Bovendien zijn we niet de eersten die dit benoemen. Hilde Brontsema stelde al eerder dezelfde vraag. Met een baan van 32 uur, twee pubers die ’s avonds verwachten dat er eten op tafel staat en geholpen willen worden met huiswerk, én een man die haar studie steunde maar zich op momenten ook verwaarloosd voelde, moest zij de zesjescultuur wel omarmen. En weet je wat? Een cijferlijst zegt helemaal niets over hoe je als werknemer functioneert. Zoals Hilde zei: iedereen die zijn rechtenstudie afrondt, beschikt over voldoende denkvermogen om een goede advocaat te worden. Het enige verschil is dat sommige studenten hun diploma hebben gehaald onder aanzienlijk moeilijkere omstandigheden dan anderen.
Misschien hoeven we zo’n vlekkeloos parcours dan ook niet van studenten te vragen. Want als we straks allemaal een ongeschoonde cijferlijst moeten meenemen naar een sollicitatie, wordt studeren wel een heel bijzonder spelletje. Dan is niet alleen belangrijk wat je uiteindelijk hebt gehaald, maar ook hoe weinig fouten je onderweg hebt gemaakt en of je daar überhaupt invloed op had. En dat lijkt ons een vreemde maatstaf. Een studie is geen bewijs dat je nooit bent gevallen. Het is het bewijs dat je uiteindelijk bent doorgelopen.
